Werkelijkheid kan afwijken van imago

Onderzoekers doen het nooit goed. Het imago-onderzoek van de publieke omroep wordt gehekeld, maar een diepgaande studie naar de pluriformiteit gaat wellicht niet door.

„Hoe dom zijn die mensen? De omroep vind ik extreem links.” De meerderheid van de paar honderd reacties op websites als die van De Telegraaf en GeenStijl is honend en negatief.

De internetters becommentariëren de uitkomsten van een imago-onderzoek dat bureau Synovate (voorheen Interview/NSS) in opdracht van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) heeft uitgevoerd onder duizend Nederlanders van dertien jaar en ouder. Daaruit blijkt dat tweederde vindt dat de publieke en de commerciële omroepen links noch rechts van politieke signatuur zijn.

Dat is geruststellend nieuws voor de publieke omroep die een afspiegeling moet zijn van de Nederlandse bevolking. „Van en voor iedereen, overal en altijd”, staat in de missie van de NPO. Sommige critici verwijten de publieke omroep echter te veel programma’s met een linkse signatuur te brengen voor een randstedelijke elite. Recent laaide deze discussie weer op, nadat de van De Telegraaf afkomstige columnist Joshua Livestro weg moest bij het Buitenhof. Hij beweerde dat zijn mening te rechts was voor het tv-programma van NPS, VARA en VPRO.

Slechts 28 procent van de bevolking vindt de publieke omroep enigszins links tegenover 10 procent die dat vindt van de commerciële omroep. Maar wat zegt zo’n onderzoek eigenlijk? „Het zegt iets over de perceptie van het publiek over de links-rechts dimensie”, zegt Otto Scholten, directeur van het Persinstituut en verantwoordelijk voor de Nieuwsmonitor van de Universiteit van Amsterdam (UvA). „Maar het zegt niets over objectiveerbare feiten in nieuwsuitzendingen of actualiteitenrubrieken. Er is onderzoek gedaan naar hoe het publiek bijvoorbeeld kijkt naar kranten en hoe het aanbod daadwerkelijk is. Die werkelijkheid kan aanzienlijk afwijken van het beeld dat onder het

publiek leeft.”

Synovate geeft aan dat het imago-onderzoek representatief is voor de autochtone bevolking. „In online panels zijn allochtonen veelal niet of nauwelijks aanwezig’’, aldus het onderzoeksbureau.

Harm Bruins Slot, voorzitter van de raad van bestuur van de NPO, stelde vorig jaar na de kritiek van Livestro voor om het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) diepgaand te laten onderzoeken of de publieke omroep nog pluriform genoeg is, maar hij twijfelt daar nu over. „Dat is ingewikkeld”, zegt hij. Nederland is geen verzuilde maatschappij meer en de bevolkingsgroepen zijn moeilijk te vangen op gemeenschappelijke kenmerken. Daarom heeft het SCP meer tijd nodig. Scholten beaamt dat zulk onderzoek tijdrovend en dus kostbaar is. „Het gaat er niet alleen om te kijken wie er aan het woord komen, maar ook of vertegenwoordigers van linkse partijen hetzelfde bejegend worden als die van rechtse partijen. En dan heb ik het nog niet over andere aspecten zoals volks of elitair.”

Hij concludeert dat politici in toenemende mate kritiek hebben op de publieke omroep en de media in hun algemeenheid. „Je ziet dat populistische politici zich graag afzetten tegen de media. Het hoort tot het wapenarsenaal om je te profileren.” Mocht toekomstig objectief onderzoek uitwijzen dat de publieke omroep evenwichtig is dan voorspelt Scholten opnieuw negatieve reacties. „Uit onderzoek van de Nieuwsmonitor in 2005 onder vijf landelijke dagbladen bleek dat het onmogelijk is te concluderen dat deze kranten links zijn. Dat leverde ons op internet honderden negatieve reacties op.”