Duurdere thuishulpen vormen geen optie

De thuiszorg moet zich minder afhankelijk maken van collectieve financiering door een rechtstreekse relatie aan te gaan met de cliënt, meent Cees de Wildt.

Met verbazing heb ik kennisgenomen van het kabinetsbesluit om de thuiszorg te verplichten duurdere thuishulpen in te zetten in het kader van de WMO.

De ‘oplossing’ die door het kabinet is bedacht kan alleen werken als daarbij tevens wordt besloten om meer budget in te zetten voor de uitvoering. Gemeenten hebben bij de invoering van de WMO een budget gekregen dat gelijk is aan de uitgaven in 2005. Het aantal indicaties stijgt met 8 procent per jaar, dus er is nu ongeveer 25 procent meer geld nodig om de uitvoering op eenzelfde niveau te houden. Als er niet meer budget beschikbaar wordt gesteld zal de huishoudelijke verzorging versneld een vorm van bijzondere bijstand worden. Alleen collectief gefinancierd voor mensen die het niet zelf kunnen betalen. Gemeenten zullen inkomensgrenzen moeten gaan stellen omdat zij over onvoldoende budget beschikken.

De vraag is hoe erg dat is. De kosten van de AWBZ stijgen met 4 tot 5 procent per jaar – veel harder dan de economische groei. Het niveau van voorzieningen handhaven kan alleen als we bereid zijn om dat met elkaar te betalen of te accepteren dat een aantal zaken niet meer gefinancierd wordt. Het kabinet zou er goed aan doen deze boodschap uit te dragen zodat mensen zich hierop kunnen voorbereiden en zich eventueel extra kunnen verzekeren.

Dat de collectieve financiering van hulp in het huishouden als eerste verdwijnt is logisch en acceptabel omdat de meeste mensen in staat zullen zijn om dit zelf te betalen. In de ons omringende landen heeft men een dergelijke voorziening nooit gekend.

Minstens zoveel verbazing wekte het filmpje van de SP waarin een oudere dame zich geheel uitkleedt omdat er steeds iemand anders komt om haar te douchen. Er wordt gesuggereerd dat dit iets te maken zou hebben met de invoering van de WMO. Dat is onjuist. Het douchen van mensen is, net zoals het verwisselen van steunkousen, een voorziening die valt onder persoonlijke verzorging en daarin is de afgelopen jaren niets veranderd. Ondanks het feit dat het filmpje tendentieus en suggestief is, is het wel terecht dat aandacht wordt gevraagd voor de situatie in de thuiszorg want die is inderdaad zorgwekkend. Het feit dat voor het verrichten van verschillende vormen van zorg verschillende mensen langskomen is echter een al jaren voorkomende situatie. Belangrijkste verantwoordelijken voor deze situatie zijn sociale partners die in de CAO een te strikte scheiding hebben aangebracht in de verschillende functiegroepen.

Een thuishulp A mag mensen bijvoorbeeld niet douchen en mag geen steunkousen verwisselen omdat ze daarvoor onvoldoende zou zijn opgeleid. Eerst komt er iemand langs voor het huishouden en even later komt iemand anders helpen bij het douchen. Dit is voor geen enkele betrokkene een gewenste situatie. De cliënt heeft liever met één hulp te maken, de thuiszorgorganisatie kan niet efficiënt werken en de thuishulp A kan geen perspectief worden geboden op een veelzijdige baan. Diezelfde thuishulp A gaat nadat ze klaar is met haar werk wel bij haar moeder langs om deze te helpen met douchen. Ze beschikt dus vaak wel over de vaardigheden om dit werk te doen.

Werkgevers en werknemers zijn de gevangene van een door henzelf gecreëerde werkelijkheid waar uiteindelijk niemand beter van wordt.

Als alle betrokkenen echt iets zouden willen doen aan de zorgwekkende situatie in de thuiszorg dan moeten drie stappen worden gezet die in hun onderlinge samenhang tot een duurzame oplossing kunnen leiden.

De politiek moet keuzes maken. Een collectief gefinancierde huishoudelijke verzorging is niet te handhaven. Iedereen weet dat, dus toon daadkracht en bereid mensen voor op een situatie dat men zelf voorzieningen moet treffen. Tref tegelijkertijd een regeling voor mensen die niet in staat zijn om de huishoudelijke verzorging zelf te bekostigen. Dat zou prima kunnen in het kader van de WMO.

Thuiszorgorganisaties moeten hun krokodillentranen drogen. Deze organisaties hebben een dominante marktpositie in een sterk groeiende markt. Bovendien beschikken ze over de expertise om deze markt professioneel te bedienen. Wat wil je als bedrijf nog meer. Organisaties zouden er verstandig aan doen om zich minder afhankelijk te maken van collectieve financiering door een rechtstreekse relatie aan te gaan met de cliënt. Zo ontstaat een, deels collectief en deels particulier gefinancierde relatie met de cliënt die vergelijkbaar is met de positie van consumenten in willekeurig elke andere markt.

Werkgevers en werknemers zouden afspraken moeten maken die ertoe leiden dat de schotten tussen de verschillende functies grotendeels worden opgeheven. Er moet gezocht worden naar een nieuwe balans die recht doet aan de capaciteiten, de professionaliteit en de loyaliteit van thuishulpen. Thuiszorgorganisaties kunnen dan efficiënter werken, voor werknemers ontstaat een beter perspectief om de aandacht en de zorg te geven waar cliënten om vragen en cliënten worden niet opgezadeld met voor elke verrichting een andere hulp. Iedereen zou daar beter van worden.

Met het besluit dat het kabinet nu heeft genomen wordt een schijnoplossing geboden. Thuiszorgorganisaties, thuishulpen en cliënten verdienen beter.

Cees de Wildt is voorzitter van een Raad van Toezicht van een middelgrote thuiszorgorganisatie, gemeenteraadslid en adviseur arbeidsverhoudingen van werkgevers- en werknemersorganisaties, onder andere in de gezondheidszorg.