Als het maar geen knuffelproject wordt

Rotterdam heeft zichzelf uitgeroepen tot Europese Jongerenhoofdstad. Maar hoe moeten de miljoenen in 2009 worden verdeeld? „De jeugd is een lust, geen last.”

Halverwege de avond is de eerste wanklank te horen, waarna het niet meer rustig wordt in jongerencentrum WaterFront. „Jullie hebben het alleen maar over luxeproblemen, aan basisproblemen gaan jullie voorbij”, bitst Allyson (19) uit Rotterdam-Zuid. Programmadirecteur Henca Maduro van het Rotterdamse Jongerenjaar 2009 oogt geïrriteerd aan het einde van de tumultueuze discussieavond. „Je mag kritisch zijn, maar toon wel respect.”

Rotterdam heeft zichzelf uitgeroepen tot Europese Jongerenhoofdstad, met instemming van Brussel. Maar ruim negen maanden voor de start van het themajaar lopen de meningen over de invulling van het programma sterk uiteen, zo bleek gisteren bij de discussieavond aan de oevers van de Nieuwe Maas. ‘Een jaar voor en door jongeren’, dat klinkt mooi. Maar wat betekent dat in de praktijk? Hoe gaat de organisatie van het Rotterdam European Youth Capital (REYC) de vele miljoenen aan subsidiegeld spenderen? En wat is de samenhang tussen de zes uitverkoren thema’s, die variëren van wonen en omgeving tot levensbeschouwing en ontmoeting.

Inclusief de al voorgenomen investeringen, met onder meer 15 miljoen euro voor een Urban Dance Podium, heeft REYC bijna 53 miljoen te besteden. Maar ‘slechts’ 16 miljoen daarvan is nieuw geld, haastte Maduro daaraan toe te voegen. „Dat lijkt veel, maar dat is het niet als je kijkt naar onze doelstellingen.” Meedoen luidt het devies, aan iedereen. „Ouderen ervan doordringen dat jongeren geen last zijn maar een lust, en jongeren aanspreken op hun talenten”, in de woorden van Maduro.

Die opdracht is vooral ingegeven door de wens van het stadsbestuur om jongeren in het algemeen en hoogopgeleiden in het bijzonder aan zich te binden, want high potentials zijn zwaar ondervertegenwoordigd in Rotterdam. Bovendien speelt de stad in op de toekomst. In tegenstelling tot de rest van Nederland vergrijst Rotterdam de komende jaren niet, maar ‘vergroent’ de stad. Ruim eenderde van het huidige bevolkingsaantal (584.000) is nu al jonger dan dertig, van wie circa 62 procent van allochtone afkomst. Onder hen naar schatting 10.000 voortijdige schoolverlaters per jaar.

Het is die opeenstapeling van problemen die de stad zorgen baart. Een Jongerenjaar was twee jaar geleden dan ook een onwrikbare wens van de PvdA bij de coalitiebesprekingen. Maduro krijgt min of meer de vrije hand om, op de achtergrond geflankeerd door voormalig jeugdcommissaris Steven van Eijck, „te schaven aan de basis van Rotterdam”, zoals de invloedrijke onderwijsbestuurder Piet Boekhoud het verwoordt.

Een gedetailleerde uitwerking van de zes thema’s volgt nog, in samenspraak met de doelgroep (13 tot 28 jaar). Maar één ding is zeker, benadrukte Maduro gisteren nogmaals te midden van de flipperkast aan meningen: wie niet mee wil doen, doet ook niet mee. Het Jongerenjaar gaat niet op de stoel zitten van de gemeentelijke diensten. „Groepen die buiten de maatschappij lopen, laten wij lekker met rust”, verklaarde de 31-jarige Rotterdamse van Antilliaanse afkomst eerder.

Het was vooral die boodschap die gisteravond kwaad bloed zette bij een deel van de bijna tweehonderd aanwezigen. Beseft Maduro wel hoeveel achterstandsjongeren Rotterdam telt? En hoeveel tienermoeders zonder een dak boven het hoofd? En hoe vallen alle fraaie voornemens te rijmen met het irritante zoemapparaat dat ‘hangjongeren’ in bepaalde delen van de stad weg moet jagen, de Mosquito? Bed, bad en brood – dat zouden de speerpunten moeten zijn.

Maduro, tot voor kort organisator van talentenshows voor jongeren, nam de aanbevelingen voor kennisgeving aan. Een van haar voornemens is het koppelen van jongeren aan ouderen, twaalf maanden lang. In totaal moeten vijfduizend zogeheten dynamic duo’s de stad een opwaartse lift geven. Een eigen digitaal tv-kanaal zal verslag doen van alle activiteiten, die ook 25.000 Europese jongeren naar Rotterdam moeten trekken. Drie jeugdpanels en een eigen schaduwkabinet met een heuse jeugdburgemeester, opererend onder de naam B&W Next, zien toe op de uitvoering.

Waar het Jongerenjaar beslist niet in mag ontaarden, is een geldverslindende knuffelmanifestatie, zonder tastbare resultaten. Daarover waren de aanwezigen het gisteren wél eens. Rotterdam heeft een dubieuze reputatie als het gaat om gesubsidieerde projecten: het ontbreekt vaak aan een vervolg, waardoor het netto resultaat veelal nul blijft. Hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops stipte dat vorig jaar nog maar eens aan in zijn boek Regimeverandering in Rotterdam.

Voor die fout zegt het Jongerenjaar te willen waken. De organisatie neemt nog dit jaar haar intrek in het hart van de smeltkroes (174 nationaliteiten) die Rotterdam is: de Afrikaanderwijk ‘op’ Zuid, in het pand van het onlangs failliet verklaarde restaurant Solo. De Eat & Meet-aanpak, bedoeld om het verpauperde stadsdeel met horeca een sociaal-economische impuls te geven, is losgelaten. Of beter: omgedraaid. Meet & Eat luidt nu het recept. Met de jeugd in een voortrekkersrol.