Spook van protectionisme waart door het Westen

De roep om protectie wordt luider. In Amerika bieden Obama en Clinton tegen elkaar op. Ook in Brussel wordt de toon scherper. China is de vijand.

Een Republikeinse president met een wegkwijnende populariteit. Onrust op de financiële markten die dreigt uit te lopen op een mondiale economische inzinking. 2008 kent op z’n minst een paar echo’s uit 1930. Het meest opvallende van alles is dat net als destijds onder Amerikaanse politici de protectionistische retoriek opgang doet.

Zowel op Capitol Hill als in de voorverkiezingen voor het Amerikaanse presidentschap doen met name de Democraten hun best om de handelsliberalisering de schuld te geven van het in de waagschaal stellen van Amerikaanse werknemers. Hillary Clinton roept op tot een time-out voor nieuwe handelsovereenkomsten.

Er zijn al tekenen dat de internationale handel vertraagt. Maar de meeste deskundigen menen dat het mondiale handelssysteem veel beter in staat is weerstand te bieden tegen protectionistische sentimenten dan tachtig of zelfs twintig jaar geleden.

De geesten van twee mannen baren de pessimisten over protectionisme zorgen: die van Reed Smoot, een senator uit Utah, en Willis Hawley, een afgevaardigde uit Oregon. Het was hun wet die in 1930 de Amerikaanse handelstarieven fors omhoog trok, wat leidde tot een reeks internationale vergeldingen, waardoor de mondiale economische depressie nog eens werd verdiept.

Protectionisme kan de zaak verergeren: recessies leiden meestal tot defensieve reacties van bange regeringen. Als het Amerikaanse Congres nu al fulmineert over de oneerlijke concurrentie uit China, terwijl de werkloosheid op een historisch dieptepunt van 5 procent staat, wat zal het dan doen als dat percentage scherp omhoog gaat?

Stappen „ter bescherming van de handel” – zoals antidumpingmaatregelen en eenzijdig opgelegde tarieven op import die kunstmatig laag is geprijsd – nemen meestal toe als de economie in een groeivertraging terechtkomt. Gary Horlick, een in Washington gevestigde handelsadvocaat, zegt dat het jaar waarin dit soort maatregelen zijn top kende 1982 was, op het dieptepunt van een recessie.

Een tegenargument vormt de lancering van de zogenoemde Doha-ronde van de mondiale handelsbesprekingen in november 2001, juist toen de angst voor een wereldwijde recessie om zich heen greep. Maar dat was – ondanks het uitblijven van succes – eerder een symbool van de mondiale solidariteit, in het kielzog van de terreuraanslagen op de VS van september 2001, dan een antwoord op de economische inzinking.

Om antidumpingmaatregelen te rechtvaardigen, moeten bedrijven aantonen dat ze materiële schade hebben geleden door toedoen van oneerlijk geprijsde import. De sterke economische groei en de explosieve stijging van de grondstoffenprijzen hebben dat de afgelopen jaren heel moeilijk gemaakt. Het wereldwijde aantal ‘handelsbeschermingsmaatregelen’ bereikte in de eerste zes maanden van 2007 een historisch dieptepunt, waarbij de Europese Unie opmerkelijk genoeg helemaal geen actie ondernam.

Vervolg Protectie: pagina 16

Wereldhandel kan tegenwoordig tegen een stootje

Vervolg Protectie van pagina 15

‘De conventionele wijsheid luidt dat je twee kwartalen van slechte resultaten nodig hebt voordat je een klacht kunt indienen,” zegt de Amerikaanse handelsadvocaat Gary Horlick. „Daarom zal het waarschijnlijk tot het eind van dit jaar duren voordat we [in Amerika] een hoop klachten binnenkrijgen als gevolg van de vertragende economische groei.”

Als er sprake is van een daling van de vraag en van de prijzen voor industriegoederen, gevolgd door afnemende winsten, kunnen de klachten snel toenemen. De uitgebreide interventies van de Chinese overheid in de binnenlandse economie maken het relatief makkelijk om te betogen dat de Chinese export door de staat wordt gesubsidieerd. En als zulke oproepen tot bescherming inderdaad komen, zullen ze waarschijnlijk op een gewillig oor kunnen rekenen, wie er begin 2009 ook in het Witte Huis zal zitten.

Ook in de Europese Unie, waar meer voorbehouden zijn ingebouwd in het proces van het gehoor geven aan klachten, is het sabelgekletter de afgelopen maanden luider geworden, met name in de richting van China. Peter Mandelson, de Europese commissaris voor Handel, heeft Peking herhaaldelijk gewaarschuwd dat de Chinese export kan stuiten op een muur van ‘handelsbeschermende’ maatregelen als China zich niet aan de regels houdt. „De toon van Mandelson jegens China is in het vierde kwartaal van vorig jaar veranderd,” zegt Cliff Stevenson, een handelsconsultant.

Toch verwachten handelsdeskundigen dat het nog lang zal duren voordat we kunnen spreken van het type protectionistische handelsoorlog dat eerdere decennia heeft ontsierd. Naarmate bedrijven in steeds meer sectoren hun productie uitbesteden en in andere landen fabrieken bouwen, worden ze minder afhankelijk van het behoud van de productiefaciliteiten in één bepaald land.

Antidumpingmaatregelen en importtarieven tegen verkapte staatssubsidies beperken zich nu goeddeels tot een paar zwaar belaagde, zeer concurrentiegevoelige sectoren, waarin de marges laag zijn, zoals de staalproductie en andere basisindustrieën. De Europese Commissie is onlangs een antidumpingonderzoek begonnen op het terrein van draadstaal en kaarsen uit China, terwijl het Amerikaanse ministerie van Handel de afgelopen maand bewijzen heeft gevonden voor het dumpen van Chinese spijkers en magneten.

I.M. Destler van de Universiteit van Maryland, een vooraanstaand deskundige op het gebied van de handelspolitiek, zegt dat veel traditionele protectionistische lobbies in de rijke landen, zoals die in de textielsector, drastisch in omvang en invloed zijn geslonken. Andere industrieën hebben zich over de hele wereld verspreid. De autoindustrie bijvoorbeeld, die zeer actief was in de heftige handelsdisputen tussen de VS en Japan van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, roert zich vrijwel niet in de huidige golf van protectionistische sentimenten, grotendeels omdat de autoconcerns sindsdien in alle delen van de wereld hebben geïnvesteerd.

Op Capitol Hill circuleren momenteel diverse wetsvoorstellen om oneerlijke concurrentie uit China tegen te gaan. Maar zelfs de staalsector zegt er vooral op uit te zijn dat de voorstellen zich beperken tot redelijk technische kwesties aangaande dumping. Het besluit van het ministerie van Handel om importtarieven tegen verkapte Chinese staatssubsidies toe te staan zou wet moeten worden.

Sommige heethoofden in het Congres willen dat dergelijke tarieven ook worden opgelegd ter compensatie van de in hun ogen ondergewaardeerde Chinese munt. Maar zo’n stap zou vrijwel zeker leiden tot een handelsconflict en tot langdurige rechtszaken in het kader van de Wereldhandelsorganisatie WTO – en het Congres heeft zich tot nu toe onthouden van het schenden van WTO-bepalingen.

Edward Alden, Amerikaans handelsdeskundige, zegt dat de oprichting van de WTO in 1994 de lat voor protectionistische lobbies veel hoger heeft gelegd. „De VS kunnen zo één twee drie maar weinig protectionistische maatregelen treffen,” zegt hij. „Daarvoor moet er eerst iets gebeuren waardoor het publiek en het Congres zó kwaad worden, dat ze zich niets meer aantrekken van de internationale handelsregels. Als de werkloosheid de 10 procent bereikt, kunnen de stoppen alsnog doorslaan. Maar zo ver zijn we nog lang niet.”

© Financial Times 2008. Vertaling: Menno Grootveld