Losgeld Erkel volledig op kosten Nederland

Een Zwitserse rechtbank heeft gisteren bepaald dat Nederland nu ál het losgeld van Arjan Erkel moeten betalen, en niet de helft zoals eerder was gevonnist.

Genève, 28 febr. - Voor de tweede achtereenvolgende keer heeft Nederland gisteren ongelijk gekregen in de rechtzaak over het losgeld van Arjan Erkel. Al vier jaar ruziën Nederland en Artsen zonder Grenzen voor Zwitserse rechtbanken wie er moet opdraaien voor de 1 miljoen euro die in 2004 aan ontvoerders op de Kaukasus is betaald om Erkel vrij te krijgen. Toenmalig medewerker van AzG Erkel was tussen augustus 2002 en april 2004 gekidnapt.

Een jaar geleden oordeelde de rechter dat beide partijen ruwweg de helft voor hun rekening moesten nemen. Nederland was daar ontevreden mee en ging in beroep. Maar gisteren bepaalden de Zwitserse rechters dat Nederland álles moet betalen. Ook de kosten voorde AzG-advocaten komen voor rekening van de Nederlandse staat.

Het vonnis van de Cour de Justice in Genève – in het bezit van deze krant – beslaat 23 bladzijden. Tot veler verrassing lag het er ineens, gisteren aan het eind van de dag. Beide partijen hebben het nog niet uitvoerig kunnen bestuderen. Maar AzG in Genève, de voormalige werkgever van Erkel die missiechef was in Dagestan, laat al weten gelukkig te zijn met deze uitspraak, die ditmaal van drie rechters komt en niet (zoals in 2007) van één. „Dit vonnis is belangrijk voor de toekomst van de hulpverlening”, zegt Xavier Guinotte, die de nu vier jaar durende procesgang op de voet volgt. „Nederland wilde het hele bedrag op ons verhalen, wat voor hulporganisaties en dus humanitair werk in het algemeen een gevaarlijk precedent had kunnen scheppen. Die claim is zojuist voor de tweede keer afgewezen. Ik hoop dat Den Haag de boodschap nu gekregen heeft, en ophoudt met procederen.”

Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag is men „teleurgesteld” over het vonnis. Nederland heeft altijd gezegd dat het de 1 miljoen euro die het aan de ontvoerders van Erkel heeft betaald, alleen maar heeft voorgeschoten aan AzG – of eigenlijk 770.000 euro, want de overige 230.000 van het losgeld kwam uit een envelop die AzG ‘voor het geval dat’ in de kluis van de ambassade in Moskou had gedeponeerd. Tijdens hoorzittingen in Genève verklaarden Nederlandse ambtenaren afgelopen jaren unisono dat een hoge functionaris van AzG hun dit destijds mondeling had toegezegd, en dat er daarmee een contract was tussen beide partijen.

Vorig jaar maart bepaalde de rechter dat er in zijn ogen onderdaad een soort contract was geweest, al was het maar omdat beide partijen ieder voor zich hetzelfde doel – Erkels vrijlating – nastreefden. Maar dat contract (hij noemde het een ‘société simple’) was impliciet. Daarom vond hij dat AzG niet het hele bedrag maar een deel daarvan moest betalen. Nederland accepteerde die redenatie niet. De rechters die zich in hoger beroep over het dispuut bogen, concludeerden echter dat er technisch gesproken helemaal geen contract was geweest. Volgens het Zwitserse recht hadden twéé mensen van AzG expliciet hun toestemming moeten geven aan Nederland om de hele som terug te betalen die aan de ontvoerders werd uitgekeerd. Die tweevoudige toestemming was er niet geweest. Dus moet Nederland alles betalen. Omdat Den Haag al 770.000 euro heeft uitgegeven, komt het erop neer dat Nederland nu de 230.000 aan AzG moet teruggeven.

Maar volgens woordvoerder Ahmed Dadou van Buitenlandse Zaken zijn er ook lichtpuntjes. „We mogen er financieel op achteruit gaan in vergelijking met de vorige keer, maar juridisch niet. De rechter heeft twee zaken erkend die belangrijk voor ons zijn: dat Nederland te goeder trouw heeft gehandeld en nooit de intentie heeft gehad om losgeld te betalen.”

Nederland heeft tot eind april om te besluiten of het in cassatie gaat bij het Federale Tribunaal in Lausanne, de hoogste Zwitserse instantie die zich hierover kan uitspreken. Volgens Dadou „wordt daar de komende weken op gestudeerd”.

Op het ministerie wordt er rekening mee gehouden dat Nederland zich ditmaal neerlegt bij het vonnis. Vorig jaar al drongen diverse betrokkenen er bij minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) op aan om niet in beroep te gaan. Sommigen zeiden dat Nederland zijn verlies moest nemen omdat toenmalig directeur-generaal Consulaire Zaken Peter van Wulfften Palthe (nu ambassadeur in Berlijn), „vergeten was een bonnetje aan AzG te vragen”. Anderen vonden het onverstandig dat Nederland steeds weer de aandacht vestigde op de pijnlijke losgeldaffaire en keer op keer een publiekelijke vernedering riskeerde.

Vorig jaar besloot Verhagen dat deze argumenten niet opwogen tegen het feit dat het hier om een principezaak ging. „Wij willen niet te boek staan als land dat losgeld betaalt”, zei de woordvoerder toen. Nu de rechters al tweemaal hebben geoordeeld dat Nederland wél moet betalen, zijn velen benieuwd of Den Haag die afweging een derde keer wil maken.