Geen auto voor tante Trees

Volkswagen staat altijd synoniem voor eenvoud en degelijkheid. Toch moet ook dit merk in de felle concurrentie van het middensegment alle zeilen bijzetten.

Dat is aardig gelukt met de Jetta, die in 2005 zijn rentree maakte als opvolger van de Bora. De kleinere broer van de Passat oogt gestroomlijnd en chique tegelijk. De vertegenwoordiger hoeft zich niet te schamen als hij de manager van een van zijn klanten uitnodigt voor een lift naar het lunchrestaurant. Alle toeters en bellen zijn aan de buitenkant mooi weggewerkt, inclusief de richtingaanwijzers op de spiegels.

Binnenin verwacht je minder ruimte. Zeker gezien de diepe bagageruimte met een inhoud van 527 liter, slechts veertig minder dan de Passat. De boodschappenkrat verdwijnt in een donkere tunnel. Met de beenruimte achterin zou een taxichauffeur geen genoegen nemen, maar ze is toch redelijk. Het meubilair zit goed, minder stug dan we vroeger van Volkswagen gewend waren. De stoelen van de Sportline Business sluiten comfortabel om het lichaam, zijn in alle standen verstelbaar. Slechts qua breedte verliest de Jetta het van de Passat of een Toyota Avensis.

De dashboardverlichting kent de felle Volkswagenkleuren en niet iedereen is daarvan gediend. Medepassagier tante Trees merkt op, dat het hier en daar wel een rood lichtpuntje minder had gekund. Ze is dan ook al op een respectabele leeftijd. De chauffeur maakt zich meer druk om de radio en mist de voorkeuzetoetsen. Er is een opslaggebied voor zenders, maar dat vergt te veel handelingen. Het geluid kan warmer maar voldoet aan de eisen.

Het navigatiesysteem RNS 300 is ook voorzien van een filemeldingsysteem inclusief flitsinfo. Als iedere automobilist hiermee wordt uitgerust, zou dit toch de doorstroming moeten bevorderen. Want wie schuift vrijwillig aan in een file van tien kilometer?

Als de contactsleutel wordt omgedraaid klinkt in de verte het ronkende geluid van een racemotor. Het lijkt op de oude Alfabrom, heel sportief dus. Maar ook hier zullen conservatieve rijders de voorkeur geven aan een zoemende naaimachine die uiteindelijk wordt overstemd door windgeruis. De prestaties van de tweeliter dieselmotor (140 pk), die overigens ook gewoon in bijvoorbeeld een Skoda Octavia wordt geplaatst, zijn overdonderend. De uiteraard niet al te zware koets wordt flink opgejaagd door de dynamische motor en blijft stevig trekken tot in de zesde versnelling. Op een dag dat de snelheidscontroleurs staken voor meer loon – logisch want ze verdienen genoeg voor de staat – gaat het gaspedaal naar beneden tot ver boven de 200 km per uur. De versnelling schakelt soepel, zoals het hoort.

Valt er verder nog wat te wensen? Ja, toch – de prijs zou lager moeten én kunnen. Kwaliteit kost natuurlijk geld. Maar voor 37.425 euro ga je in de middenklasse als rechtgeaarde Nederlander al snel om je heen kijken.

Erik Oudshoorn

Erik Oudshoorn is sportredacteur en rijdt in een Toyota Avensis.