Einde van de voorspelbaarheid

Zal de foto van Barack Obama, verkleed als dorpsoudste met een tulband en een soort jurk, gemaakt bij zijn bezoek aan Kenia in 2006, de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen beïnvloeden? Bezoeken van politici aan exotische landen gaan vaak gepaard met een verkleedpartij, maar dit is misschien anders, omdat er geruchten gaan dat de presidentskandidaat in het geheim moslim zou zijn.

De foto is in omloop gebracht door Matt Drudge, een beroepsverklikker die alles wat de Democraten kan benadelen, op zijn ‘Drudge Report’ zet. Drudge is degene die een jaar of tien jaar geleden de vertrouwelijke gesprekken tussen Monica Lewinsky en haar hartsvriendin Linda Tripp bekend heeft gemaakt, met medeweten van Tripp. Daarna is zijn Report door NewsCorp van Rupert Murdoch gekocht.

De New York Times heeft vorige week een verhaal gepubliceerd waarin werd gesuggereerd dat de Republikeinse kandidaat John McCain jaren geleden een ‘romantische verhouding’ met een medewerkster zou hebben gehad. Het bleek niet waar te zijn. Een van de beste kranten ter wereld had zich laten verleiden tot politieke roddel.

Over acht maanden worden de verkiezingen gehouden. De conventies waarop de partijen hun kandidaten officieel benoemen, moeten nog komen. Daarna begint het grote wederzijdse verdacht en zwartmaken pas goed. Niemand weet van wat voor schanddaden de tegenstanders elkaar zullen beschuldigen.

Het is deze maand vijf jaar geleden dat met de operatie Shock and Awe de democratisering van Irak begon en op 1 mei vieren we het lustrum van ‘the End of Major Operations’ zoals officieel afgekondigd door president Bush. Daarna zou met een Marshallplan het bevrijde land tot een onweerstaanbaar voorbeeld voor het hele Midden-Oosten worden opgebouwd. Miljoenen hebben dat toen geloofd. Vandaag zijn Irak en het al in 2001 bevrijde Afghanistan problemen waarvoor niemand een oplossing weet.

Als het allemaal gelukt was, had ik hier nu misschien een half berouwvol, half juichend stukje over George W. Bush en de neoconservatieven geschreven. Dit gaat over het einde van de voorspelbaarheid.

In de veertig jaar van de Koude Oorlog zijn de daarbij betrokken naties eraan gewend geraakt dat het verloop van de verhoudingen tussen de twee machtsblokken tot op zekere hoogte beheersbaar en dus voorspelbaar was. Er werd voortdurend nagedacht over verrassende ontwikkelingen die dan werden beschreven in scenario’s. Bij voorbaat wapenden de partijen zich tegen het onverwachte door contingency planning. Veroorloofde de Sovjet-Unie zich plotseling manoeuvre A, dan riposteerde het Westen onmiddellijk met manoeuvre B. Dit resulteerde in veertig jaar bewapeningswedloop, die zich voltrok onder de paraplu van de wederzijdse afschrikking. Het beste boek daarover vind ik nog altijd dat van Herman Kahn, On Escalation, Metaphors and Scenarios, verschenen in 1965. Nu is het een historisch curiosum.

Na de Koude Oorlog heeft president George Bush sr., daartoe geïnspireerd door Saddam Husseins verovering van Koeweit, geprobeerd de Nieuwe Wereldorde te stichten. Het werd een fiasco omdat geen macht van betekenis daartoe de noodzaak zag.

De jaren negentig waren aangebroken, het Einde van de geschiedenis, de Nieuwe Economie van de eeuwige groei en de onvermijdelijke komst van de werelddemocratie dankzij internet. Na een economische crisis heeft de aanval van elf september daaraan definitief een eind gemaakt. En nu leren we langzamerhand dat ook de politieke voorspelbaarheid zoals die in de tweede helft van de vorige eeuw met alle reserves haar geldigheid heeft bewezen, niet meer bestaat.

De grote onbekende factor voor het Westen is het Amerika dat zich na het bewind van George W. Bush zal ontwikkelen, en dan vooral of het zich met ere uit de moerassen van Irak en Afghanistan zal kunnen bevrijden. De oplossing van het Afghaanse probleem is ook afhankelijk van wat er na de verkiezingen in Pakistan zal gebeuren. En geen mens weet hoe het na de verkiezingen van 2 maart in Rusland verder zal gaan, als daar Dmitri Medvedev de president is en Vladimir Poetin zijn premier. Rusland heeft zich hersteld van de nederlaag in de Koude Oorlog, zonder dat daar een rancunepartij van militairen en verbitterde burgers aan de macht is gekomen. Het hoort opnieuw tot de grootmachten. Welke rol zal het met een nieuw leiderschap spelen? Wordt met medewerking van Moskou misschien, na alle escalatie van de afgelopen jaren, een nieuwe ingang gevonden voor de oplossing van het probleem Iran?

Sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989 heeft het Westen niet met zoveel onzekerheden te maken gehad. En Nederland is als lid van de Europese Unie en de NAVO daarbij direct betrokken. In oude tijden werd hier de illusie gekoesterd dat we als klein land niet veel macht hadden maar toch ons woordje meespraken omdat we dankzij onze hoge moraal, tolerantie, enz. gidsland waren. Mocht dat al zo geweest zijn, dan is als gevolg van een paar sensationele ontwikkelingen in onze binnenlandse politiek ook die tijd voorbij. Nederland hoort in de wereldpolitiek tot de kleine mogendheden. Als trouw lid van de NAVO speelt het een dienovereenkomstig rolletje in grote conflicten. Daar is niets tegen als zo’n conflict wordt behandeld met een politiek beleid en volgens een militaire strategie die een oplossing belooft. In Irak was daarvan geen sprake, en nu, in Afghanistan tasten we in het duister. Voor we ons, geleid door nobele gevoelens van internationale verantwoordelijkheid in de volgende strijd werpen, moeten we weten wie volgend jaar in Washington het wereldbeleid zal bepalen. Daarna is er nog tijd genoeg om de soldaten al dan niet in levensgevaar te brengen.

Reageren kan op nrc.nl/hofland(Reacties worden pas openbaar gemaakt na beoordeling door de redactie).