Europarlementariërs willen vaker in beeld komen

Het Europees Parlement broedt plannen uit voor eigen televisieprogram-ma’s. Maar een miljoenen-publiek zit er voor ‘EP-TV’ niet in. „Dit wordt behoorlijk bureaucratisch.”

Europarlementariër Thijs Berman (PvdA) wil graag dat mensen het zien wanneer hij zit te slapen. Of wanneer hij de krant leest. Of aan het sms’en is. En binnenkort kan dat ook. Nog voor de zomer gaat het Europees Parlement televisie maken. Niet alleen vergaderingen worden live uitgezonden. Er zullen ook programma’s te zien zijn.

„Niet iedereen is gelukkig met het idee”, zegt Berman. „Ik hoorde een collega uit de fractie van Europese christen-democraten zeggen: ‘Ja, maar als wij verliezen dan wil ik niet dat dat wordt uitgezonden’.’’ Maar Berman is wél blij. „Mensen zeggen zo vaak tegen me: wat doen jullie daar eigenlijk? Straks kun je het gewoon zien.”

Zullen de programma’s – die worden uitgezonden via een website en negen miljoen euro per jaar kosten – de bekendheid van het Europees Parlement vergroten? Dat hopen parlementariërs, die nu vaak klagen dat er te weinig aandacht is voor hun werk. Vooral van de televisie. Waarom is er wel een Den Haag Vandaag, en geen Brussel Deze Week, vroeg Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) zich een tijdje geleden af op haar weblog.

„We krijgen te weinig kans om verantwoording af te leggen”, zegt Buitenweg. „Brussel wordt daardoor een moloch, iets wat over mensen heen walst. Mensen voelen zich daardoor machteloos.”

„Als Europa dreigt het kinder-ei te verbieden dan haal je het journaal”, zegt Jules Maaten (VVD). „Maar wordt er in het Parlement besloten over belangrijke wetgeving over de volksgezondheid dan zie je daar niks van terug.”

Moet het EP dan zélf maar tv gaan maken? „Het moet natuurlijk wel kritisch worden”, zegt PvdA’er Berman, zelf oud-journalist. „Ik wil geen Pravda-tv.”

Cornelis Visser (CDA) heeft juist vanwege die onafhankelijkheid grote twijfels over het plan. Stel dat de makers – productiebedrijf Mostra – een schandaal op het spoor komen, zullen ze dat dan uitzenden? „Ik kan het me niet voorstellen” , zegt Visser. „Elke grote organisatie dekt zichzelf af. Ik heb nog niks gehoord over een redactiestatuut, om de onafhankelijkheid van de programma’s te garanderen.”

Visser ziet het al voor zich: de redactieraad, die bestaat uit ambtenaren, gaat straks op basis van de omvang van fracties precies berekenen hoeveel zendtijd die moeten krijgen. „Dit wordt behoorlijk bureaucratisch.” Bovendien moet het benodigde geld eerst nog worden vrijgemaakt.

Natuurlijk is dit niet dé oplossing, zegt VVD’er Maaten. „Het kan interessant zijn voor specifieke doelgroepen. Iemand die actief is in de milieubeweging zal graag een debat volgen over klimaatverandering. Maar miljoenen Nederlanders zullen we er natuurlijk niet mee bereiken.”

Miljoenen worden mogelijk wel worden bereikt met een ander Europees mediaproject dat deze week werd gepresenteerd. Ook de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, vindt dat burgers beter geïnformeerd moeten worden over wat er in Brussel gebeurt. Daarom geeft ze geld – 5,8 miljoen euro per jaar – aan een groep radiozenders die vanaf april samen dagelijks programma’s gaan maken over Europa. Radio Nederland Wereldomroep doet mee, net als Deutsche Welle en Radio France Internationale (RFI). Euranet heet het project (zie inzet).

De BBC wilde niet meedoen, zei voorzitter Antoine Schwarz van RFI tijdens een persconferentie, omdat de omroep principieel geen geld aanneemt van andere overheden dan de Britse. De Duitse zender ARD wil geen programma’s uitzenden die anders niet zouden worden gemaakt. Maar zelf zei Schwarz geen moeite te hebben met het accepteren van Europees geld. „Ik ben toch Europeaan? En ik krijg ook geld van de Franse overheid. Natuurlijk blijven we als journalisten onafhankelijk.”

Peter Veenendaal, die namens de Wereldomroep betrokken is bij het project, was zelf correspondent in Brussel. Een leuke tijd, zegt hij, maar soms ook moeilijk. „Als je drie of vier minuten radio maakt dan heb je de helft van de tijd nodig om uit te leggen in welke fase van de besluitvorming je zit. ”

Moeten de Europese instellingen misschien niet alleen naar de media kijken, maar ook naar zichzelf? Ja, zegt Jules Maaten van de VVD. De plenaire debatten in het EP moeten levendiger worden, vindt hij. En de manier waarop besluiten tot stand komen helpt inderdaad niet niet. De Commissie doet een voorstel, het Parlement kijkt ergens naar in eerste of tweede ‘lezing’, soms is er een ‘consiliatieprocedure’ nodig. En dan heb je ook nog de nationale parlementen die af en toe een rol spelen. „Het is nu te moeilijk om te zien wie wanneer wat besluit.”