Handel invloedrijker dan financiële markten

Nog nooit in de afgelopen halve eeuw is de mondiale economie van jaar op jaar gekrompen, wel de handel, die veel wispelturiger is. Maar gebeurt dat, dan komt dat aan als een mokerslag.

Door de jaren heen is de internationale handel gemiddeld sneller gegroeid dan de wereldeconomie in haar geheel, om redenen waar niemand helemaal zeker van is. Afnemende transportkosten, dalende handelstarieven en zich in verschillende onderdelen van de productieketen specialiserende landen, worden algemeen beschouwd als de meest voor de hand liggende factoren.

De handel is ook veel wispelturiger dan de mondiale economische groei, deels omdat zij nog steeds wordt gedomineerd door grondstoffen en fabrieksgoederen, waarvan de productie wisselvalliger is dan die van de dienstensector, die een groter deel van de meeste binnenlandse economieën uitmaakt.

Door de tijd die met het aflopen van bestaande contracten is gemoeid, kan een inzinking van de wereldhandel maanden achterblijven bij een groeivertraging van het bruto binnenlands product. Maar als die inzinking eenmaal een feit is, kan de aanpassing aankomen als een mokerslag.

In voor de inflatie gecorrigeerde termen is het mondiale bbp van jaar op jaar nog nooit gekrompen sinds daarover vanaf het midden van de 20ste eeuw consistent cijfers worden bijgehouden, maar de groei van de wereldhandel is al wel diverse malen negatief geweest.

De meest recente gelegenheid was in 2001, na het uiteenspatten van de dotcomzeepbel, toen zich een bescheiden Amerikaanse recessie aftekende, gevoed door zorgen over het einde van de globalisering als gevolg van de terreuraanslagen van 11 september.

Maar de schade heeft zelden lang geduurd. In 2001 reageerde de scheepvaartsector snel door de tarieven te verlagen. Nadat de wereldvraag zich herstelde, kroop ook de handel weer uit het dal. De goederenhandel is sinds 2002 twee maal zo snel gegroeid als het mondiale bbp.

De handel laat geen zwakheden de wereld rondgaan met de lichtsnelheid van de financiële markten. Maar wat zij aan tempo tekort komt, kan zij qua invloed goedmaken. Simon Johnson, hoofdeconoom bij het Internationale Monetaire Fonds (IMF), waarschuwt dat de handel in goederen en diensten het dominante transmissiemechanisme blijft voor een mondiale groeivertraging.

Bovendien is de internationale handel, samen met de economie zelf, kwetsbaarder geworden voor een inzinking door toedoen van de handelspatronen die in de loop der tijd zijn ontstaan. „Er is de afgelopen vijf jaar bij de opkomende landen sprake geweest van een zeer assertieve gerichtheid op de export,” zegt Johnson. „Zij zijn flexibeler geworden in het overstappen op andere markten, maar er is een probleem als hun export nergens heen kan.”

Tot nu toe lijken de Europese consumenten de handel op gang te hebben gehouden door meer importen te verwerken. Mark Page, onderzoeksdirecteur bij Drewry Shipping, een consultancy in Londen, zegt dat de containerhandel tussen Azië en de VS sinds het midden van 2007 een grote inzinking te zien heeft gegeven, zodat de vraag over het hele jaar wellicht slechts twee procent hoger lag dan in 2006. Maar de schepen werden vervolgens ingezet op de route tussen Azië en Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, waar de containerhandel met zo’n 20 procent is toegenomen.

Volgens Page vertrouwen de meeste scheepvaartbedrijven er momenteel op dat de groei in Europa en het Midden-Oosten zal aanhouden. Maar als de vraag uit Europa zou afnemen (en Japan laat verstek gaan) zou de wereldhandel daar de dupe van worden.

Net als de handel lijken ook de directe buitenlandse investeringen (FDI) wisselvalliger dan de bbp-groei in haar geheel. De onrust op de financiële markten, die tot stijgende kapitaalkosten heeft geleid te midden van een algemene vertrouwenscrisis onder beleggers, heeft volgens onderzoeksbureau Dealogic in de tweede helft van vorig jaar een daling van de waarde van fusies en overnames van 26 procent veroorzaakt, gerekend in dollars.

Mark O'Connell, directeur van OCO Global, een FDI-consultancy, zegt: „De sectoren voor fusies en overnames en private equity zijn in het derde kwartaal van vorig jaar ineengestort, maar de directe buitenlandse investeringen in nieuwe fabrieken zijn enigszins toegenomen en sterk gebleven tot het einde van het jaar.” Hij voegt daaraan toe dat deze investeringen doorgaans – meer dan fusies en overnames – worden bekostigd uit de winsten van bedrijven en daardoor minder kwetsbaar zijn voor de onrust op de kredietmarkten.

Peter Lemagnen, een Brits consultant, zegt dat – hoewel het nog te vroeg is om de gevolgen van de kredietcrisis goed te beoordelen – bedrijven die in het buitenland willen investeren er veel beter aan toe zijn dan aan het begin van de vorige inzinking van de markt in 2000/’01.

„De kansen die hun door China en India worden geboden, zijn te groot om te laten schieten.”

© Financial Times 2008. Vertaling: Menno Grootveld