Uit: Van Dale (2009)

Tegenfilm (de (m.); -s –pje) 1. Reeks van bewegende beelden die zich presenteert als een polemische reactie op de antimoslimfilm van Kamerlid Geert Wilders van maart 2008. Nog vóór de verschijning hiervan circuleerde op internet de eerste tegenfilm, gemaakt door Multiculturele Televisie Nederland. Hierna volgde de tegenfilm van GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi en de Bijbelfilm van de KRO. De MTN-Tegenfilm schoot zijn doel volledig voorbij, doordat hij zich louter op Geert Wilders richtte, en zelfs de hulp van psycholoog Bram Bakker inschakelde om uit te leggen dat Wilders’ wrok tegen moslims voort zou komen uit een banaal opgelopen blauwtje uit zijn jeugd. De film negeerde de problematiek in het land volledig, en versterkte alleen de evidente wrok van moslims jegens dit Kamerlid. Polarisatie groeide. Tofik Dibi’s tegenfilm kwam louter voort uit gefnuikte artistieke ambities. „Zo lang als ik me kan herinneren is regisseur worden mijn eerste doel geweest”, schreef hij eind januari 2008 op zijn weblog. Was dan naar de Filmacademie gegaan, jongen. De KRO-Tegenfilm flopte eveneens, omdat deze Wilders’ probeerde aan te vallen door te laten zien dat ook de Bijbel gewelddadig is. Zulks was al genoegzaam bekend. Het christendom had dan ook al een half millennium religiekritiek achter de rug, waarna het religieus geweld stopte. Dat de Nederlandse regering géén noodscenario ontwikkelde voor de KRO-film onderstreepte dit niet onbelangrijke verschil.

2. (uitdr. spott.) Ophef maken om niets: een tegenfilm maken. De Wildersfilm was immers totaal niet schokkend of nieuw, totdat iedereen zich er over ging opwinden. Wie begin 2008 op YouTube zocht op de termen Koran + burn, vond talloze filmpjes waarin de Koran brandde. Daar hoorde je regeringsleden uit Iran of Egypte niet over, terwijl zij nog vóór het verschijnen van Wilders’ film openlijk opriepen tot sancties en geweld tegen Nederland, schijnheilig verpakt in bezorgdheid (‘Straks vliegen er nog ambassades in de brand!’). Dat premier Balkende deze mensen geen figuurlijke oorvijg uitdeelde en niet opkwam voor onze waarden als expressievrijheid, noch voor onze veiligheid, rechtvaardigt zijn bijnaam ‘beroepslafaard’.

Christiaan Weijts