Amnesty: Moskou holt vrijheden uit

Onder president Poetin zijn de burgerrechten in Rusland uitgehold. Nieuwe wetten belemmeren niet-gouvernementele organisaties, de politie slaat vreedzame betogingen van de oppositie uiteen en critici wordt het leven zuur gemaakt.

Dat stelt de mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een rapport over de mensenrechten in Rusland in de aanloop tot de recente parlementsverkiezingen en de presidentsverkiezingen van zondag. Volgens Amnesty is de inperking van de burgerrechten en de politieke vrijheden toegenomen in de aanloop tot die verkiezingen. „Er is geen echte verkiezingscampagne en er is ook geen werkelijke oppositie.”

„De ruimte voor kritische opvattingen en voor onafhankelijke media en onafhankelijke organisaties wordt geleidelijk steeds meer ingeperkt”, aldus Amnesty. „De vrijheid van meningsuiting en die van vereniging en vergadering zijn hoekstenen van een functionerende burgerlijke maatschappij. De Russische autoriteiten beperken deze vrijheden als onderdeel van hun strategie om de zogenoemde invloed van het Westen in te perken.”

Volgens het rapport worden in Rusland, waar de televisie en veel andere media door de staat worden gecontroleerd, journalisten die onafhankelijk verslag uitbrengen, in hun werk gedwarsboomd en blootgesteld aan intimidatie en mogelijk juridische vervolging. Sommigen – zoals Anna Politkovskaja – worden vermoord. Amnesty tekent aan dat het onderzoek naar haar dood geen voortgang boekt.

„De voortdurende aanval op dat recht heeft een verlammende effect op de hele samenleving”, aldus Nicola Duckworth, directeur bij Amnesty. „Als vrijheid van meningsuiting ontbreekt kunnen andere mensenrechten makkelijker worden geschonden.”