Een brutaaltje in zwart-wit Iran

Persepolis. Regie: Marjane Satrapi en Vincent Parronaud. Engels gesproken, met de stemmen van: Chiara Mastroianni, Catherine Deneuve, Gena Rowlands, Sean Penn, Iggy Pop. In: 5 bioscopen.

Helaas gaven de leden van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences zondag liever een Oscar aan een kokerellende rat met een Frans accent in Ratatouille, dan aan een opstandig punkmeisje met een hoofddoek in Persepolis. Misschien ligt het aan het de gitzwarte humor van de Frans-Iraanse striptekenares Marjane Satrapi (1969), die samen met de Franse striptekenaar en animatiefilmer Vincent Paronnaud (1970) haar autobiografische stripreeks verfilmde.

Noem Satrapi’s ironiserende kijk op de wereld in haar net zoals de boeken (grotendeels) in zwart en wit uitgevoerde eerste film trouwens maar liever niet zwart-wit. Zelf zegt ze graag dat Persepolis een kleurenfilm is – in de tinten zwart en wit.

Die speels-tegendraadse redeneertrant is tekenend voor de manier waarop Persepolis is verteld. Satrapi’s grappen zijn hard en radicaal, bizar en steeds volkomen oprecht. Of Marjane nu een Iron Maiden-cassettebandje koopt op de zwarte markt of haar eigen ontmaagding tekent, humor en ongemak gaan altijd hand in hand. Verbazing en verontwaardiging zijn haar wapens.

Boeken en film volgen de jonge Marjane als ze opgroeit in het Iran van voor de islamitische revolutie van 1979. Ze ziet de ayatollahs komen. En omdat al haar eigengereidheid en vrijgevochtenheid niet onder een chador te verstoppen zijn, sturen haar ouders haar naar Wenen. Als jongvolwassene keert Marjane terug naar een letterlijk zwart gekleurd land. En ze moet uiteindelijk concluderen dat je soms nog zoveel van je moederland en zijn tradities kunt houden, maar dat het onmogelijk is om er te leven.

De jonge Marjane lijkt een normaal meisje, met Adidas-gympen en een voorliefde voor Amerikaanse films. Ze stuitert door het leven en krijgt af en toe een zetje van de discussies die haar links-intellectuele ouders dag en nacht over politiek voeren en de poëtisch-Perzische tradities die haar grootmoeder doorgeeft. In haar dromen praat de kleine Marjane met God en Karl Marx, maar geen van beide kan haar vertellen waarom de wereld zo onrechtvaardig is.

Toen de Persepolis-stripboeken (in Nederland in vier losse delen, inmiddels ook in een verzamelbundel) uitkwamen, vielen hun sterke grafische kwaliteiten meteen op. De elegante zwart-wit tekeningen doen nog het meeste denken aan Japanse houtsnedes, met simpele vormen, onverwacht oog voor detail en levendige bewegingen.

Filmisch zijn ze ook. Satrapi houdt ervan met licht en donker te spelen als een cameraman, in en uit te zoomen en harde Schnitts te maken tussen de ene en de andere scène. Befaamd is al de ‘Eye of the tiger’-scène waarin de titelsong uit Rocky III de puberende Marjane uit haar naderende depressie moet trekken, met vuistslagen richting toeschouwer waar geen high tech stroboscoopmontage tegenop kan.

De mix tussen coming-of-age-verhaal en geschiedenisles, tussen maatschappijkritiek en poëzie, heeft in de oerkleuren van de cinema een verrukkelijke film opgeleverd. Eentje die alle verwachtingen op dat terrein overtreft, want met z’n simpele vormen en ouderwetse 2D technieken breekt hij ook met de computeranimatie die de mode van dit moment bepalen. Tegenover driedimensionale, quasi-realistische fantasiewerelden, staat de authentieke suggestie van het schimmenspel.

De Iraanse regering wilde de film verbieden: hij zou anti-Iraans en islamofoob zijn. Satrapi weerspreekt beide beschuldigingen. In Cannes, waar Persepolis de Grote Juryprijs won, vonden de Iraanse autoriteiten geen gehoor, een vertoning op het Filmfestival Bangkok werd wel met succes verhinderd.