Wie stopte cocaïne in Mandy’s koffer?

Zeven dagen lang is de rechtbank Breda druk met de loverboys van Mandy. Dwongen zij haar drugs te smokkelen? Of verzon ze dat in een Dominicaanse cel?

In de rechtbank van Breda ligt de naam Mandy Pijnenburg (19) momenteel op ieders lip. Zeven zittingsdagen telt de zaak tegen zeven verdachten, die in meer of mindere mate zouden zijn betrokken bij het ronselen van de Tilburgse voor het smokkelen van ruim 20 kilo cocaïne vanuit de Dominicaanse Republiek naar Nederland, eind juli 2006.

Pijnenburg die op het vliegveld van Punta Cana werd betrapt, verklaarde in maart vorig jaar tegenover haar Dominicaanse rechters dat drie Nederlandse broers haar hadden gedwongen het drugstransport uit te voeren. Ze zei ook dat een van de broers, haar loverboy Delano P. (31), haar had bedreigd, mishandeld en als prostituee had uitgebuit. Pijnenburg kreeg een celstraf van tien jaar.

Op de eerste zitting van de omvangrijke loverboy- en drugssmokkelzaak in Breda meldde Pijnenburgs advocaat N. Assouiki gisteren dat haar cliënte „in erbarmelijke omstandigheden” gevangen zit, maar ze had ook goed nieuws: Mandy’s moeder en de ambassade in de Dominicaanse Republiek hadden haar verteld dat Mandy’s straf deze maand is gehalveerd. Dat gebeurde in een hoger beroep, waarin de rechters mogelijk hebben meegewogen dat in Nederland momenteel een rechtszaak loopt tegen Delano P. en zijn zes medeverdachten.

De voorzitter van de Bredaserechtbank las gisteren een verklaring van Pijnenburg voor. Ze schreef daarin dat Delano P. haar in juli 2006 via de telefoon opdroeg naar de Dominicaanse Republiek te gaan. Toen ze zei dat ze dat niet wilde, zou haar loverboy hebben gewezen op het feit dat hij nog geld van haar tegoed had. Ook zou hij hebben gedreigd haar familie in brand te steken. Ze ging uiteindelijk toch naar Midden-Amerika waar ze een koffer met onbekende inhoud moest ophalen. De douane vond daarin de cocaïne.

Hoe is Pijnenburg in handen gevallen van de vermoedelijke verdachten? Haar ouders hebben in de media verklaard dat het vanaf haar veertiende jaar mis begon te gaan. Dat waarschuwingen niet hielpen, dat hulpverleners te weinig deden en dat ze met verkeerde mensen omging.

In BN-De Stem van 4 augustus 2006 vertelden ze dat Mandy („geen gemakkelijk meisje, opstandig, maar ook lief”) depressief werd, en dat ze daarvoor hulp probeerden in te schakelen. Haar ouders zeiden dat ze Mandy’s laatste vriend (Delano P.), die ze op haar zeventiende in Rotterdam had leren kennen, verdachten van loverboypraktijken, en dat ze via hem wellicht in de drugshandel is geraakt. In mei 2006 meldde Mandy dat ze achter het raam wilde gaan werken. De moeder: „Ik heb gehuild, gesmeekt. (...) Ik had al zoveel meegemaakt, dat ook mijn grenzen verschoven. Ik ben zelfs op zoek gegaan naar een club, zodat ze op een veilige en beschermde manier kon werken.”

Half juli van dat jaar stapten de ouders van Mandy naar de politie, nadat de Tilburgse korte tijd zoek is geweest en zich daarna meldde vanuit de Dominicaanse Republiek. Bij de familie thuis kwamen intussen hoge (telefoon)rekeningen binnen, alle op naam van Mandy.

De rechtszaak tegen Delano P., die wordt verdacht van drugssmokkel en loverboypraktijken, dient morgen. Gisteren stond zijn broer Dennis (24) voor de rechtbank. Aan het begin van de behandeling van de zaak tegen Dennis P. bleek dat het Openbaar Ministerie (OM) hem er niet meer van verdenkt óók een loverboy te zijn van Pijnenburg. Dennis P. wordt verweten dat hij samen met zes anderen, onder wie zijn vriendin Zöhra O., is betrokken bij de drugssmokkel van de Tilburgse vrouw en bovendien dat hij meewerkte aan een transport van 15 kilo cocaïne in 2005. P. ontkent alles.