‘Ik zag het aankomen’

De heropening van het Rijksmuseum is uitgesteld tot 2013. De nieuwe directeur Wim Pijbes wil zich nu vooral richten op het begeleiden van de verbouwing.

Wim Pijbes Foto Vincent Mentzel Wim Pijbes (1961) directeur Kunsthal Rotterdam. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 31 oktober 2007 Mentzel, Vincent

Lien Heyting

„Dit is een vervelende tegenslag.” Zo reageert Wim Pijbes, die per 1 juli aantreedt als nieuwe directeur van het Amsterdamse Rijksmuseum, op de vertraging van de renovatie. De heropening van het Rijksmuseum, die gepland was voor 2010, is uitgesteld tot 2013. Aannemer BAM, waarmee het museum in zee ging, bleek niet bereid het werk uit te voeren voor het bedrag van 134 miljoen euro dat de overheid hiervoor wil uittrekken. Een nieuwe aanbestedingsprocedure werd daardoor onvermijdelijk. Pijbes beaamt dat dit voor hem een moeilijke start is als directeur: „Maar ik ben er niet van uit gegaan dat ik in een gespreid bedje zou komen. Als lid van de Raad van Toezicht van het museum wist ik al dat de aanbesteding moeizaam verliep, dat er slechts één aannemer over was en dat het er somber uitzag. Het is dan aan de minister van OCW om de knoop door te hakken en dat is nu gebeurd. Ik zag het aankomen, dus het kwam niet als een donderslag bij heldere hemel.”

Pijbes wil zich als directeur de komende vijf jaar vooral richten op de begeleiding van de renovatie: „Daaraan zal ik de meeste tijd besteden. Exposities, in de Philipsvleugel die wel open blijft, komen voor mij op het tweede plan. De verbouwing ligt nu stil, maar achter de schermen van het museum gebeurt veel. De aanbesteding moet opnieuw bekeken worden, we moeten opnieuw in gesprek met architecten, het rijk, de gemeente en ik mag daarbij geen tijd verloren laten gaan.”

Het ‘satellietprogramma’ van het Rijksmuseum – waarbij delen van de collectie worden uitgeleend aan andere musea – zal intussen doorlopen. Pijbes: „Er is nooit een definitieve einddatum voor vastgesteld, maar het uitlenen zal zeker worden voortgezet tot 2013. Ik vind het zelf een aantrekkelijke gedachte om delen van onze collectie elders te tonen, in binnen- en buitenlandse musea, en het is goed denkbaar dat we daar ook na de heropening mee doorgaan.”

Pijbes is niet bang dat de staf van het Rijksmuseum ‘een keurkorps van 80 gespecialiseerde conservatoren’, zoals hij die eerder omschreef, de komende jaren weinig te doen zal hebben: „Er is net een fantastische bestandscatalogus verschenen van het Rijksmuseum. De conservatoren doen onderzoek, ze begeleiden het satellietprogramma, publiceren en houden zich met nieuwe aankopen bezig. Al dat werk loopt gewoon door.”

Op de vraag wat hij vindt van de kritiek op zijn aanstelling, van onder anderen Rudi Fuchs, zegt hij: „Ik heb 783 complimenten gehad uit de hele wereld, en dat handjevol mensen die op hun achterhoofd hebben gekrabd – ik dacht: Kom op jongens, gezeur.”

Pijbes wil bij het Rijksmuseum het beleid van zijn voorganger Ronald de Leeuw voortzetten: „Ja, dat betekent dat ook de twintigste eeuw en de fotografie bij de collectievorming worden betrokken. Mijn inwerkperiode is al begonnen, ik houd me al bezig met allerlei lopende zaken. Doordat ik drie jaar lid was van de Raad van Toezicht heb ik een enorme voorsprong op iemand die van buiten was gekomen.”

Pijbes noemt het „een zeer ongelukkige gang van zaken” dat behalve het Rijksmuseum ook het Stedelijk en het Scheepvaartmuseum gesloten zijn door renovatie. „Maar dit biedt wel het grote voordeel dat we straks een frisse start kunnen maken.”