Iedere soort zijn eigen webpagina

De Encyclopedie van het Leven is eindelijk online, met al 30.000 soorten. Om het grote publiek warm te maken voor de natuur. En de bioloog te helpen in het veld.

Zeggekorfslak, malariamug, tarwe, paardenbloem, pauw, schaap, snuitkever, champignon: elke soort op aarde krijgt een eigen website in de vrij toegankelijke ‘Encyclopedia of Life’ (EOL), die afgelopen dinsdag online is gegaan (www.eol.org). De webpagina’s van 30.000 soorten zijn al ingevuld, maar de meeste met nog maar een enkele pagina. De vierentwintig ‘voorbeeldsites’, waaronder eentje van de aardappel, de doodgraver en de mariene eencellige Cafeteria roenbergensis, zien er wel al heel mooi uit, met uitgebreide beschrijvingen, foto’s, filmpjes, verspreidingskaarten, DNA-profielen en wetenschappelijke publicaties. Zo moet het worden, staat op de site. Niet alleen voor de al beschreven 1,8 miljoen soorten, maar ook voor alle soorten die nog beschreven moeten worden – zo’n vijf tot twintig miljoen.

„Wij vinden het een heel goed initiatief’’, zegt Kees Hendriks hoofd Informatiedienst van Museum Naturalis in Leiden. Hendriks staat op het punt een samenwerkingscontract met de Amerikaanse organisatie EOL te tekenen. De Nederlanders gaan gescande boeken inbrengen, en ook zal het Nederlandse soortenregister (www.nederlandsesoorten.nl) in EOL worden ondergebracht. „Wil je bijvoorbeeld iets over Sturnus vulgaris, de spreeuw weten’’, zo geeft hij als voorbeeld, „dan kun je in de Encyclopedia of Life ook bij Nederlandstalige informatie over de spreeuw komen, of bij Chinese, of Tsjechische.’’

Aan de Encyclopedia zijn de belangrijkste internationale taxonomische websites al gekoppeld, zoals FishBase, AmphibiaWeb, Solanaceae Source Web en de Biodiversity Heritage Library van de grote natuurhistorische musea waaronder de Nederlandse – deze musea en herbaria werken ook allemaal mee. Verschillende instituten zijn nu bezig met het invoeren van gedigitaliseerde boeken. Anderen werken aan zoekmachines die burgers en professionals antwoord kunnen geven op vragen als: Welke bomen zijn er in Thailand? Of: Hoe groot is de grootste, of de kleinste kever in de wereld? Ook moet de encyclopedie kunnen helpen bij het determineren in het veld, met een draadloze laptop.

Plannen voor zo’n wereldwijd overkoepelende website zijn er de afgelopen twintig jaar wel vaker geweest. Dat nu ook daadwerkelijk een eerste stap is gezet, is mede te danken aan het feit dat de beroemde mierenkenner Edward O. Wilson, gepensioneerd hoogleraar aan de Universiteit van Harvard, 50 miljoen dollar wist te verkrijgen van de John D. en Catherine T. MacArthur Foundation en nog twee miljoen van een andere Amerikaanse stichting. Daarnaast is de software sterk verbeterd om websites met uiteenlopende bronmateriaal (van vogelgeluiden tot kaartjes) te vullen. Wilson hoopt met de encyclopedie bij een groot publiek meer begrip en zorg voor de soortenrijkdom op aarde te kweken. Belangstelling is er zeker. Al snel na de lancering lag de site plat: de eerste vijf uur had hij 11.5 miljoen bezoekers gehad.