De staat der Grondwet

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) vraagt veel van de Grondwet als deze ook een educatieve, instructieve en bindende functie moet krijgen, zoals zij gisteren namens het kabinet suggereerde. Volgens een peiling vindt 94 procent van de burgers de Grondwet belangrijk. Maar dezelfde burgers hebben vaak geen idee wat er in staat. Het zou dus goed zijn als de Grondwet bekender was.

Toch koestert het kabinet overspannen verwachtingen van een opfrisbeurt plus een wervende preambule. De Grondwet is namelijk met reden niet zo eenvoudig: ze is immers de afgelopen twee eeuwen door politieke strijd tot stand gekomen. Meningsverschillen over de huidige tekst verdwijnen niet door een simpele redactie. Net als bij de belastingvereenvoudiging en spellingsherziening kan het resultaat bovendien tegenvallen. Nieuwe formuleringen scheppen juist onduidelijkheid zolang de tekst nog niet opnieuw is geïnterpreteerd en toegepast.

Bedenkelijk is verder Ter Horsts visie op de Grondwet als een geheel van ‘spelregels waar we op kunnen terugvallen en waar we elkaar aan kunnen houden’. Daarmee miskent zij het karakter van de Grondwet als een op de overheid bevochten document tot bescherming van de burger tegen de overweldigende macht van de staat. De minister zelf hoort dus tot de burgers die niet precies weten wat de Grondwet inhoudt. Dit doet het ergste vrezen voor eventueel nieuwe voorlichtingscampagnes of lespakketten over de Grondwet.

In de voorstellen van Ter Horst ontbreken ten slotte de Europese instellingen die een deel van het constitutionele regime in Nederland zijn gaan bepalen in het voordeel van de individuele burger. Deze gecompliceerde werkelijkheid is niet weg te poetsen door het versimpelen van de tekst van de Grondwet of door het herziene verdrag van de Europese Unie geen Europese grondwet te noemen.

De rechter mag Nederlandse wetten weliswaar niet toetsen aan de Grondwet maar hij toetst wel aan het recht van de Europese Unie en aan het Europese verdrag van de rechten van de mens. Veel grondrechten zijn dus Europees. De burger kan er nu al beroep op doen, tot aan Straatsburg en Luxemburg toe. Als de rechter mag toetsen aan de Nederlandse Grondwet (een wetsvoorstel is in behandeling), moet hij bovendien rekening houden met Nederlandse constitutionele eigenaardigheden. Het resultaat zou in het voordeel kunnen uitvallen van de bijzondere scholen en de vrijheid van godsdienst en in het nadeel van het discriminatieverbod en de vrijheid van meningsuiting.

Het onderling afwegen van soms tegenstrijdige grondrechten blijft moeilijk. De Nederlandse constitutie is gedeeltelijk Europees. Het is zeker belangrijk dat burgers daar meer bekend mee raken. Maar eenvoudiger wordt het niet. Het is gratuit om het onderwijs met weer een nieuw vak op te zadelen of om een voorlichtingscampagne te starten. Het meeste effect hebben politici die zelf in de geest van de Grondwet en de Europese verdragen spreken en handelen.