Debat over Rusland

Rusland beweegt zich als lompe beer op het toneel

[...] Zoals alles in het leven heeft ook de geopolitiek haar modes. Het is nog niet zo lang geleden dat een Amerikaans politicoloog het einde van de geschiedenis uitriep, en dat George H.W. Bush een nieuw tijdperk van vrede en welvaart afkondigde. Nog korter geleden, toen Bush na de val van Bagdad zo schandalig werd geportretteerd voor dat Mission Accomplished-spandoek, verheugden velen zich op de nieuwe opperheerschappij van Amerika.

Dat moment van eenpoligheid is kennelijk weer net zo snel verdwenen als het verscheen. Nu houden sommigen het op een wereld die verdeeld is tussen twee concurrerende blokken: aan de ene kant de democratische rechtsstaten, aan de andere kant China en Rusland, die het autoritair kapitalisme hooghouden. Het is een elegant concept dat lijkt te worden bevestigd doordat Moskou en Peking de leiding hebben in de Shanghai Organisatie voor Samenwerking.

Maar elegant wil nog niet zeggen overtuigend. Zeker, die landen zullen zich allebei verzetten tegen westerse inmenging in hun binnenlandse aangelegenheden. Geen van beide zal zich de les laten lezen over de veronderstelde superioriteit van de democratische rechtsstaat. Maar op een dieper niveau lopen de belangen van China en Rusland fundamenteel uiteen. Zij vragen verschillende dingen van het huidige internationale bestel.

De assertieve houding van Rusland onder Vladimir Poetin wortelt in de Russische bodemschatten en in een psychische toestand die voortkomt uit de veronderstelde vernedering van het land na de val van het communisme. Intimidatie is het middel waarmee het Kremlin het verloren respect denkt te herwinnen – zie Poetins onbesuisde waarschuwing dat Rusland zijn kernraketten op Oekraïne zou kunnen richten.

Voorzover Poetins regime enig belang hecht aan de internationale orde, berust dat op de misvatting dat Rusland zijn plaats als supermogendheid en concurrent van de Verenigde Staten zou kunnen heroveren. Zijn kernwapenarsenaal is het symbool van zijn macht. Zolang Rusland zijn aardolie en gas kan verkopen – en de Europese markt kan daar niet buiten – voelt Moskou zich nauwelijks geroepen om zich in de wereldorde op te stellen als een serieuze partner.

De lange termijnbelangen van China liggen anders. China is in de meeste opzichten repressiever dan Rusland, en het staat al net zo wantrouwig tegenover pogingen om onder aanvoering van de VS de democratie te verbreiden. Het heeft meer vertrouwen in zijn eigen – niet-democratische – waarden. Ondanks al Poetins grote woorden is Rusland voorbestemd een regionale grootheid te blijven. China is nú al een wereldmacht, met invloed en belangen in alle werelddelen. Het Kremlin heeft de lompe tred van de klassieke bullebak. Peking beweegt zich liever lichtvoetig over het wereldtoneel.

Maar het grote verschil zit hem in de aard van China’s economische opkomst. Rusland verkoopt energie. China’s welvaart is enerzijds aangewezen op de invoer van reusachtige hoeveelheden grondstoffen en anderzijds op open markten voor de afzet van zijn producten. Het kan aardolie en andere grondstoffen dan wel verwerven van paria’s als Soedan, maar het heeft toch een stabiele internationale orde nodig om de import om te zetten in export.

Naarmate China zijn belangen in Afrika, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten uitbreidt, raakt het onvermijdelijk verwikkeld in politieke controverses. De Amerikaanse wetenschapper John Ikenberry schrijft in een doorwrocht essay in het jongste nummer van Foreign Affairs dat China niet alleen toegang wenst tot het wereldwijde kapitalistische stelsel, maar tevens prijs stelt op de bescherming die dat stelsel biedt via zijn regels en instellingen.

Economische integratie en geopolitiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het zou dwaasheid zijn om te menen dat China bereid is zijn felle verzet tegen buitenlandse inmenging te matigen. Hét eeuwige probleem van de leiders van China is dat zij, te midden van reusachtige maatschappelijke omwentelingen, gezag en orde moeten handhaven. We mogen van Peking ook geen eerbetoon aan westerse waarden verwachten, noch dat het zijn standpunt verlaat dat buitenlandse inmenging taboe is.

Toch heeft het al enkele malen water bij de wijn moeten doen. Door druk vanuit Peking is Noord-Korea gedwongen tot serieuze onderhandelingen met de VS over zijn kernwapenprogramma, en China heeft twee sanctierondes van de Verenigde Naties tegen Iran gesteund.

De druk die nu op Soedan wordt geconcentreerd – maar die zich ongetwijfeld zal gaan uitstrekken tot Pekings betrekkingen met andere paria’s – zal zeker toenemen. Omdat zijn nationale belang handhaving van het huidige bestel vergt, zal Peking daarop wel moeten reageren. China kan niet blijven gedijen in één dimensie van de wereldorde, als het zich aan de andere probeert te onttrekken.

(Columnist Philip Stephens in de Financial Times.)