FARC laat Colombiaanse gijzelaars vrij uit jungle

De Colombiaanse rebellenbeweging FARC heeft gisteren vier gijzelaars overgedragen aan het Internationale Rode Kruis en de Venezolaanse minister van Binnenlandse Zaken. Met de vrijlating komt een einde aan meer dan zes jaar gevangenschap.

De vrijgelaten gijzelaars zijn de drie voormalige Colombiaanse congresleden Gloria Polanco, Orlando Beltrán en Jorge Gechem en de voormalige senator Luis Eladio Pérez. Ze werden vrijgelaten op een open plek in de jungle van Zuid-Colombia. In twee Venezolaanse helikopters met artsen aan boord vlogen de politici direct naar de grens met Venezuela.

„Ze zijn gezond”, zei Jesse Chacon, een hoge medewerker van de Venezolaanse president Chávez, die bemiddeld heeft voor de vrijlating. De vier politici worden behandeld door de artsen. Polanco zou problemen hebben met haar schildklier en Gechem heeft hart-, rug- en maagklachten.

De bemiddeling van Chávez in het conflict in Colombia en de vrijlating van gijzelaars die daaruit is voortgekomen, hebben de onderhandelingspositie van de FARC verbeterd. De Colombiaanse rebellen proberen de Europese Unie over te halen om de FARC van de lijst met internationale terreurorganisaties te halen.

In januari liet de FARC al twee ander Colombiaanse politici vrij. Na deze eerste vrijlating riep Chávez de internationale gemeenschap op om de rebellen te erkennen als oorlogspartij in plaats van als terroristen.

De FARC herhaalde gisteren zijn eis een zone in Colombia te ontruimen om daar te onderhandelen met de regering over een gevangenenruil. De FARC heeft voorgesteld om zo’n veertig prominente gijzelaars vrij te laten – onder wie de voormalige Colombiaanse presidentskandidaat Ingrid Betancourt – in ruil voor de vrijlating van honderden guerrilla’s.

De Colombiaanse president Uribe ziet niets in zo’n ontruimde zone. Zijn minister van Defensie zei gisteren dat de FARC „de gevangenenruil altijd heeft gebruikt om politieke speelruimte te winnen en de regering in diskrediet te brengen”. (AP, Reuters)