Als het aan de boer lag, waren er geen ganzen

Veeboeren hebben altijd al last van ganzen gehad, maar het wordt steeds erger. „Ik wil koeien en schapen en dan een hele tijd niks.”

Help de boer, eet een gans. Het aantal ganzen in Nederland neemt al jaren sterk toe, tot bijna drie miljoen deze winter. Voldoende aanbod dus voor een salade van wildeganzenborst of een lasagne van gerookte gans. „Als er dan toch geschoten wordt, kun je ze maar beter opeten”, vindt Rita Joldersma van het Centrum voor Landbouw en Milieu. In september bracht ze een boekje met recepten uit: Ganzenbord.

Albert Hooijer, melkveehouder in Weesp, kan de humor er wel van inzien. Hij is de ganzen die in de winter zijn mooiste gras opeten meer dan beu. Vorig jaar verdween zo’n dertien hectare van zijn voorjaarsgras in de maag van de overwinterende kolgans. Ook dit jaar eten honderden ganzen zijn grasland kaal en poepen het onder. Hij mag ze niet wegjagen, want een deel van zijn land is aangewezen als foerageergebied – mede op zijn verzoek. „Dat was de minst slechte oplossing”, zegt Hooijer.

In een nog ongepubliceerd rapport van Vogelonderzoek Nederland (Sovon) staat dat ganzen hier precies vinden wat ze zoeken: grote wateren, afgewisseld door hoogproductieve landbouwgrond.

Vorige winter telde Sovon ruim 2,8 miljoen ganzen in Nederland. Het grootste deel vliegt na de winter weer naar het noorden om te broeden, maar ook het aantal zomergasten neemt toe. Dat levert overlast op; ook in de steden en op Schiphol. De Noord-Hollandse gedeputeerde Peter Visser gaf vorige week toestemming ganzen in een grotere kring rond de luchthaven te schieten en te vangen.

„Als ik mocht kiezen, waren er helemaal geen ganzen”, zegt Albert Hooijer in zijn boerderij aan de Vecht. Dinsdag zaten ze nog op zijn land en een dag later zijn de gevolgen letterlijk niet te missen. Op sommige plekken ligt zijn land zo dicht bezaaid met dikke, langwerpige ganzendrollen, dat je goed moet uitkijken waar je je voeten zet. „Ik wil koeien en schapen en dan een hele tijd niks. En dan misschien ganzen.”

Tjeerd Rinsma, secretaris van de jagersvereniging in Hooijers regio, schiet zo af en toe een gans af, „hooguit een paar per dag”. Daarmee verjaagt hij de rest. „Winterganzen hebben lerend vermogen”, weet Rinsma. Het is zijn taak om de ganzen naar de foerageergebieden te jagen, door de provincie aangewezen gebieden waar ganzen ongestoord mogen eten.

Boeren die hun land in de winter als foerageergebied beschikbaar stellen, krijgen daar een vergoeding voor. Uit het rapport van Sovon blijkt dat veel schade toch buiten hun weilanden wordt aangericht. Ganzen trekken zich niets aan van provinciale verordeningen en vreten gewoon het gras op dat er het best bij staat. Dertig procent ervan ligt buiten de aangewezen gebieden.

Volgens Rinsma ligt een deel van het probleem bij de Flora- en faunawet uit 2002. „De wet is veel te snel door de Tweede Kamer gejast. Toen hij eenmaal van kracht werd, was niemand er klaar voor.” Provincies moeten sindsdien hun eigen flora- en faunabeleid vaststellen, met behulp van zogenoemde florabeheereenheden, waarin alle betrokken organisaties zitting hebben. „Het heeft minstens drie jaar geduurd voordat het allemaal georganiseerd was. Dat betekent dat er drie jaar vrijwel niets is gebeurd om de ganzenpopulatie te beheren.”

In Nederland is vorig jaar ongeveer 80.000 hectare grond aangewezen als foerageergebied. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betaalde boeren afgelopen jaar alleen al voor de ganzen op hun land bijna 13 miljoen euro.

Hooijer kreeg afgelopen jaar een vergoeding van zo’n 9.000 euro voor foeragerende ganzen in winter en zomer. ’s Zomers zitten er regelmatig grauwe ganzen op zijn land, waardoor zijn koeien het gras niet meer kunnen eten en de groeicyclus van het gras wordt verstoord.

Was Hooijers weiland geen foerageergebied geweest, dan had hij de ganzen nog niet zomaar kunnen verstoren. „Als ik die beesten door de wildbeheerder wil laten verjagen, dan moet de provincie eerst een bijzondere opsporingsambtenaar sturen om te kijken of ik wel echt schade heb”, zegt hij. „Denken ze soms dat ik gek ben en zelf niet kan zien of ze mijn land onderschijten en opvreten?”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Aantallen ganzen

In het artikel Als het aan de boer lag, waren er geen ganzen in de krant van 28 februari (pagina 3) staat dat Vogelonderzoek Nederland (Sovon) vorig jaar 2,8 miljoen ganzen telde in Nederland. Dat moet zijn: bijna 2 miljoen ganzen , die niet allemaal tegelijk in Nederland waren.