Belediging

Het filmpje waarin de Franse president Nicolas Sarkozy een onderdaan uitscheldt, is inmiddels door ruim drie miljoen Fransen op de website van het dagblad Le Parisien (www.leparisien.fr) bekeken. Het was kennelijk het gesprek van de dag in Frankrijk. Ik moet bekennen dat ook ik er met grote fascinatie een aantal malen naar gekeken heb.

Het incident voltrekt zich zo vlug dat het even duurt voor je begrijpt wat er aan de hand is. Dit gebeurde er.

Sarkozy, op bezoek bij de jaarlijkse landbouwbeurs in Parijs, stapt met zijn bodyguards uit zijn auto. Hij mengt zich onder het publiek en schudt breed glimlachend handen. „Bonjour! Merci!” roept hij. De mensen reageren aangenaam verrast, pas als hij doorloopt is er enig geloei hoorbaar. Dan komt er een gebrilde man in beeld die tegen Sarkozy snauwt: „Raak me niet aan, ik ben vies van je.”

Sarkozy gaat door met handen schudden, maar hij zegt intussen – een beetje onderuit kijkend, terwijl zijn glimlach nauwelijks wijkt – tegen de boze man: „Casse toi alors... casse toi alors pauvre con”, hetgeen neerkomt op „Flikker dan op, klootzak”. Daarna vervolgt hij glimlachend zijn weg door de menigte, alsof er niets gebeurd is.

In een gesprek met lezers van Le Parisien toonde Sarkozy weinig spijt van zijn uitval: „Het is moeilijk, zelfs voor een president, om een belediging niet te beantwoorden, mijn kwaliteiten hebben ongetwijfeld hun gebreken. Omdat je president bent hoeft nog niet iedereen zijn voeten aan je af te vegen. Maar ik had hem beter geen antwoord kunnen geven.”

Die laatste zin is volgens Le Parisien op verzoek van het kabinet van de president aan de tekst toegevoegd, de president zelf kon hem kennelijk niet over zijn lippen krijgen. Heerlijk.

Wat leert dit voorval ons? Dat politici ook mensen zijn? Maar dat wisten we al heel lang.

Misschien komen politici er opzettelijk steeds meer voor uit dát ze mensen zijn. Het incident deed mij erg denken aan de uitval van Pim Fortuyn naar de brutaal doorvragende Wouke van Scherrenburg van Nova: „Ach mens, ga toch koken.” Net als Sarkozy moet ook Fortuyn zich ervan bewust zijn geweest dat camera’s en microfoons alles vastlegden, maar het kon hem niet schelen, integendeel, hij deed het er juist om.

Wordt het een trend nu politici zich steeds meer als populisten ontpoppen? Ach, premier Balkenende hoor ik het nog niet doen, niemand zou het ook goed verstaan áls hij het deed. Het zou klinken alsof hij zich tot onze Poolse werknemers richtte: „Lzrpklzk.”

Maar als Marijnissen of Wilders het ooit tot premier schopt – wat God én Allah mogen verhoeden – zie ik het nog wel eens gebeuren. Wie ‘beroepslafaard’ tegen de premier zegt, zoals Wilders deed, komt al in de buurt van die ‘klootzak’.

Bij het incident met Sarkozy had ik een déjà-vu-gevoel. De terloopse, laconieke manier waarop hij de onverwachte belediging van de ander pareert, waar kende ik die van? Opeens wist ik het: het zijn enigszins de manieren van de gangsters uit de films van Quentin Tarantino. Met een ondoorgrondelijke glimlach op de kaken zeggen en doen zij de vreselijkste dingen. Wraak en weerwraak, daar draait het in hun wereld om.

Het is straatwijsheid. De straatwijsheid van straatschoften.