Jammer Hillary, no, you can’t...

Hillary Clinton was ooit de gedoodverfde Democratische presidentskandidaat.

Nu is ze praktisch kansloos. Hoe is dat toch mogelijk?

Theoretisch is het nog mogelijk dat Hillary Clinton de Democratische nominatie in de race om het Witte Huis in de wacht sleept. ‘Het is nog niet beslist’ zegt een steeds kleinere minderheid in de aanloop naar de make or break-verkiezingen in Texas en Ohio op 4 maart. Het begint steeds meer te klinken als het mantra van een Lingo-presentator, die een te dramatische val in de kijkcijfers probeert te voorkomen.

Want dat Clinton gaat verliezen, staat vast. Zelfs de latino’s, de laatste troef van de Clintons, lopen over naar Obama’s kamp. De peilingen wijzen op een gelijkspel, terwijl alleen een grote overwinning in Texas en Ohio voor Clinton genoeg is om in de race te blijven. Kortom, de gedoodverfde favoriet die na Super Tuesday het klusje wel zou hebben geklaard, de senator die prat gaat op haar ervaring, legt het af tegen een onervaren, iele neger die een campagne heeft gebouwd rond zoiets zweverigs als ‘hoop’.

Hoe is dat in vredesnaam mogelijk? Er zijn drie eenvoudige redenen: Obama, Bush en Clinton. Een obc’tje, dus.

1Obama. De verkiezingsbijeenkomsten van Barack Obama hebben de uitstraling van popconcerten: mensen die in een kilometerslange rij staan om een glimp van hun ster op te vangen; toehoorders die hun tranen niet kunnen bedwingen; fans die onwel worden. Zij luisteren naar zijn toespraken en geloven hem. Zij geloven dat er een wind van verandering door Amerika waait. De steun voor Clinton daarentegen heeft niets te maken met geloof. Hillary is een ‘smart choice’ valt te lezen op haar campagneposters. Men steunt haar omdat men wéét dat ze een uitstekende president zal zijn. Helaas voor Clinton: kiezers geloven liever dan dat zij weten. Politici die een gevoelige snaar raken doen het beter dan ‘verstandige’ tegenstrevers. Zie het succes van Fortuyn, Verdonk en Wilders.

2Bush. George Walker Bush is niet alleen de 43ste president van de Verenigde Staten, maar ook een van de slechtste. Na de aanslagen van 11 september 2001 werd zijn presidentschap een morele exercitie, een strijd van goed tegen kwaad. De resultaten van die strijd zijn bekend.

Amerika na Bush zit niet alleen financieel aan de grond, maar vooral moreel. De inhoudelijke campagne van Clinton slaat dan ook de plank mis. Amerikanen zitten niet te wachten op een president die het handelstekort bestrijdt, maar op een president die het morele tekort aanpakt. Het feit dat Obama minder ervaren is, nemen kiezers dan op de koop toe.

3Clinton. Goed, dan sta je dus als torenhoge favoriet tegenover een kandidaat die als geen ander de boodschap van hoop en verandering weet uit te dragen, blijk je net een van de twee achternamen te hebben die de kiezers associëren met de politieke status quo. Stel dat Hillary Clinton tot president wordt gekozen, en dat zij het tot een tweede termijn schopt, dan wordt het machtigste land van de wereld 28 jaar lang bestuurd door een Bush-Clintonkwartet. Obama maakt van dat scenario handig gebruik. Onder de noemer van ‘status quo’ worden de relatief succesvolle Bill Clinton-jaren op een hoop gegooid met de miskleunen van George W. Bush: de puinhopen van twintig jaar Bush-Clinton.

Eigenlijk is over Clintons kansen maar één conclusie mogelijk. No you can’t.

Ingmar Vriesema is redacteur van nrc.next.

Bekijk een filmpje waarin Clinton spot met Obama’s campagne op nrcnext.nl/links