Museum eert alleen de Helden

Geert Mak schreef In Europa over de historie van de 20ste eeuw. De VPRO zendt er een serie over uit. Onze correspondent in Moskou bezoekt het Museum van de Grote Vaderlandse Oorlog.

In het megalomane gebouw van het Museum van de Grote Vaderlandse Oorlog in Moskou begint de Tweede Wereldoorlog twee jaar te laat. Van het Molotov-Ribbentrop Pact uit 1939, het vriendschapsverdrag tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie, is in deze voorstelling over triomf en heldenmoed geen spoor te bekennen.

Als ik de zaalwacht vraag waarom er nergens iets naar dat niet-aanvalsverdrag verwijst, antwoordt ze: „U kunt er iets over zien in de videodocumentaire op de monitor, daar in de hoek, maar die is helaas stuk.”

De videodocumentaires op de andere monitoren voorspellen weinig goeds over wat ik heb gemist. Ze bestaan uit aan elkaar geplakte archiefbeelden zonder verhaallijn. Toch behoort het Molotov-Ribbentrop Pact, samen met de Spaanse Burgeroorlog, tot de belangrijkste episodes uit de voorgeschiedenis van de oorlog.

Stalin en Hitler lieten elkaar dankzij dat verdrag twee jaar lang met rust en breidden tegelijkertijd hun grondgebied uit ten koste van Estland, Letland, Litouwen en Polen. Maar die vriendschap tussen Stalin en Hitler paste na 1945 niet in het officiële Russische geschiedbeeld en werd zorgvuldig weggeretoucheerd.

Mijn 29-jarige vriendin Joelia Troedneva herinnert zich de oorlogsfilms waarmee ze in haar pubertijd is doodgegooid nog goed. „Door die films had ik nachtmerries over de fascisten die eraan kwamen”, vertelt ze. „En in de lente van 1985, in de tijd van de glasnost, was ik doodsbang dat er weer oorlog zou uitbreken.”

In de Zaal voor de Herinneringen en de Smarten, waar je onder een hemel van tranen loopt, staan in vitrines de dodenboeken opgesteld. De aantallen zeggen veel over het lijden van het Russische volk in de Tweede Wereldoorlog. Uit de provincie Tambov komen 190.000 van de gesneuvelde soldaten, uit die van Saratov 273.500, uit de provincie Rostov 262.698 en uit de provincie Volgograd 199.975. Het gaat maar door, tot je er meer dan 8 miljoen hebt geteld.

En dan zijn er ook nog zo’n 19 miljoen burgers omgekomen. Van hen zie je weinig in het museum. Want in het Museum van de Grote Vaderlandse Oorlog staan de helden centraal. Ze storten zich op je in de Gloriezaal, waar je de namen van 11.695 Helden van de Sovjet-Unie in gouden letters op 72 zuilen kunt lezen.

Ook afwezig is een verwijzing naar Stalins bevel 277, dat soldaten verbood zich terug te trekken. Deden ze dat wel, dan werden ze door de NKVD geëxecuteerd. In de Slag om Stalingrad (21 augustus 1942-2 februari 1943) overkwam dit 23.000 Russische soldaten. In een van de zaaltjes is het Stalingrad-drama als een groot overwinningsfeest neergezet. Het enorme schilderij van M.I. Samsonov verbeeldt de laatste uren van de slag, waarin 2 miljoen soldaten tegen elkaar vochten. Een Duitse soldaat kijkt wezenloos voor zich uit. Een paar meter verderop juichen de Russen.

De slag was een keerpunt in de oorlog. Daarna hervatten de chaotisch aangevoerde Russische troepen nieuwe moed en trokken ze gaandeweg op naar Berlijn.

„Toch ga ik hier niet met mijn dochtertje naartoe”, zegt Joelia teleurgesteld, als we het gebouw uitlopen. „Oorlog gaat toch vooral over het leed dat gewone mensen is aangedaan. En dat zie je op deze tentoonstelling nergens.”

Zie www.ineuropa.nl en zondag het zeventiende deel van de televisieserie In Europa (Ned.2, 21.10u.).