Wachtlijsten in kinderopvang

De wachtlijsten voor naschoolse opvang zijn de afgelopen vier maanden verder gegroeid. Maar de gemiddelde wachttijd is afgenomen. In het westen van het land zijn de wachtlijsten twee- tot driemaal zo groot als in de rest van het land. Daar staat 35 procent van de capaciteit op een wachtlijst. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW). Sinds 1 augustus van het vorig jaar stonden 20.200 kinderen op de wachtlijst, dat waren er in december vorig jaar 22.000. De gemiddelde wachttijd is van 196 dagen gedaald naar 181 dagen. Voor de helft van de kinderen is geen wachtlijst. De capaciteit is in de afgelopen vier maanden met 6.300 uitgebreid, waardoor 12.000 kinderen geholpen zijn. Een woordvoerder van staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA) zegt dat „de omvang van de wachtlijsten op zich weinig zegt. Het gaat erom hoe snel je als ouder uiteindelijk geholpen bent. En de wachttijd neemt af.” Hij vindt het „een enorme prestatie” dat de afgelopen vier maanden 20.000 kinderen extra een plaats hebben gevonden.