Zonnepaneel veel zuiniger

De energie die nodig is voor de productie van zonnepanelen valt in het niet bij de energie die deze panelen opwekken als ze dertig jaar meegaan. Dat blijkt uit een publicatie die binnenkort verschijnt in het wetenschappelijke tijdschrift Environmental Science & Technology.

Met de studie van drie milieuwetenschappers, waaronder Erik Alsema van het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Utrecht, wordt kritiek op de duurzaamheid van zonne-energie gepareerd.

De wetenschappers inventariseerden het energieverbruik, de uitstoot van broeikasgassen en andere vervuiling bij de productie van zonnecellen uit onder andere silicium. Uit de analyse van productiedata uit 2004 tot 2006 van elf Europese en Amerikaanse bedrijven blijkt dat de energie die nodig is voor de productie van een zonnepaneel op een Nederlands dak in 3,4 jaar wordt terugverdiend.

Op dat moment is de energie die is geïnvesteerd in de winning van silicium uit siliciumoxide, de zuivering van het materiaal en alle andere productiestappen gelijk aan de energie die het paneel tot op dat moment uit zonnestralen heeft geproduceerd. De energieproductie in de overige 26 jaar gaat niet gepaard met uitstoot van broeikasgassen.

In eerdere studies pakte de ‘energie-terugverdientijd’ van zonnepanelen veel ongunstiger uit. De Amerikaanse wetenschapper Lee Hunt van Dow Corning Corporation berekende in 1976 nog een terugverdientijd van twintig jaar.

De gestage verbetering die sindsdien is gerealiseerd is volgens onderzoeker Alsema te danken aan toepassing van dunnere plakken silicium, efficiëntere zonnecellen (13 à 14 procent tegenover 11 procent in de berekeningen uit 1976) en het energiezuiniger zuiveren van silicium. Ook wordt minder silicium weggegooid.

In de levenscyclusanalyse die de auteurs hebben uitgevoerd, pakt ook de uitstoot van vervuilende materialen als kwik en cadmium relatief gunstig uit. „De belangrijkste vervuiling hangt samen met de energiewinning die nodig is voor het maken van zonnepanelen”, zegt Alsema in een telefonische toelichting. „De vervuilende en toxische materialen die daarbij vrijkomen vertegenwoordigen negentig procent van de vervuiling van het totale proces.”

Volgens Alsema valt de rekensom nog gunstiger uit als ook met de recycling van de panelen rekening wordt gehouden. Dat toont een proefproject in Duitsland aan.