Agressief denken kan geen kwaad

De meerderheid van de studentes heeft regelmatig agressieve fantasieën. Dat is net zo vaak als mannen die in de cel zitten. Maar gedetineerden gaan er wel minder goed mee om.

Agressieve gedachten zijn heel normaal. Wie fantaseert nooit eens dat hij iemand uitscheldt, in elkaar slaat of zelfs vermoordt? En toch: het leidt niet per se tot agressief gedrag. De gedachten zijn dus niet het probleem, het gaat er vooral om: wat dóe je met die gedachten. Hoe krijg je ze onder controle? Onderdrukken blijkt het slechtst te werken. Een beetje afleiding zoeken het best.

Op deze kwestie promoveert morgen Marleen Nagtegaal. Zij ondervroeg vrouwelijke en mannelijke studenten over agressieve fantasieën, net als mannelijke leden van een schietsportvereniging, mannelijke gedetineerden en nog twee controlegroepen.

Wat bleek?

„Bijna zestig procent van de studentes rapporteerde agressieve fantasieën. De frequentie varieerde van dagelijks tot een paar keer per jaar. 53 procent van de gedetineerden en 51 procent van de schietsporters bleek agressieve fantasieën te hebben. In de controlegroepen voor de gedetineerden en schietsporters lag het percentage steeds rond de vijftig procent.”

Hoe onderzocht u dat?

„Iedereen kreeg vragenlijsten. We vroegen daarin naar de agressieve fantasieën en de manier om die onder controle te houden.”

Vroeg u ook naar de aard van de fantasieën?

„Nee. Het waren gesloten vragen dus niemand kon exact beschrijven wat hij of zij fantaseerde. We gaven wel voorbeelden: ‘U kunt denken aan verbaal en fysiek geweld, of zelfs moord’. Bij de studentes bijvoorbeeld ging het vrij vaak om verbaal geweld, maar werd ook fysiek geweld regelmatig gerapporteerd.”

Het onderdrukken van de agressieve gedachten werkt het slechtst, blijkt uit het proefschrift. Waarom?

„Dat bleek al uit het experiment van Daniel Wegner in 1987. Hij vroeg mensen vijf minuten lang niet aan een witte beer te denken. Als ze wel aan een witte beer dachten, moesten ze dat onderdrukken. En waar dachten proefpersonen aan? Aan een witte beer natuurlijk. Onderdrukken blijkt geen goede strategie. Dat komt overeen met wat ik vond.

„Er zijn ook mensen die zichzelf straffen voor ongewenste gedachten. Ze slaan of knijpen zichzelf. Of ze worden echt kwaad, ze zeggen tegen zichzelf: als je dat en dat denkt dan gebeurt er iets ergs. Die strategie bleek óók slecht te werken. Mensen die zo’n strategie gebruiken hebben vaak psychische klachten. Piekeren als controlestrategie werkt ook slecht.”

Maar wat werkt wel?

„Afleiding. De vrouwelijke studenten die afleiding zochten als ze agressieve gedachten hadden, werden minder vaak daadwerkelijk agressief dan studentes die over hun gedachten piekeren, ze proberen te onderdrukken of die zichzelf bestraffen. Over de gedachten praten helpt ook, vooral bij de studenten werkte dat goed. Het herwaarderen van de agressieve gedachten is ook geen slechte manier om er mee om te gaan. Dan zegt je bijvoorbeeld tegen jezelf: ‘Je fantaseert nu dat je je buurman in elkaar slaat, maar dat is gewoon onzin.’”

U onderzocht ook een groep gedetineerden. Hadden gedetineerden meer agressieve gedachten?

„Nee. 58 procent van de gedetineerden had agressieve gedachten, 38 procent in de afgelopen twee maanden. In de controlegroep had de helft van de mensen agressieve gedachten, 41 procent de afgelopen twee maanden. Maar het bleek dat de gedetineerden vaker ineffectieve strategieën gebruikten om hun gedachten te controleren.”

Waarom is een effectieve strategie om agressieve gedachten de kop in te drukken zo belangrijk?

„Als mensen veelvuldig fantaseren over agressief gedrag is de kans dat ze dat gedrag daadwerkelijk gaan vertonen, groter. Rowell Huesman ontwikkelde een model om agressief gedrag van kinderen en volwassenen te verklaren. Dat model gebruik ik in mijn onderzoek.

„Huesman stelt dat mensen scripts in hun hoofd hebben zitten voor allerlei verschillende situaties. Ze gebruiken een script om op een begrafenis, bij een huwelijk of bij de bakker adequaat te handelen en te reageren. Er zijn ook scripts die zo vaak worden gebruikt dat ze zijn ingesleten. Autorijden bijvoorbeeld. Volgens Huesman hebben zeer agressieve mensen een ingesleten agressiescript. Dat inslijten gebeurt in dat geval door het veelvuldig fantaseren over agressie. Het is dus belangrijk die fantasieën te controleren.”

Waarom onderzocht u een groep schietsporters?

„Toen ik met mijn onderzoek bezig was, schoot een man die lid was van een schietsportvereniging zijn ex-vriendin en twee bekenden van haar dood. Daarna doodde hij zichzelf. Er volgde een maatschappelijke discussie of schietsporters agressiever waren dan anderen en of ze wel beschikking mochten hebben over wapens.”

En?

„Schietsporters bleken minder agressief, impulsief, psychotisch en neurotisch dan de controlegroep. Alleen op extraversie scoorden de schietsporters hoger. En slechts 51 procent van de schietsporters had agressieve gedachten, terwijl dat percentage in de controlegroep 55 procent was. Je kunt beter lid zijn van een schietsportvereniging dan van een hockeyclub of voetbalvereniging.”