Mens in ruil voor regen

Vanwaar toch die vreemde, blauwe aanslag in het bassin nabij Mayastad Chichén Itzá?

Dat blauw was de kleur van het offer. Op een gruwelijke manier, blijkt nu.

Het is een krachtig, helder blauw, dat nauwelijks verweert. John Lloyd Stephens, pionier van het Mayaonderzoek, zag het in 1843 al op fresco’s in de ruïnes van Bonampak, Zuid-Mexico: rijen rode krijgers in een mysterieuze zee van blauw.

In 1931 ontdekten wetenschappers dat dit Mayablauw een synthetische kleurstof is van ongewone chemische stabiliteit: bestand tegen verwering, zuur, biologische afbraak en zelfs chemische oplosstoffen. De Maya’s gebruikten deze kleurstof tussen het jaar 300 en 1500 ter versiering van aardewerk en in muurschilderingen.

Volgens zestiende-eeuwse teksten was dit blauw voor de Maya’s ook de kleur van het offer. Dat blijkt nu op een gruwelijke manier te kloppen.

Antropologen van Wheaton College, Illinois, en het Field Museum in Chicago deden onderzoek naar de herkomst van de kleur. De resultaten staan deze week in de online editie van tijdschrift Antiquity.

Naast dat zij ontdekten hoe de Maya’s deze kleurstof maakten, losten ze nóg een raadsel op: de aanwezigheid van een vijf meter dikke laag blauwe neerslag op de bodem van de Sagrado Cenote (Heilig Bassin), even buiten de oude Mayastad Chichén Itzá, op het Mexicaanse schiereiland Yucatan. Deze blauwe laag werd ontdekt aan het begin van de twintigste eeuw, toen er in dit waterbekken is gedregd en gedoken. Waar kwam deze blauwe kleur vandaan?

Een sleutel tot de oplossing blijkt een driepotige aardewerken schaal uit de collectie van het Field Museum. De schaal was in 1904 opgedoken uit de Heilige Cenote. Onderin zat een korst van kopal, een soort boomhars. In het kopal zaten stukjes witte substantie en blauw pigment. Met behulp van een elektronenmicroscoop onderzochten de auteurs deze fragmenten. In de kopal vonden ze sporen van palygorskiet en indigo.

Het nieuwe onderzoek laat zien dat in Chichén Itzá de bereiding van Mayablauw onderdeel was van het offerritueel boven op de Tempel der Krijgers. Bladeren van een indigoplant werden ter plekke gemengd met palygorskiet en kopalwierook en dat mengsel werd verhit totdat de blauwe kleurstof ontstond.

De te offeren mensen – jongens, meisjes of krijgsgevangen – werden ermee beschilderd. Vervolgens werden zij ruggelings op een altaar gelegd en sneed de priester het nog kloppende hart uit hun lijf. Iets dergelijks gebeurde ook bij de Heilige Cenote. De offerandes – sieraden, aardewerk en een enkele keer mensen – werden blauw geschilderd voordat zij in het bassin werden gegooid.

Volgens onderzoeksleider Dean E. Arnold, hoogleraar antropologie aan Wheaton College, waren deze offers bedoeld om de regengod Chaak gunstig te stemmen. Regen was van levensbelang voor de oude Maya’s van noordelijk Yucatan. Van januari tot half mei valt er nauwelijks neerslag.

Arnold in een toelichting: „De Maya’s gebruikten indigo, kopalwierook en palygorskiet voor medicinale doeleinden. De rituele combinatie van deze drie stoffen had dan ook een grote symbolische betekenis. Tijdens de ceremonie aan de rand van de Cenote en op de tempelpiramide werden boven een vuur drie geneeskrachtige elementen verbonden. Het resultaat was Mayablauw, symbool voor de helende werking van water in een samenleving van landbouwers. Het offer van de drie elementen voedde Chaak en betrok hem symbolisch bij het ritueel in de vorm van een heldere blauwe kleur. De Maya’s hoopten dat die god regen zou brengen en de maïs weer zou laten groeien.”

De onderzoekers kunnen nu eindelijk – na meer dan honderd jaar – de blauwe neerslag verklaren in de Sagrado Cenote van Chichén Itzá. Er zijn zoveel offergaven voor Chaak – vooral voorwerpen van goud, jade, koper en aardewerk, maar ook ruim honderd mensen – in het waterbekken gegooid dat zich geleidelijk een laag blauwe kleurstof afzette op de bodem.