Nederland in trek bij mobiele bandieten

Mobiele bendes uit Polen en de Baltische staten komen op bestelling luxeproducten stelen in Nederland.

‘Een kinderziekte van de Europese uitbreiding.’

Bij elektronicazaak Dixons in Kampen werd vorige week een ramkraak gepleegd. „De derde in drie jaar tijd”, meldt directeur Bart van Westreenen. Er is grote materiële schade aan de winkel en mobiele telefoons, laptops en camera’s werden buitgemaakt. „Niets aan te doen”, zegt Van Westreenen. „Volgende keer rijden ze met een tank binnen.” 

Het Platform Detailhandel Nederland „luidt de noodklok”, zegt Sander van Golberdinge van de vereniging van Nederlandse winkeliers. Volgens het platform worden winkeliers in toenemende mate geconfronteerd met grootschalige winkeldiefstal. Vorig jaar liep de detailhandel volgens het platform naar schatting 220 miljoen euro schade op door diefstal, inbraak, vandalisme en geweldpleging. Volgens cijfers van de nationale recherche werden 774 winkeliers het afgelopen jaar slachtoffer van een overval, een aanzienlijke stijging ten opzichte van 632 overvallen in 2006.

Van Golberdinge stelt, op basis van duizend aangiftes van winkeliers, dat het steeds vaker gaat om „georganiseerde, gewelddadige en grootschalige acties”. Naast Nederlandse criminelen zouden er in toenemende mate bendes uit de Baltische staten, Polen, Bulgarije en Roemenië komen. „De Europese Unie wordt groter, de problemen ook”, zegt hij. Vooral elektronica-, cosmetica- en kledingzaken zijn geliefd bij rondtrekkende bendes uit andere Europese landen.

„Mobiel banditisme”, zoals Dina Siegel overvallen en inbraken gepleegd door flexibel opererende Europese netwerken noemt, „is een fenomeen van de laatste jaren”. Zij is criminoloog aan de Vrije Universiteit, gespecialiseerd in Oost-Europese criminaliteit. „Het is niet zo dat criminelen tijdens een inbraak zomaar wat leuks gaan uitzoeken”, zegt Siegel. „Bendes uit Polen en de Baltische staten komen hier in opdracht luxeproducten stelen.”

Siegel denkt overigens niet dat het nu gaat om bendes uit de nieuwe lidstaten Roemenië en Bulgarije die verantwoordelijk zouden zijn voor de toename van winkelcriminaliteit in Nederland. „Uit Roemenië en Bulgarije komen vooral zakkenrollers. Poolse en Baltische winkelovervallers opereren al langer in Nederland.” 

Nederland is niet het enige land waar criminelen uit Oost-Europese lidstaten werkzaam zijn. „Duitsland en Groot-Brittannië hebben dezelfde problemen”, zegt europarlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD). Ze stelde onlangs vragen aan de Europese Commissie over de aanpak van grensoverschrijdende winkelcriminaliteit, die zij beschouwt als „een kinderziekte van de Europese uitbreiding”.

Sinds het aflopen van het Polarisproject in 2005, waarbij politiediensten samenwerkten om Poolse en Litouwse bendes aan te pakken, houdt geen enkele politiedienst in Nederland zich specifiek bezig met grensoverschrijdende winkelcriminaliteit. Zes Bovenregionale Rechercheteams voeren onderzoeken uit naar problemen die de politieregio’s overstijgen. Die onderzoeken worden toegewezen door een commissie, op basis van gegevens die de regionale korpsen aanleveren. Regionale politie kan echter moeilijk het onderscheid maken tussen ‘gewone’ winkeldiefstallen en diefstallen die in georganiseerde vorm worden gepleegd.

Dat onderscheid moet de landelijk overvalcoördinator kunnen maken. Die werd in 2003 aangesteld door het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) om in overleg met het bedrijfsleven de overvalproblematiek te overzien. De overvalcoördinator ziet op dit moment geen noodzaak om het beleid aan te passen. Anders dan het Platform Detailhandel Nederland observeert hij de laatste tijd geen verandering in de aantallen en de vorm van de diefstallen.

De aanpak van georganiseerde bendes blijft „lastig”, zegt criminoloog Siegel. De opdrachtgevers, grote criminelen, verlaten hun land niet. Open grenzen en de aanwezigheid van Oost-Europese arbeidskrachten in West-Europa zijn andere factoren die het moeilijk maken om overvallers en hun opdrachtgevers aan te pakken. „Een auto met een Oost-Europese nummerplaat is niet langer verdacht.” Voor een overval, inbraak of ramkraak worden bovendien vaak gestolen auto’s gebruikt, die moeilijk in verband te brengen zijn met de daders. De daders zijn vaak jonge kerels zonder strafblad, onbekend bij de politie in het thuisland. Die haasten zich na een overval of diefstal onmiddellijk de grens over, en keren niet meer terug. „Terug in eigen land wordt het geld geïnvesteerd in een studie of een eigen zaak”, weet Siegel. „En de volgende rekruten staan klaar om hun plaatsen in te nemen.”