Regio krimpt, dus Ganzedijk moet weg

Het Oost-Groningse gehucht Ganzedijk moet plat. Onontkoombaar, zegt de wethouder. „Het is hier geweldig”, vindt een bewoner.

Rust, ruimte en een kilometersver uitzicht. „Waar vind je dat nog”, vraagt Alie Dittrich uit Ganzedijk zich af. Ze wijst naar de uitgestrekte akkers aan de lange H.R. Remmersweg in het Oost-Groningse gehucht. Aan de straat staan twee-onder-een-kapwoningen uit de jaren vijftig.

Twee weken geleden hoorden de bewoners dat hun huizen gesloopt worden. De provincie, de gemeente Reiderland en woningcorporatie Acantus vroegen onderzoeksbureau Koöperatieve Architektenwerkplaats (KAW) welke toekomst er restte voor het buurtschap. De conclusie was volgens wethouder Ruud Hietbrink (PvdA) van Reiderland „keihard” maar onontkoombaar. „Sloop is de enige optie om verdere verpaupering tegen te gaan.”

In Oost-Groningen wonen nu nog 153.000 mensen. Maar de regio krimpt. In 2025 zijn er nog 137.000 over, volgens een prognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Gemeenten zijn daarom gedwongen hun woningvoorraden via sloop te verkleinen.

De buurtbewoners van Ganzedijk zijn verbijsterd over het sloopplan. IJlings is het actiecomité Ganzedijk Blijft opgericht. Er wordt met KAW gewerkt aan een alternatief herstructureringsplan.

Wethouder Hietbrink kan zich de woede voorstellen. Het is „redelijk uniek” dat een heel dorp verdwijnt, maar het is ook relatief, onderstreept hij. „In de stad Groningen worden 1.600 portiekwoningen gesloopt.”

Alie Dittrich woont negen jaar in Ganzedijk. Daar kon ze indertijd een betaalbare woning kopen van een halve ton. De 550 vierkante meter grote tuin is bijzonder, vindt ze. „Ik ga hier niet zomaar weg.”

Directeur Jo Hoefsloot van Acantus begrijpt dit. Maar sloop is niet te keren, stelt hij. De landelijke trend is dat een daling van het bevolkingsaantal leegstand veroorzaakt. „Ook in Zeeland, Friesland, Twente en Limburg.” Acantus sloopt meer dan 500 woningen per jaar in Oost- en Noord-Groningen. „Dat is heel normaal.”

Vervolg Ganzendijk: pagina 2

Voor uitkopen bewoners heeft niemand geld

Vervolg Ganzendijk van pagina 1

Eenmaal in een nieuw huurhuis willen zijn huurders niet meer terug, voorspelt de corporatiedirecteur. „Dan zitten ze bij de cv en zeggen: hadden we dit maar vijf jaar eerder gedaan.”

Maar ook Henny van Altena en zijn vriendin Thalina Eppinga willen niet weg. „Waar moeten we heen? Het weiland in?” Ze zitten aan de ronde tafel voor het raam en draaien shagjes. Verrukt zijn ze over het uitzicht. „Vijfentwintig kilometer lang weiland. In de verte zie je de kranen van Delfzijl. En we hebben de reeën in de voortuin.” Van Altena kwam tien jaar geleden uit Hilversum over. Ze huren het huisje voor 280 euro.

De gemeente heeft het buurtschap geproblematiseerd, vindt Van Altena. Ja, er is leegstand. „Maar de corporatie weigerde de woningen te verhuren, terwijl er wel animo voor was.” En dat kwajongens soms een ruitje van een leegstaand huis ingooien is niet goed te praten, maar het zijn geen ernstige wantoestanden. „Verpaupering?” sneert Thalina. „Die ontstaat omdat Acantus de ramen van lege woningen dichtspijkert.” „En de laatste tien jaar geen groot onderhoud heeft laten uitvoeren”, vult Van Altena aan. „Ze gooien zomaar een gemeenschap weg.” Hij is betrokken bij het alternatieve plan en denkt aan het afbreken van een paar woningen. „En maak er plantsoenen en mooie doorkijkjes van.”

Ron Hazewinkel zat op een flatje in Hoogezand, maar woont sinds drie jaar bij zijn vriendin in in Ganzedijk. „Het is hier geweldig”, zegt hij in de knusse woonkamer, waar een portret van Che Guevara aan de muur hangt. Ganzedijk is een hechte gemeenschap, verklaart hij. „Als hier iemand ziek is, brengt de buurvrouw een pannetje soep.”

Huiseigenaren in Ganzedijk worden uitgekocht. Maar de hiervoor benodigde vier miljoen euro heeft het armlastige en van oudsher communistische Reiderland niet, geeft wethouder Hietbrink toe. Corporatie Acantus vreest precedentwerking en wil evenmin betalen. Hietbrink hoopt dat het Rijk bijspringt: „We hebben Ella Vogelaar [minister voor Wonen, Wijken en Integratie, PvdA, red.] erop aangesproken. Je kunt alles wel op 40 prachtwijken zetten, maar er zijn meer problemen in Nederland.”