Intellectueel achter succes Reagan

Gisteren overleed de Amerikaanse conservatieve intellectueel William Buckley, grondlegger van de ‘Reagan coalitie’.

William Buckley Foto AP **FILE**President Bush shakes hands with National Review founder William F. Buckley, Jr., left, after a tribute to the magazine and Buckley on Oct. 6, 2005 in Washington. Buckley, the erudite Ivy Leaguer and conservative herald who showered huge and scornful words on liberalism as he observed, abetted and cheered on the right's post-World War II rise from the fringes to the White House, died Wednesday, Feb. 27, 2008. He was 82. (AP Photo/Evan Vucci) Associated Press

Washington, 28 Febr. - William F. Buckley, de intellectuele vader van het moderne Amerikaanse conservatisme, is gisteren op 82-jarige leeftijd overleden.

Buckley, een voormalig geheim agent, bepleitte vanaf de jaren vijftig met succes nieuwe eenheid binnen de versplinterde conservatieve beweging. Het legde de basis voor de zogenoemde ‘Reagan coalitie’ van haviken, sociale en fiscale conservatieven waarmee de Republikeinen de afgelopen veertig jaar zeven van de tien presidentsverkiezingen wonnen.

„Vóór Goldwater (de conservatieve presidentskandidaat van 1964, red.) en Reagan hadden we Bill Buckley”, zei Newt Gingrich, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden in de jaren negentig, in reactie op zijn overlijden.

Buckley was de eerste Amerikaanse intellectueel die in de jaren vijftig het conservatisme op geloofwaardige wijze durfde te verdedigen. Hij trad, mede dankzij zijn vele progressieve vrienden, veelvuldig in de media op. Hij had 33 jaar een eigen televisieprogramma, en publiceerde meer dan vijftig boeken; 45 daarvan waren bundelingen van zijn column ‘On the Right’, die tweemaal per week in een groot aantal regionale kranten verscheen.

Ook richtte hij in de jaren vijftig National Review op, nog altijd een toonaangevend tijdschrift, waarin hij vooraanstaande conservatieve publicisten als George F. Will (Washington Post) en David Brooks (The New York Times) liet debuteren. Paul Gigot, al jaren eindredacteur van de zeer conservatieve – en zeer invloedrijke – opiniepagina van The Wall Street Journal, begon zijn loopbaan als assistent van Buckley.

Buckley had zelf amper politieke ambities. Eénmaal, in 1965, stelde hij zich kandidaat voor een openbare functie, het burgemeesterschap van New York. Maar toen hem tijdens zijn campagne werd gevraagd wat hij zou doen als hij won, zei hij droogjes: „Een hertelling aanvragen.”

Buckley was de zoon van een gefortuneerde oliehandelaar uit New York. Hij was het zesde uit een rooms-katholiek gezin van tien kinderen. Hij werd opgeleid op privéscholen in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, en opgevoed door een Spaans sprekende gouvernante. In zijn familie behoorden onder andere pianoles, tapdansen, kalligrafie, houtsculptuur en machineschrijven tot de vaste onderdelen van de opvoeding.

Buckley deed het eerst van zich spreken toen hij na zijn studie in Yale in 1951 in een boek het intellectuele klimaat op de universiteit aanviel. Yale werd volgens hem beheerst door collectivisme en atheïsme, hij bepleitte het ontslag van medewerkers die de traditionele waarden van de universiteit niet naleefden. Het boek werd neergesabeld. Enkele jaren later verdedigde hij Joseph McCarthy, de senator die de jacht op communisten in de jaren vijftig een gezicht gaf. Ook dat boek werd schamper ontvangen.

Het legde de basis voor een houding die het Amerikaanse conservatisme tot op de dag van vandaag kenmerkt: de overtuiging dat progressieve elites aan de oost- en de westkust het conservatisme geen eerlijke kans gunnen.

Met de oprichting van National Review, in 1955, creëerde Buckley een platform voor de samenvoeging van sociale conservatieven, anticommunisten en libertairen onder de vlag van de Republikeinen. Het blad verdedigde de rassenscheiding in het Amerikaanse zuiden, trok ten aanval tegen de ‘verzorgingstaat’, en bekritiseerde het optreden van Kennedy in de Cuba-crisis.

Ronald Reagan was abonnee, en na de zware nederlaag van Goldwater in 1964 – de eerste conservatieve Republikein die presidentskandidaat werd – vereenzelvigde National Review zich met Reagans loopbaan.

Als president noemde Reagan Buckley de „invloedrijkste journalist en intellectueel van onze tijd”.

Buckley gaf de leiding van National Review in 1990 uit handen, en legde zich toe op het schrijven. De laatste jaren raakte hij enkele malen in conflict met de beweging die hij zelf op de kaart zette. Hij was sceptisch over het conservatieve gehalte van George W. Bush. Hij sprak zich uit voor de legalisering van soft drugs, en tegen de oorlog in Irak.

Begin 2006 schreef hij: „Het is belangrijk dat we (…) erkennen dat de oorlog is mislukt, zodat we kunnen zoeken naar een oplossing voor dit falen.”