Is er iemand die kan uitleggen wat porno is?

Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis.

Vandaag: wat is de definitie van pornografie?

Eén vraag kwam steeds in me op toen ik Deep Throat zat te kijken. Is dit porno? Opwindend was het niet. Van ‘normale’ seks was nauwelijks sprake. En de connotatie was vooral symbolisch: deze film ging over vrijheid, niet over seks.

De Amerikaanse comedian Bill Hicks (1961-1994) zei ooit: „Het probleem met porno is dat we niet weten wat het is.” Achter zijn grap gaat meer waarheid schuil dan op het eerste gezicht zou lijken. Ook het filosofische denken worstelt al eeuwen, net als ik zondagavond, met precies deze vraag: wat is de definitie van pornografie precies?

Die vraag lijkt onzinnig. Geldt dit definitieprobleem niet voor van alles en nog wat? Wat is liefde? Wat is kunst? Onmogelijke kwesties natuurlijk. Maar de vraag naar de definitie van pornografie is van een andere orde. Want, de term heeft een morele en juridische status. Sinds de opkomst van het christendom is het afbeelden van seks gecriminaliseerd. En of dat terecht is geweest, kan niet worden bepaald zolang niet is vastgesteld wat porno eigenlijk is.

In 1964 werd er in de Verenigde Staten een rechtzaak gevoerd die het juridische antwoord op dit vraagstuk moest geven. De rechter in kwestie, Potter Steward (1915-1985), zei toen: „Ik kan pornografie niet definiëren, maar als ik het zie, herken ik het onmiddellijk.” Een ontoereikend antwoord natuurlijk, dat moge duidelijk zijn.

Toch hebben mensen sinds jaar en dag een negatief oordeel over pornografie. In de documentaire Inside Deep Throat was te zien hoeveel ophef Deep Throat destijds veroorzaakte; bioscopen werden geblokkeerd, tegen de hoofdrolspeler werd vijf jaar celstraf geëist en president Nixon kondigde zelfs een ‘oorlog tegen de onzedelijkheid’ af. En ook 36 jaar na dato weet de film de gemoederen nog bezig te houden: ChristenUnie-leider André Rouvoet deed een „moreel appèl” op BNN om de film niet uit te zenden. Ook de SGP wilde de uitzending voorkomen.

Wát maakt de film dan zo onwenselijk – of zelfs moreel verwerpelijk? Eén reden die werd genoemd is dat de hoofdrolspeelster Linda Lovelace zou zijn gedwongen om erin te spelen. „Iedereen die naar de film kijkt, ziet hoe ik verkracht word”, verklaarde ze veertien jaar nadat Deep Throat voor het eerst werd vertoond. Die verklaring is hoogst omstreden – ze zou dat hebben gezegd, omdat ze niets heeft verdiend aan de film, die ruim zeshonderd miljoen dollar opleverde. Maar, los daarvan, zou het een reden zijn geweest de film niet te vertonen?

In moreel opzicht wellicht, maar juridisch is het onhoudbaar. Dat er een strafbaar feit in de film te zien zou zijn, zou ook een verbod op programma’s als Blik op de weg en zelfs het Journaal rechtvaardigen. Daarin worden immers ook wetsovertredingen getoond.

Het argument was dan ook niet meer dan bijzaak. Het ging hier om het genre: pornografie. Vooral in christelijke en feministische kringen wordt porno als iets ‘slechts’ gezien. De redenen variëren sterk. Sommige mensen zeggen dat porno seksualiteit in een kwaad daglicht stelt door het te ontdoen van liefde en genegenheid. Anderen noemen porno denigrerend voor vrouwen, omdat ze als een ‘lustobject’ worden afgebeeld dat onderschikt is aan de mannelijke driften. Het meest orthodoxe standpunt is dat het opwekken van lust op zichzelf al verwerpelijk is: seks is bedoeld om voort te planten, niet om van te genieten, wordt dan gezegd.

De hedendaagse opvattingen over porno zijn over het algemeen liberaler. Voor de meeste mensen is het een persoonlijke aangelegenheid, die niet verworpen kan worden zolang volwassenen er niet onder dwang aan meedoen. Anders gezegd, er is niets ‘intrinsiek’ mis met pornografie. Het morele oordeel wordt daarmee dus teruggebracht tot de mate van ‘keuzevrijheid’ waarin de porno tot stand komt en geconsumeerd wordt. Een oordeel over porno zélf wordt eigenlijk opgeschort.

Maar, stel dat men toch zo’n oordeel zou willen vellen. Stel dat men wil bepalen of het ‘verkeerd’ was om Deep Throat uit te zenden. Dan is de vraag alsnog: wát is porno precies?

De meest ruime definitie luidt: een expliciete afbeelding of beschrijving van seks. Maar ja, wat betekent ‘expliciete seks’? Dat hangt zeer af van de tijdgeest en cultuur. In Victoriaanse tijden werd het tonen van een blote vrouwenenkel al ‘seksueel expliciet’ genoemd, terwijl het in onze huidige, westerse cultuur nog maar de vraag is of zelfs ontblote borsten ‘seksueel expliciet’ worden gevonden. Vermoedelijk bestaat wat dit betreft over Deep Throat echter weinig onenigheid; er was zeker expliciete seks te zien. Maakt dát de film dan moreel verwerpelijk? Het antwoord moet wel ontkennend zijn. De definitie is te ruim: ook biologieboeken, natuurfilms en anatomielessen zijn ‘seksueel expliciet’, maar daarom nog niet ‘verkeerd’.

Het zou preciezer zijn om te stellen dat pornografie seksueel expliciet materiaal is, dat als oogmerk heeft seksuele opwinding te veroorzaken. Die definitie hanteerde Joost Zwagerman zaterdag in Spuiten en Slikken ook. Hier gaat het dus om de intentie: de bedoeling is dat je er geil van wordt. Is dat moreel verwerpelijk? Wellicht omdat het genot boven liefde stelt, of ontrouw stimuleert. Maar het probleem is dat intenties nooit met zekerheid zijn vast te stellen. Zo beweerden de makers van Deep Throat dat de film een kunstuiting was. Bovendien is ook het begrip ‘opwindend’ subjectief én tijdsgebonden. Weinigen zullen de film anno 2008 echt ‘opwindend’ hebben gevonden – de acteurs voldeden in de verste verte niet meer aan het hedendaagse schoonheidsideaal.

‘Seksueel expliciet’ en ‘opwindend’ zijn dus ontoereikende criteria. Om een onderbouwd moreel oordeel te kunnen vellen, zullen we nog specifieker moeten zijn. Een zeer populaire definitie is daarom dat pornografie een intrinsiek verwerpelijke afbeelding van seks is – simpelweg omdat het ‘fout’ is om seksualiteit in de openbaarheid te tonen, of omdat het inherent ‘denigrerend’ jegens vrouwen is. Dat eerste komt dicht in de buurt van het standpunt van de ChristenUnie en de SGP; zij noemen porno dan verwerpelijk, omdat het ‘obsceen’ is. Het laatste is ooit betoogd door feministe Catharine MacKinnon (1946), die een algeheel verbod bepleitte omdat alle porno „een vorm van haatpreken jegens vrouwen” zou zijn.

Maar met dit soort definities schieten we niets op. Dat pornografie ‘fout’ is omdat het ‘fout’ is, is een cirkelredenering. ‘Verwerpelijk’ zit in de woorden ‘haatpreken’ en ‘obsceniteit’ besloten. Maar daarmee zijn die begrippen nog niet inherent aan pornografie. Zulke oordelen zijn volledig interpretatief: ze veronderstellen de juistheid van een bepaald moreel wereldbeeld. De Amerikaanse rechtsgeleerde Nadine Strossen (1950) zei daarom ook dat zulke argumenten (‘vies’, ‘obsceen’) nooit een reden mogen zijn om porno te verbannen. Dat is „gedachtebeheersing”, stelde zij.

Rest ons nog maar een mogelijkheid. Pornografie is seksueel expliciet materiaal dat bedoeld is om geilheid op te wekken en daarmee onwenselijke effecten sorteert. Wettelijk gezien zou het dan vallen in de strafbare categorie ‘aanzetten tot’. Maar afgaande op het voorgaande kan men concluderen dat een dergelijke ‘verkeerde invloed’ nooit vast te stellen is. Het is filosofisch gezien zelfs onwaarschijnlijk.

Want, de interpretatie en daarmee het effect van beelden – zoals die van pornofilms of MTV-clips – schuilt niet in de beelden, maar in de gedachten van de aanschouwer. Aan het toeschrijven van een bepaalde (morele) betekenis aan een film of clip, gaat immers noodzakelijkerwijs een wereldbeeld vooraf. Zonder wereldbeeld kan men niet interpreteren.

Welk effect MTV-clips of pornofilms hebben, wordt dus bepaald door hoe de individuele kijker denkt – niet door wat hij te zien krijgt. Immers, wát hij ziet, hangt van zijn denkwijze af. Dat het kijken naar ‘sexy’ videoclips maakt dat meisjes een sexy uiterlijk belangrijker vinden, zoals hoogleraar populaire cultuur Tom ter Borgt onlangs concludeerde, is dus giswerk. Veroorzaakte het ‘effect’ van de clips de overtuiging, of vice versa? Dat laatste acht ik plausibeler – ook omdat het ‘effect’ zich bij lang niet alle meisjes en een minderheid van de jongens voordeed.

Pornografisch materiaal is dus eigenlijk niet de definiëren. Het zou daarom ook geen juridische betekenis mogen hebben. Voor hen die er aanstoot aan nemen, rest maar één verweer: de rode knop op de televisie.

Handig om te weten, mocht BNN ooit Shaving Ryans Privates uit willen zenden.