Van Tuyl kiest voor mondiale middenstroom

Tentoonstelling Eyes Wide Open. T/m 1 juni in Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. Dag. 10-18u. Inf. www.stedelijk.nl

Op Eyes Wide Open, het overzicht van de recente aanwinsten van het Stedelijk Museum in Amsterdam, is in ieder geval één werk te zien dat flinke ergernis oproept. Het is The cyclists van Maaike Schoorel. Daarop staat eigenlijk niks: het schilderij bestaat uit een klein aantal vage, vlekkerige verftoetsen in wit en lichte pastelkleuren. Het geheel wekt de suggestie dat als de toeschouwer goed kijkt er een patroon of een tafereel opdoemt. Maar dat lukt dus niet. Uiteindelijk, na lang kijken lijkt het alsof twee gezichten uit de mist opdoemen (misschien was Witte fietsen in de mist een betere titel geweest), maar dat is het wel zo’n beetje. Verder: suggestie. Leegte. Ergernis. Toegegeven, wel een prettig soort ergernis. ‘Love to hate’ dat is de beste uitdrukking voor het soort schilderijen dat Schoorel maakt: je vreest dat je wordt belazerd, dat je met open ogen in het nieuwe-kleren-van-de-keizer syndroom stapt, maar intussen blijft je wel kijken. Dat is al heel wat.

Hoe twijfelachtig The cyclists ook is, de aankoop van het doek past in het beleid van directeur Gijs van Tuyl. Er is weinig geld dus hij moet creatief zijn. Van Tuyl doet dat op twee manieren. Allereerst sloot hij een deal met The Broere Charitable Foundation, die een reeks grote (en dure) werken aankoopt om die vervolgens in langdurige bruikleen aan het Stedelijk te geven. Dat is een mooie maar ook riskante tactiek, want de Foundation blijft de eigenaar. Mocht Broere ooit besluiten al die topwerken te verkopen om in Bulgaarse kindertehuizen te investeren, dan wordt het Stedelijk het weeshuis van de moderne kunst. Geen aangenaam vooruitzicht.

Gelukkig heeft Van Tuyl daarnaast ook een tweede, veiliger beleid. Dat is heel simpel: Van Tuyl houdt goed in de gaten wie de belangrijke opkomende namen in het buitenland zijn, om hun werk snel aan te kopen. Dat is vermoedelijk de enige leefbare tactiek voor een middelgroot museum als het Stedelijk: de ontwikkelingen in de kunstwereld gaan snel en de prijzen stijgen nog sneller, dus wie de pretentie heeft een overzicht van de nieuwste ontwikkelingen te bieden, moet op zijn qui vive zijn. Dat doet Van Tuyl heel degelijk: op het werk van kunstenaars als Melvin Moti, Rachel Harrison, David Maljkovic en David Goldblatt is weinig aan te merken. Maar tegelijk toont Eyes Wide Open ook het nadeel van dit beleid: doordat Van Tuyl zo nadrukkelijk aanschurkt tegen de grote mondiale middenstroom sluit hij verrassingen uit.

Opvallend aan zijn keuze is dat een groot deel van de uitverkoren Nederlanders in het buitenland woont. Dat geldt voor Schoorel (die in Londen werkt), maar ook voor Erik van Lieshout (Berlijn), Charlotte Schleiffert (China), voor Tjebbe Beekman (Berlijn), van wie een intrigerend doek van een fabriekshal werd aangekocht en voor Marcel van Eeden (Berlijn en Zürich) van wie het museum de prachtige, 37 tekeningen tellende installatie Oswalds Dream aanschafte – een grote bijna droomsequentie die zijn kracht ontleent aan de botsing tussen de freudiaanse onderwerpen en Van Eedens precieze stijl. Dat Van Tuyl zich juist op deze kunstenaars richt, getuigt van een realistische visie, maar er zit een pijnlijk kantje aan: de Stedelijk-directeur geeft er mee aan dat zelfs hij Nederland in mondiaal opzicht als een soort cultureel achterland beschouwt.

Die visie wordt bevestigd door de ‘grote’ Nederlanders op Eyes Wide Open. Het is het zo langzamerhand bekende rijtje: Rineke Dijkstra, Atelier van Lieshout, Aernout Mik, die alle drie in Nederland worden gekoesterd omdat ze het ‘gered’ hebben. Dijkstra komt met een overtuigende serie soldatenportretten; Van Lieshout toont een prikkelende ‘anti-utopische’ maquette van een slavenverblijf. De beste aankoop is echter van Aernout Mik. Diens Raw Footage bestaat uit filmfragmenten die Mik opdook uit de archieven van persbureaus. Het zijn ‘alledaagse’ oorlogsbeelden: soldaten die hun geweren schoonmaken, die in een vrachtwagen stappen, of een aangeschoten varken dat door een dorp rent. Het zijn typisch de beelden die de journaals nooit halen, maar zo achter elkaar gemonteerd, gaat er een onmiskenbare dreiging van uit – Mik slaagt er perfect in om ons mee te nemen naar de schemerzone van het leven. Zo zou je zowaar nog een inhoudelijke lijn kunnen destilleren uit aankopen als die van Schoorel, Van Eeden en Mik: hoe goed je ook kijkt, lijkt Van Tuyl te zeggen, je weet uiteindelijk nooit zeker wat je ziet. Die gedachte zou hij bij zijn aankopen misschien een tikje vaker in zijn voordeel moeten aanwenden.