Pensioenfonds gaat index volgen

Pensioenfonds Zorg en Welzijn gaat met zijn beleggingen meer beursgraadmeters volgen. Een buitenlandse bank voert het beheer uit.

Pech voor de lobbygroep Holland Financial Centre die Nederland aan de man brengt als knooppunt van kapitaalstromen en financiële kennis.

Het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, voorheen PGGM geheten, gaat een groter deel van zijn vermogen van 88 miljard euro laten beheren door buitenlandse specialisten. En dat zijn in dit geval geldbeheerders die niet veel meer doen het dan het ‘slaafs’ volgen van de beursgraadmeters.

„Da’s voor de financiële wereld groot nieuws”, zegt Frits Bosch van het gelijknamige adviesbureau. „Pensioenfonds Zorg en Welzijn is met ABP een van de leiders van de industrie. Als zij niet content zijn met de manier waarop hun geld wordt belegd, gaan ook andere pensioenfondsen zich achter de oren krabben.”

Het Zorg en Welzijnpensioenfonds was ontevreden over de rendementen die een stuk of vijftien externe beheerders en zijn gespecialiseerde eigen geldbeheerders vorig jaar hebben behaald. In plaats van het beoogde extra rendement op beleggingen die actief worden beheerd, kwam er een verlies van 505 miljoen euro uit de bus. Dat scheelde 0,5 procentpunt rendement, zegt een woordvoerder. In heel 2007 boekte het pensioenfonds 7,2 procent rendement.

Het pensioenfonds voor de zorg- en welzijnswerkers is na het ambtenaren- en lerarenpensioenfonds ABP (217 miljard euro belegd vermogen) het grootste pensioenfonds van Nederland. Meer dan 1,1 miljoen werknemers in zorg en welzijn sparen bij dit fonds voor hun pensioen.

Het missen van 0,5 procentpunt klinkt wellicht niet als een hoog percentage. Maar de gemiste ruim 500 miljoen euro is bijna 14 procent van de totale pensioenpremie van rond de 3,6 miljard euro die werkgevers en werknemers in de sectoren zorg en welzijn jaarlijks moeten betalen.

De vijftien vermogensbeheerders moesten de beursgraadmeters verslaan door aandelen en andere effecten te kiezen die het per saldo beter zouden doen dan de beursindex. Dit zogeheten actieve beheer is duurder dan het ‘slaafs’ volgen van de beursgraadmeters, dat ook wel indexbeleggen heet, of passief beheer.

Indexbeleggen is een van de specialiteiten van partijen als Barclays Global Investors en State Street. Die doen het passieve beheer mondiaal met duizenden miljarden euro tegelijk. De prijs die zij daarvoor berekenen is dan ook laag. Adviseur Bosch schat dat het passieve beheer van Barclays 0,03 procent kost van het beheerde vermogen, tegenover 0,25 tot 0,30 procent van het vermogen voor een actieve beheerder, plus 20 procent van de overwinst.

Wie de vijftien actieve beheerders zijn die nu hun werk verliezen wil PGGM niet zeggen. In tegenstelling tot hun grote Amerikaanse tegenvoeters, zoals het Californische ambtenarenpensioenfonds Calpers, zijn Nederlandse pensioenfondsen notoir geheimzinnig over de identiteit van hun vermogenbeheerders. „Ik heb wel een idee wie het zijn, maar zonder absolute zekerheid, geef ik liever geen namen”, zegt Bosch.

Niet dat alles bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn nu wordt uitbesteed aan buitenlanders. Het fonds is samen met ABP bijvoorbeeld eigenaar van Alpinvest, de grote Nederlandse private-equityfinancier.

Maar het gedeeltelijk opdoeken van het eigen interne beheer bij Zorg en Welzijn noemt Bosch „eigenlijk wel jammer. Zo direct gaan die mensen wat anders doen en stappen zij over naar buitenlandse beheerders, terwijl wij die kennis juist aan de borst willen houden.”

Kennisverruiming is de inzet Holland Financial Centre, een vorig jaar opgerichte verzameling bankiers, vermogensbeheerders, pensioenfondsen, beursbedrijven en adviesbureaus. De lobbyclub, die wordt geleid door ex-toezichthouder Docters van Leeuwen, bevordert juist de internationale bekendheid van ‘Nederland pensioenland’. Kijk: een spaarvarken met 700 miljard euro pensioengeld.

Nederland moet een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor buitenlandse pensioenfondsen. Nederlandse pensioenfondsen moeten meer mogelijkheden krijgen en nemen om in Europa te expanderen. De ontwikkeling en verkoop van kennis op het gebied van specialistisch vermogensbeheer is een van de onderwerpen waarmee Nederland zichzelf internationaal kan aanprijzen.

Maar de praktijk is weerbarstig. Het uitbesteden van het beleggen van pensioengeld is de afgelopen jaren gegroeid. Buitenlandse beheerders beleggen al de helft van het Nederlandse pensioengeld, weet Bosch, die tweejaarlijks een toonaangevend onderzoek doet naar de trends in pensioenbeheer. Circa honderd internationale gespecialiseerde aanbieders voeren hier een harde concurrentiestrijd om hun diensten aan de man te brengen. Bovenaan de lijst buitenlandse beheerders (stand per 31 maart 2006) staat Barclays Global Investors met zo’n 58 miljard euro. Bosch: „Voor hen is deze beslissing van Zorg en Welzijn natuurlijk geweldig.”

Op zich heeft Nederland natuurlijk net als de Amerikanen en de Britten een grote thuismarkt met al zijn pensioengeld, erkent Bosch. Maar de meeste vermogensbeheerders hier zijn van oudsher gelieerd aan banken voor wie professioneel beheer een secundaire activiteit was. Zij bleven volgens hem „te lang op hun lauweren rusten. De Anglosaksen hebben de markt binnengehaald met slimme producten, snelle implementatie en verkoop vanuit een netwerk met lokale expertise.”