Liever een freelancer dan nog een bureaucraat

Freelancers zijn meer betrokken bij een organisatie dan vaste medewerkers, meent Arjan van den Born. Er is aantoonbaar sprake van een win-winsituatie.

Menno van der Veen schetst in zijn artikel (Opinie & Debat, 16 februari) een positief beeld van grote organisaties en vaste medewerkers. Organisaties en individuen investeren in elkaar en zorgen zo voor langdurige groei, rust en reflectie. Hij is bang dat zijn utopia ten onder gaat aan freelancers die op zoek zijn naar de kortetermijnkick en niet meer investeren in langdurige relaties.

Maar is dit wel zo? Wetenschappelijk onderzoek naar freelancers, en hun invloed op organisaties wijst op een veel zonniger werkelijkheid, op een samenleving die gelukkiger en vrijer is én die betere economische prestaties levert.

Freelancers zijn er in alle soorten en maten; van journalisten tot managers, van technici tot verpleegsters en van kunstenaars tot juristen. In Nederland zijn er ongeveer 350.000. Hoe verschillend ze ook zijn, de bindende factor is dat zij hun kennis verkopen op de markt en niet aan één enkele organisatie. Sommige freelancers willen vooral veel geld verdienen, maar de meesten kiezen voor vrijheid, professionele uitdaging en voor een balans tussen werk en privé. Eén ding staat als een paal boven water: freelancers zijn gelukkiger met hun werk en hun leven dan vaste medewerkers.

Mensen worden niet gelukkig van werken in grote organisaties. Zoals Leavitt stelt: „Big organizations are unhealthy places for humans.”

Eigenlijk is Van der Veen het daarmee wel eens. Hij stelt immers dat de cultuursector steeds afhankelijker wordt van gedetailleerde subsidieregels, dat al het wetenschappelijk onderzoek op de komma geoormerkt moet worden en dat er in de media bijna geen ruimte is voor interne discussies en zelfreflectie. Dit zijn allemaal kenmerken van grote bureaucratische organisaties. Van der Veen stelt dat de organisaties zo log zijn omdat freelancers deze verlaten. Maar het is andersom: freelancers verlaten deze omdat zij log zijn. Iedereen die Modern Times van Charlie Chaplin heeft gezien weet dat de bureaucratie ook in de jaren twintig niet leidde tot geluk en welzijn.

Het verschil met vroeger is dat mensen in de kenniseconomie de mogelijkheid hebben om aan deze grote gevangenissen te ontsnappen. Veel freelancers hebben niet meer nodig dan een laptop en een mobiele telefoon om een eigen bedrijf op te zetten.

Door de groei van de kenniseconomie zal de ‘leidende’ rol van grote organisaties moeten veranderen, maar dit is waarschijnlijk eerder ten goede dan ten kwade. Met de groei van de kenniseconomie komt de menselijke maat terug. Niet voor niets worden organisaties de laatste decennia weer kleiner. Wat in de praktijk blijkt is dat mensen zich ontwikkelen en relaties aangaan in sociale netwerken en niet binnen bureaucratische organisaties en instituties.

Onderzoek heeft aangetoond dat de betrokkenheid van freelancers vaak hoger is dan van vaste medewerkers. Grote organisaties profiteren niet alleen hiervan maar ook van de vernieuwende kennis van freelancers. Doordat freelancers jobhoppen van organisatie naar organisatie wordt de kennis van organisaties continu ververst. Een sector met veel freelancers is vernieuwend.

De angsten van Menno van der Veen hebben weinig tot niets te maken met de freelancemoraal. Waarden als rust, discussie en reflectie horen niet per definitie bij grote bedrijven. Integendeel, de bureaucratie heeft geen enkele reputatie op het gebied van menselijkheid. Je hoeft Het Bureau van Voskuil maar te lezen en weg is het romantische beeld van leidende instituties. Een toekomst gebaseerd op netwerken van individuen en kleine organisaties ziet er daarom veel rooskleuriger uit.

Arjan van den Born is organisatiedeskundige aan de Universiteit Antwerpen.

Het artikel van Menno van der Veen is na te lezen op nrc.nl/opinie.