Pak top Belastingdienst aan

Staatssecretaris De Jager gaat in de Kamer door het stof. Terecht. Maar laat hij de fout niet zoeken in de software. Kijk vooral naar de ambtelijke top, zegt Marcel Pheijffer.

Van 1985 tot 2003 was ik in dienst van de Belastingdienst. Ik heb er veel geleerd, heb kansen gecreëerd én kansen gekregen. Ik kijk dan ook met plezier terug op die tijd. Maar nu maak ik mij toch echt zorgen over de Belastingdienst.

Het kost de laatste jaren weinig moeite kritiek te hebben op de Belastingdienst. In de Tweede Kamer werd gisteren veel kritiek geleverd. En terecht. De laatste misslag betreft het feit dat 730.000 burgers opnieuw belastingaangifte moeten doen. Ik ook. Onlangs heb ik, voor het eerst in mijn leven, de aangifte digitaal verzonden. Ik heb er nu alweer spijt van.

Staatssecretaris De Jager was „heel erg geschrokken” toen hij op de hoogte werd gesteld en bood zijn „oprechte excuses” aan. Wel 730.000 keer. Ook gaf hij een verklaring voor de misslag: de software bij de Belastingdienst was dit jaar veranderd en daarom heeft pas half februari de eerste grote test van het systeem kunnen plaatsvinden.

Dat laatste is toch ongelooflijk: burgers konden hun aangifte immers al vanaf 1 januari inzenden. De reden dat het fout ging? De staatssecretaris legt het uit in zijn brief van gisteren aan de Kamer. Voordat de Belastingdienst toetrad tot het digitale tijdperk (1996) werden de aangiftes pas half februari verzonden. In die tijd werden de aangiftebehandelsystemen getest in de periode 1 januari tot half februari. Maar de testprocedure werd niet aangepast aan het digitale tijdperk. De staatssecretaris waagt het er nog aan toe te voegen dat deze werkwijze tot 2007 goed is verlopen. Tsja, een geluk bij een ongeluk, denk ik dan.

Is de staatssecretaris verantwoordelijk? Ja, daarom gaat hij ook door het stof. En hij neemt maatregelen ter reorganisatie van de ICT-processen van de Belastingdienst. Maar als ik hem was zou ik de ambtelijke top eens goed doorlichten. De directeur-generaal van de Belastingdienst, Jenny Thunnissen, voorop. Zij is in de uitvoeringsorganisatie de eindverantwoordelijke voor het functioneren van de Belastingdienst. Bovendien zit zij er al een tijdje langer dan de staatssecretaris. Haar trackrecord is niet om trots op te zijn. De Belastingdienst is van toporganisatie verworden tot zorgenkindje. Niet dat ze zich er iets van aantrekt, getuige een recent interview (NRC Handelblad, 28 november). Twee citaten:

„Ja, nou en?” Jenny Thunnissen op de vraag of zij eindverantwoordelijk is voor alle problemen bij de Belastingdienst.

„Nee, niet fout. Dat hebben we niet goed gedaan.” Jenny Thunnissen op de vraag of diverse achterstanden bij de Belastingdienst fout zijn.

Nederigheid in plaats van arrogantie had hier gepast. Terwijl de problemen voorspelbaar waren. Verscheidene personen hebben de Belastingdienst daarop gewezen. Onder wie ondergetekende in met collega’s verzorgde adviestrajecten en tijdens seminars met medewerkers van de Belastingdienst.

Waar werd op gewezen? De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren te veel taken op zich genomen. Genomen, want de verzoeken daartoe zijn niet afgewezen, maar geaccepteerd. De automatiseringsprocessen zijn onvoldoende aangepast. De Belastingdienst is in formatie gekrompen. Problemen zijn dan te voorzien.

Die zullen er ook komen bij een ander project van de directeur-generaal: het Horizontaal Toezicht. Kort gezegd komt dit project erop neer dat de Belastingdienst een omslag maakt van controle op basis van wantrouwen naar controle op basis van vertrouwen aan de belastingplichtige. Een ontwikkeling die noodzakelijk is omdat de belastingdienst het aantal contactmomenten met belastingplichtigen ziet toenemen en de werklast zo niet langer aankan.

In een interview in Accountancynieuws (2007) zei Thunnissen over Horizontaal Toezicht: „Vanuit de hoek van de belastingadviseurs werd er geklaagd over de Belastingdienst. Dat we zoveel vragen stelden, terwijl dat allemaal niet nodig was. We zijn toen op onderzoek in onze eigen organisatie gegaan en het bleek zo nu en dan wel waar te zijn. Aan de andere kant zien we bij grote ondernemingen de ontwikkeling naar steeds meer transparantie en die ontwikkeling zakt door naar het MKB.”

Kennelijk voelt ze zich door kritiek gedwongen anders te gaan werken. Mijns inziens dienen majeure strategische wijzigingen zelf geïnitieerd te worden en niet van buitenaf te worden opgedrongen. Of in de woorden van krijgsheer Sun Tzu: „De generaal bepaalt waar de strijd wordt geleverd. Niet de vijand en zeker niet het toeval.”

Marcel Pheijffer is hoogleraar Accountancy Nyenrode.