Dollarkoers nog niet op bodem beland

Als het over de Amerikaanse inflatie gaat, heeft de markt altijd gelijk. Maar welke markt? De dollar daalt. Voor een euro moet al meer dan 1,50 dollar worden betaald. Dat is een duidelijk signaal van een gebrek aan vertrouwen in de bereidheid – of het vermogen – van de Verenigde Staten om een aanhoudend hoge inflatie te vermijden. Maar het rendement van 3,8 procent op Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar snijdt slechts hout als de inflatie tien jaar lang betrekkelijk laag blijft.

De dollar bevindt zich ruim beneden het niveau waarop sprake is van een gelijkwaardige koopkracht in de Verenigde Staten en de Eurozone. De dollar is tevens goedkoop genoeg om de Amerikaanse export een steun in de rug te geven. Die was in de laatste drie maanden van 2007 13 procent hoger dan in het jaar daarvoor. De import steeg met slechts 10 procent.

Maar munten schieten wel vaker door het evenwichtsniveau heen. En dat niveau kan zelf ook veranderen. Als de inflatie in de VS hoger wordt dan die van hun handelspartners, hoeft een wisselkoers van 1,50 dollar voor een euro helemaal niet zo goedkoop te zijn.

De inflatiedruk lijkt in de hele wereld zorgwekkend hoog. De stijging van 25 procent van de zogenoemde spotprijs van tarwe deze week was symptomatisch, evenals het niveau van 10,2 procent van de producentenprijsinflatie in januari in de VS.

Maar de Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) lijkt zich veel minder zorgen te maken over de inflatie dan de centrale banken in andere delen van de wereld. De Amerikaanse regering doet bovendien wat zij kan om de inflatie te bevorderen, door cheques van 1.200 dollar te versturen naar de meeste echtparen in het land. Het programma zal naar verwachting het begrotingstekort verdubbelen.

Beleggers in obligaties lijken niet verontrust te zijn over de komende verslechtering van het begrotingstekort. Zij hopen wellicht op een herhaling van de recente geschiedenis. Na de Amerikaanse belastingverlaging van 2001 explodeerde het begrotingstekort, maar daalden de rendementen op obligaties.

Destijds wilden buitenlanders echter maar al te graag hun goedkope producten ruilen voor Amerikaanse staatsobligaties. De recente snelle koersdaling van de dollar duidt erop dat buitenlanders een deel van hun vertrouwen in de VS aan het verliezen zijn.

Misschien moeten de obligatiebeleggers iets verder teruggaan in de tijd voor hun geschiedenislessen. Nadat de Fed midden jaren zestig de controle over de inflatie kwijt was, klom het rendement op tienjarige staatsobligaties van 4 naar 15 procent. Zelfs een bescheiden imitatie daarvan zou al tot een nog veel lagere dollarkoers leiden.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com