Wereld heeft begrip voor Turkse inval Irak

Na een jaar van oplopende spanningen is het Turkse leger een offensief begonnen tegen de PKK in Noord-Irak.

De internationale reacties zijn tot nu toe vriendelijk.

Natuurlijk klonken er vermanende woorden zowel vanuit Washington als vanuit Brussel toen vrijdag duidelijk werd dat het Turkse leger Noord-Irak was binnengetrokken. Het Turkse leger moest de actie tegen de PKK zo snel mogelijk afronden, zo klonk het, geen burgerslachtoffers maken onder Iraakse Koerden en na de actie direct weer de grens over naar Turkije. Maar de vermaningen klonken vriendelijk.

Geen enkele Europese politicus van formaat eiste dat de toetredingsonderhandelingen van Turkije tot de Europese Unie werden stopgezet en niemand in Washington drong erop aan dat de samenwerking op militair gebied zou worden beëindigd. En daarmee werd één ding duidelijk: de Turkse diplomatie is er de afgelopen maanden in geslaagd begrip te kweken voor het standpunt van Ankara dat militaire actie in Noord-Irak noodzakelijk was.

Die diplomatieke overwinning verklaart mede waarom er in Turkije vooralsnog geen woord van kritiek op de regering en het leger te horen is. Een tweede factor is natuurlijk dat de strijd in Noord-Irak voorzover bekend vooralsnog gunstig voor het Turkse leger verloopt. Toegegeven, zondag stortte een helikopter neer bij de Turkse grens (onduidelijk is nog of de PKK hem omlaag heeft gehaald of dat er een technisch mankement was) en tot nog toe zijn vijftien Turkse militairen in de strijd om het leven gekomen. (De PKK houdt dat aantal overigens op 82). Maar dat dodencijfer is veel lager dan het aantal aanhangers van de PKK dat volgens de Turkse strijdmacht is uitgeschakeld: 112. Bronnen bij de strijdmacht zijn ervan overtuigd dat PKK-strijders (die geen landoffensief tijdens de wintermaanden hadden verwacht) in paniek Noord-Irak verlaten.

Maar zal dat feest aanhouden? De Turkse soldaten zijn een achilleshiel van dit offensief: als er veel slachtoffers gaan vallen kan de stemming in Turkije, dat altijd gevoelig is voor het leed van soldatenmoeders en -vaders, wel eens omslaan. En dat die aantallen slachtoffers kunnen oplopen, is bepaald niet denkbeeldig: volgens de Turkse strijdmacht is de oorlog in Noord-Irak vuil. Het leger heeft inmiddels laten weten (objectieve bevestiging daarvan is onmogelijk) dat PKK-strijders mijnen en handgranaten hebben gelegd onder de stoffelijke resten van omgekomen kameraden. Als Turkse soldaten die lijken ruimen, ontploffen die en eisen ze Turkse levens.

Daarnaast ligt er altijd een tweede gevaar op de loer: radicalisering van de Turkse Koerden. De afgelopen jaren heeft de regering van premier Erdogan zich ingezet om Zuidoost-Turkije, waar veel Koerden wonen, tot ontwikkeling te brengen. Met succes: bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar deed Erdogans AKpartij het erg goed in het zuidoosten. Turkije begint zich langzaam maar zeker voor te bereiden op de plaatselijke verkiezingen en de droom van de AKpartij is om Diyarbakir, dat veel Koerden als hun hoofdstad beschouwen, over te nemen van de DTP, die dicht bij de PKK staat. Als de AKpartij daarin slaagt, is dat een overwinning van historische betekenis.

Maar een al te lange of al te bloedige strijd tegen de PKK zou roet in het eten kunnen gooien. Veel Koerden in de regio hebben bijzonder slechte herinneringen aan de jaren negentig (toen het Turkse veiligheidsapparaat duizenden dorpen platbrandde). Een al te sterke militaire aanwezigheid zou die herinneringen weer boven kunnen brengen. Paradoxaal genoeg zou de inval in Noord-Irak militair dan wellicht een succes kunnen zijn maar tegelijkertijd het uiteindelijke Turkse doel (complete integratie van Koerden in de Turkse Republiek) schade toebrengen.