Voor Israël is Gazastrook ‘bezetting de luxe’

De hele wereld draagt bij aan de humanitaire hulp voor de Gazastrook – behalve Israël. ‘Je bezet een gebied maar laat anderen voor de 1,5 miljoen inwoners zorgen’.

Chauffeur Amer kijkt verveeld toe hoe het dagelijkse rantsoen van humanitaire goederen op drie kilometer afstand door de grensovergang Sufa vanuit Israël de bufferzone in de Gazastrook wordt binnengereden en in het woestijnzand gedumpt. Hij staat vooraan de rij van 75 vrachtwagens die dagelijks de Gazastrook van levensmiddelen voorzien: om half drie die ochtend arriveerde hij als eerste. Het wordt weer een lange wacht. Naar verwachting komt om drie uur ’s middags de laatste lading vanuit Israël binnen. Pas dan mag Amer zijn lading ophalen uit de bufferzone in de woestijn.

Als politici en opiniemakers in Israël hun zin krijgen, kan Amer binnenkort voor de Egyptische grens in de rij gaan staan. Na de spectaculaire grensdoorbraak van de Gaza-Palestijnen naar Egypte in januari klinkt in Israël het pleidooi om de verantwoordelijkheid voor de Gazastrook voortaan aan Kairo over te laten. „Je zou bijna gaan denken dat Israël al die tijd voor ons heeft gezorgd”, zegt Amer sarcastisch. Maar niets is minder waar. Iedereen behalve Israël betaalt voor de humanitaire hulp voor de Gazastrook.

Sinds Hamas acht maanden geleden de macht overnam in de Gazastrook door de Fatah-beweging van president Mahmoud Abbas met geweld te verdrijven, blokkeert Israël het gebied. In reactie op de voortdurende raketbeschietingen door Palestijnse militanten knijpt Israël de Gazastrook steeds verder af. Slechts een beperkte hoeveelheid basisbenodigdheden (zoals spijsolie, suiker, bloem, melkproducten, vlees, medicijnen en brandstof) wordt nog mondjesmaat binnengelaten. Verder gaat er niets in of uit. Fabrieken en landbouwbedrijven liggen stil. De lokale economie is verlamd. Driekwart van de bijna 1,5 miljoen Palestijnen in de Gazastrook is afhankelijk van VN-voedselhulp.

Heel even konden de Gaza-Palestijnen twee maanden geleden lucht happen. Hamas haalde de schutting aan de grens met Egypte neer waarop honderdduizenden Palestijnen het buurland instroomden. Tien dagen lang kochten ze alles wat los en vastzat in de Egyptische grensplaatsjes. Inmiddels heeft Egypte de grens weer gesloten.

Internationaal recht schrijft voor dat de bezetter zorg draagt voor het welzijn van de bevolking van het bezette gebied. Israël heeft in 2005 weliswaar alle grondtroepen teruggetrokken uit de Gazastrook, maar zolang het heer en meester is over het luchtruim, de kust en de grenzen blijft de Gazastrook in de praktijk bezet gebied. Desondanks draagt Israël niets bij aan de humanitaire hulp.

Karen AbuZayd, hoofd van UNRWA, de VN-hulporganisatie voor Palestijnse vluchtelingen, reageert ongemakkelijk wanneer haar wordt gevraagd waarom iedereen behalve Israël wordt gevraagd mee te betalen aan de zorg voor de Gazastrook. „Die vraag stellen we alleen intern wel eens aan de orde, en dan eigenlijk alleen als een grap.” „Israël realiseert zich dat wij hun verplichtingen vervullen”, zegt ze. „Als wij dat niet doen, zou Israël het helemaal zelf moeten doen. Dat weten ze en daarom zorgen ze ervoor dat we net genoeg ruimte krijgen om een humanitaire crisis te vermijden.” AbuZayd is zich bewust van de kritiek dat UNRWA en andere hulporganisaties Israël daarmee in feite assisteren in collectieve bestraffing van de Gazastrook. „Maar we kunnen onschuldige burgers niet aan hun lot overlaten.”

Jaarlijks betaalt de internationale gemeenschap honderden miljoenen euro’s om de Palestijnen in de Gazastrook in leven te houden met voedselhulp, uitkeringen en de financiering van onderwijs en gezondheidszorg. De UNRWA-hulp is voor 2008 op bijna 170 miljoen dollar begroot en het Wereldvoedsel Programma (WFP) zal meer dan 30 miljoen dollar hulp verstrekken. De Europese Commissie besteedt jaarlijks 200 miljoen euro aan humanitaire hulp.

„Je bezet een gebied maar laat anderen voor de inwoners zorgen, wat wil je nog meer”, zegt Meron Benvenisti, een Israëlische auteur, columnist voor het dagblad Ha’aretz en oud-bestuurder van Jeruzalem. Hij noemt de Israëlische controle over de Gazastrook een ‘bezetting de luxe’. „In feite wordt de bezetting gefinancierd door de internationale gemeenschap.” Benvenisti is een fel tegenstander van het Israëlische beleid tegenover de Palestijnen. „We sussen ons geweten door de Gazastrook tot vijandig gebied te verklaren en de internationale hulp is het veiligheidsnet waardoor Israël de Palestijnse gebieden kan onderwerpen.”

Hij verbaast zich erover dat Israël niet ter verantwoording wordt geroepen. „We hoeven niet eens dankbaarheid te tonen. Europa, de grootste donor, moet betalen en verder zijn bek houden, anders beschuldigen we het van antisemitisme.”

De vereiste omzichtigheid in de betrekkingen met de Israëlische autoriteiten wordt bevestigd door de reactie van het WFP in Jeruzalem op de suggestie dat de hulporganisaties door Israël worden tegengewerkt. „We kunnen die vraag niet beantwoorden zonder de verhoudingen met Israël op het spel te zetten”, zegt woordvoerder Kirstie Eira Campbell. „We kunnen ons de vrijheid niet permitteren om de logistieke problemen openlijk te bespreken.”

Na enig aandringen vertelt Campbell dat het WFP slechts zes uur tevoren bericht krijgt van de Israëlische autoriteiten dat er goederen door de grensovergang gebracht mogen worden. In alle haast moeten dan zoveel mogelijk vrachtwagens worden beladen. Het doel is om 150 vrachtwagenladingen per maand te bezorgen, maar door de Israëlische obstructie onder het mom van veiligheidsoverwegingen zijn dat er niet meer dan 50. Een deel van de geleverde goederen gaat verloren door de lange wachttijden, veiligheidscontroles waarbij de verpakking wordt opengesneden, en omdat de goederen ook onder slechte weersomstandigheden op de zandvlakte net binnen de Gazastrook worden gedumpt.

Ook andere hulporganisaties klagen over obstructie door Israël. Bovendien drijven Israëlische maatregelen de kosten van humanitaire hulpverlening omhoog. Tim Williams van het coördinerende orgaan van de VN-hulporganisaties, OCHA, vertelt dat het uitzonderlijk lang duurt voordat importgoederen bestemd voor de Gazastrook door de Israëlische haven van Ashdod worden geklaard.

De VN hebben de blokkade veroordeeld als collectieve bestraffing van de bevolking van de Gazastrook en het Europese Parlement riep Israël vorige week op een eind te maken aan de blokkade. Maar Israël geeft daaraan geen gehoor. De blokkade en de verhindering van humanitaire hulpverlening tot het absolute minimum maken deel uit van een strategie om de Palestijnse bevolking tegen Hamas op te zetten en de organisatie te dwingen een eind te maken aan de raketbeschietingen.

„Zo kan het niet doorgaan”, zegt Amer bij de Sufa-grensovergang. „De Israëliërs vragen om problemen.” Om half vier ’s middags – anderhalf pakje sigaretten verder – krijgt hij eindelijk het sein dat hij zijn lading mag ophalen. Hij start de motor en rijdt zijn vrachtwagen langzaam naar de zandvlakte waar de goederen in de regen liggen te wachten.