Politieke verantwoording is een schijnvertoning

In deze krant van 22 februari verwierp staatsrechtgeleerde Vis het idee om van Van Kemenade c.s. te verlangen dat zij hun huidige politieke functies neerleggen op grond van de bevindingen van de commissie-Dijsselbloem. Zijn argument was dat eenmaal afgelegde politieke verantwoording beslissend hoort te zijn en dat men daar daarna niet meer op terug kan komen. Het zou een janboel worden.

Maar hier werd juist helemaal geen verantwoording afgelegd. De commissie-Dijsselbloem constateerde immers dat de Tweede Kamer (waaraan de regering verantwoording verschuldigd is) het hier systematisch liet afweten. Formeel werd verantwoording afgelegd, inhoudelijk niet.

Andermaal blijkt hier die zo fatale zwakte van het parlement tegenover de regering. Die zwakte vereist een aanpassing van de bestaande procedures voor de manier waarop de regering verantwoording aflegt.

En zolang die aanpassing er niet is, gaapt er een diep gat tussen zoals verantwoording behoort te worden afgelegd en zoals dat in feite gebeurt. Dan kan de situatie ontstaan dat politici de meest catastrofale fouten maken, hun beleid er rücksichtslos tegen alle oppositie in doorjassen en achteraf brutaal blijven volhouden dat hun beleid een zegen voor het land was. Dan kan de situatie ontstaan dat tallozen door dat catastrofale beleid in de berm gereden worden en genoegen moeten nemen met wat slechts de schijn is van verantwoording afleggen. De kloof tussen de legaliteit en de legitimiteit van beleid is dan onoverbrugbaar geworden.

Zolang de politiek niets aan die kloof doet, kan die alleen maar door het zoenoffer gedicht worden. Constitutioneel verre van fraai - ik zal de eerste zijn om het toe te geven. Maar het constitutionele monstrum van het zoenoffer is de schepping van een politiek die zelf de politieke verantwoording tot een schijnvertoning degradeerde.