Emancipatie

Het volk wordt dom gehouden, zeggen ze. ’t Zal vast zo zijn. ’t Is ook heel aantrekkelijk voor de bazen. God is dood en alle mensen zijn gelijk, ongetwijfeld, maar wat schieten kardinalen en koningen daarmee op? ’t Is zaak die funeste kennis niet te laten doorsijpelen naar beneden.

Zodra tot de lagere standen begint door te dringen wat aan de top allang bekend was begint de ellende. Onrust, opstandigheid, ontevredenheid. Daar is de top heilig van overtuigd.

De oude, rijke families in Niemandsdorp zijn erin geslaagd lang achtereen veel onder de deksel te houden. Geleidelijk komen hun machinaties nu ook bloot te liggen voor de eenvoudige dorpelingen, de horigen en gelovigen van weleer. De oude wereld van gezag en gehoorzaamheid stort in en een nieuwe kijk op het verleden ontvouwt zich – een wereld waarin landeigenaren zich politiek en seksueel alles konden veroorloven en waarin de gedienstigen niet anders wisten of het was hun genadige lot om vernederd en verkracht te worden.

Niemand heeft ze spontaan dat geheim onthuld. Hun inzicht is geleidelijk gekomen, met kleine stapjes en zonder dat ze er veel erg in hadden. Door de ontmoeting met vreemdelingen, door de televisie, door dampen van overzee en vibraties in de lucht. De politici in de stad die beweren dat zij de emancipatie tot stand hebben gebracht, uit overtuiging en met voorbedachten rade, liegen. Ook zij hadden ’t liever onder de deksel gehouden.

Zo kan het gegaan zijn. Wat eerst alleen de hogere standen wisten ligt nu op straat, een ommekeer. Maar het is ook mogelijk dat de arme dorpelingen de waarheid allang wisten en pas nu durven die hardop te zeggen. Of de gedachte eraan toe te laten.

Ineens vliegt er wéér iets nieuws door het dorp. Werd ook dit nieuwtje vanuit Lissabon gelanceerd en de wereld ingestuurd door de alwetende familie van het Grote Huis, of bracht de kosteres die de familiezaken waarneemt en ook Bisschop junior af en toe wat geld toestopt alleen maar een sluimerend vermoeden onder woorden?

Heb je ’t al gehoord? Is ’t mogelijk? Valha-me Deus!

Al binnen enkele uren is het gerucht omgetoverd tot een feit dat iedereen eigenlijk al wist omdat iedereen het had kunnen weten.

De oude doutor Marques, wiens huis naast het mijne staat en die ik een paar keer per jaar hier zag voorbijstrompelen, de man die vloekte zodra een dorpeling het waagde één voet op zijn grondgebied te zetten en die altijd pochte op zijn Duitse connecties, de zuinige doutor Marques, de door en door roomse doutor Marques – die zou ook al de verwekker zijn geweest van Bisschop junior. Bij een van de talrijke meisjes die voor zijn familie hadden gewerkt. In de keuken, op het land, bij het vee. De keus was groot.

De familie van het Grote Huis had ervan geweten, de kosteres, de moeder, maar nooit had iemand een kik gegeven. De moeder was kort na de bevalling overleden, dat hielp.

Ik betrap me erop, als ik mijn weg door het dorp vervolg, dat ik overal kinderen van doutor Marques zie. Iedereen tussen de twintig en vijftig heeft plotseling zijn neus, zijn kin, zijn motoriek, zijn roomse lachje.

Gerrit Komrij