Kabinet: onderzoek naar brand Catshuis

Het kabinet heeft de Rijksrecherche gevraagd onderzoek te doen naar de brand in het Catshuis in mei 2004, waarbij een schilder om het leven kwam. Dat hebben premier Balkenende (CDA) en minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gisteravond in de Tweede Kamer gezegd.

De premier benadrukte dat het kabinet geen aanwijzingen heeft dat er in eerdere onderzoeken informatie is achtergehouden. Maar om aan alle onduidelijkheid een einde te maken wil Balkenende dat de onderste steen boven komt.

Eerder deze week kwam de zaak opnieuw op de agenda toen een klokkenluider verklaarde dat ambtenaren wisten dat schilders het verboden oplosmiddelmiddel thinner gebruikte. Als dat inderdaad zo is, heeft de overheid mogelijk schuld aan de dood van de schilder. Het exploderen van thinnerdamp in een afgesloten ruimte bleek de oorzaak van de brand die uitbrak tijdens de renovatie van het Catshuis in 2004.

Het schoonmaken van de vloer in het gerestaureerde Catshuis gebeurde onder grote druk omdat een Europese top aanstaande was. In rechtszaken werd het nooit voldoende bewezen geacht dat ambtenaren wisten dat de schilders het middel gebruikten. Wel sprak de rechter tijdens de strafzaak in 2006 het vermoeden uit dat de overheid ervan wist. „Het kan [...] haast niet anders”, zei rechter Stemker Köster destijds. Zondag pleitte hij in een brief aan de vakbond FNV Bouw voor een nieuw onderzoek naar de brand. Het Vlaardingse schildersbedrijf is destijds veroordeeld voor het gebruik van het oplosmiddel.

Begin deze maand had het kabinet al een onderzoek naar de brand afgekondigd, maar de onderzoeksopdracht was nog onbekend. Balkenende en Hirsch Ballin onderschreven gisteren de Kamerbrede eis dat er een allesomvattend onderzoek komt naar de brand.