Geen vergunning voor mosselvisserij

Het kabinet heeft „onvoldoende aangetoond” dat mosselvisserij in de Waddenzee in het geheel geen schade veroorzaakt aan de natuur. Minister Verburg (LNV, CDA) kan daarom pas opnieuw een vergunning verlenen, als zij nader onderzoek heeft laten doen naar de gevolgen van de mosselvisserij voor de natuur in dit Europees beschermde natuurgebied.

Dat heeft de Raad van State vanmorgen bepaald in een zaak die was aangespannen door Vogelbescherming Nederland. De organisatie vreest dat door het opvissen van mosselen schade wordt veroorzaakt aan de bodem van de Waddenzee en er onvoldoende voedsel overblijft voor vogels. Zandplaten met mosselbanken verkeren door de visserij in een slechte staat, zo stelt Vogelbescherming, net als de daarvan afhankelijke vogelsoorten eidereend en toppereend. Samen met de Waddenvereniging vindt de organisatie dat de natuur „ruimte voor herstel” moet krijgen.

De Vogelbescherming is „ontzettend blij” met de uitspraak, aldus een woordvoerder, en trekt uit de uitspraak de conclusie dat er in elk geval tot 2010 geen vergunning mag worden afgegeven, omdat pas in dat jaar de resultaten van het onderzoek klaar zullen zijn.

De producentenorganisatie van mosselkwekers spreekt van een „zwarte dag” voor de sector. Secretaris Hans van Geesbergen: „Dit is een ramp. De Raad van State legt de lat dermate hoog, dat wij er de komende jaren niet aan kunnen voldoen. Als wij tot 2010 ons beroep niet kunnen uitoefenen, dan zijn we er daarna niet meer. Dat betekent het einde van de mosselcultuur in Nederland. Zonder mosselvisserij in de Waddenzee hebben wij geen toekomst.”

Lees de uitspraak via nrc.nl/binnenland