Puinruimer Van Munster is hoofd Kunsten OCW

Ocker van Munster wordt als hoofd Kunsten topambtenaar van Plasterk. Hij was jaren adviseur bij bureau Berenschot. „Hij is de man die komt, analyseert en aanpakt.”

Ocker van Munster is door minister Plasterk (OCW) per 1 mei benoemd tot hoofd Kunsten van zijn ministerie. Van Munster is buitengewoon goed ingevoerd in het kunstbeleid van het ministerie en heeft een uitvoerig netwerk in de kunstwereld. Hij werkte sinds midden jaren tachtig bij het adviesbureau Berenschot, waar hij verschillende adviezen opstelde voor het ministerie van OCW. Zo schreef hij het rapport Podiumkunsten na 2000.

Voor zijn indiensttreding bij Berenschot was Van Munster drie jaar hoofd Culturele Zaken van het ministerie. Naast zijn advieswerk trad Van Munster op als interimdirecteur bij een aantal culturele instellingen in problemen. Zo was hij gedetacheerd bij het Theaterinstituut na het vertrek van directeur Dragan Klaic, bij de Theatercompagnie, de Muziekgroep Nederland en Cosmic Theater.

Ook via de adviezen van Van Munsters collega Bart Drenth heeft Berenschot geadviseerd over tal van ontwikkelingen en initiatieven op kunstgebied: de cv-regeling voor films, het Centrum voor Beeldcultuur, het Filmmuseum, bezuinigingen en de haalbaarheid van nieuwe theaters en musea.

Van de 350 medewerkers Berenschot werken er rond de vijftien op de afdeling Cultuur, Werk en Welzijn. Edwin Bakker van het Theaterinstituut omschreef in 2005 in deze krant Berenschot als „bijna een OCW-filiaal.”

,,Ocker van Munster is de man die komt, analyseert en aanpakt'', zei Jan Riezenkamp, voormalig directeur-generaal Cultuur van OCW. ,,Hij is recht voor zijn raap, zakelijk en houdt tegelijk de menselijke maat in de gaten. Drenth is van de afstandelijke analyses, werkt meer achter het bureau.”

Van Munster ging te werk zoals puinruimers in het bedrijfsleven bij ruzies en een identiteitscrisis. ,,Een crisis is een heel goed moment om te vernieuwen. Je kunt allerlei bestaande misstanden aanpakken die in vredestijd onbespreekbaar zijn”, zei Van Munster.

Van Munster was volgens velen zo geschikt voor dit werk door zijn empathisch vermogen en zijn passie voor kunst. ,,Mooie kwetsbare bedrijfjes”, noemde hij zijn klanten liefkozend. Bij Cosmic Theater in Amsterdam werd hij zelf onderdeel van de crisis. Directeur Elmecky pikte niet dat Van Munster tijdelijk boven hem zou werken, zoals het bestuur wenste. Van Munster bemiddelde maar Elmecky werd ontslagen.