Omweg Liechtenstein

Niet alleen Duitsland jaagt nu op belastingontduikers die het ministaatje Liechtenstein gebruiken om hun vermogen aan het zicht van de fiscus te onttrekken. Sinds de Duitse autoriteiten bekendmaakten dat ze voor bijna 5 miljoen euro een cd met gegevens hebben gekocht van een voormalige werknemer van de LGT Group, een bank uit Liechtenstein, hebben ook andere landen zich op de data gestort. Het Verenigd Koninkrijk heeft inmiddels gegevens betrokken van dezelfde persoon. Diverse andere EU-landen, waaronder Nederland, alsmede de VS, Australië en Nieuw Zeeland onderzoeken op basis van de gegevens ontduikingsgevallen via Liechtenstein in eigen land.

De discussie over zulke praktijken is goeddeels voorspelbaar: de belastingtarieven zijn te hoog, de fiscale regelgeving is te complex en dat bemoedigt ontwijkingsgedrag.

Maar het is niet gezegd dat er bij lagere tarieven en eenvoudiger stelsels minder zou worden ontdoken. Als er, via internationale routes, de mogelijkheid blijft om geld aan de greep van de fiscus te onttrekken, zal daar gebruik van worden gemaakt. Zolang het financieel voordeel oplevert en de pakkans gering is, is er geen reden te verwachten dat burgers en bedrijven daarvan af zouden zien.

Omgekeerd geldt: zonder belastingparadijzen geen ontwijkingspraktijk. Maar het aanpakken van dergelijke staten en jurisdicties is lastig, zeker als ze nauw verbonden zijn met de grote industrielanden zelf. De Kanaaleilanden ‘zijn’ Brits, de Antillen Nederlands en veel Caraïbische paradijsjes bevinden zich formeel of informeel onder de vleugels van een westerse mogendheid. Zelfs Nederland – met vooraf te toetsen beslissingen over belastingconstructies (rulings), deelnemingsvrijstelling en andere voordeeltjes – wordt door veel andere landen gezien als een belastingparadijs.

Fiscale regels zijn eigenlijk niet meer dan de voortzetting van internationale concurrentie met andere middelen. De organisatie van rijke industrielanden, de OESO, voert al lang een strijd tegen belastingontwijking, al was het maar om een egaler speelveld tussen de industrielanden te bewerkstelligen. Dat is een moeilijke klus: fiscale systemen zijn historisch zo gegroeid en niemand is bereid als eerste zijn eigen voordelen op te geven. Het is toe te juichen dat de OESO de strijd voortzet, maar in de tussentijd resteert ten aanzien van particulieren vooral het wapen van de dreiging: de fiscus zit u op de hielen, en als u nu vrijwillig naar voren komt, dan kunt u rekenen op een mildere behandeling. De cd van 5 miljoen heeft zichzelf in Duitsland inmiddels al meermalen terugbetaald.

De vraag blijft wat zich in de hoofden afspeelt van de burgers die hun geld over de grens brengen en zo de fiscus ontlopen. Los van alle excuses over hoogte en complexiteit van de belastingen, hebben zij kennelijk de overtuiging dat regels en verantwoordelijkheden voor iedereen gelden, behalve nu net voor hen. Alsof straatlantarens ’s avonds vanzelf aangaan en leraren gratis voor de klas staan.

Het betalen van belasting geeft de burger een moreel en politiek recht mee te spreken. Wie dat verspeelt, benadeelt dus ook zichzelf.