Van Japans gedoe in een pyjama tot topsport

Als judocoach is Chris de Korte al jaren zeer succesvol.

Maar de door hem opgerichte sportschool in Hoogvliet staat voor meer dan judoën op olympisch niveau.

Het waren vooral vechtersbazen uit het boerendorp Pernis die in 1958 geïnteresseerd waren in de eerste judodemonstratie van Chris de Korte, op een voetbalveld in Hoogvliet. De migranten die de grauwe flats in de naoorlogse deelgemeente van Rotterdam bevolkten en in de petrochemische industrie werkten, hadden nauwelijks belangstelling voor ‘Japans gedoe in een pyjama’. Vijftig jaar later wenden judoka’s uit de hele regio zich tot Budokan Rotterdam, de judotak van sport- en gezondheidsinstituut De Korte. Slechts een enkeling blijft in Hoogvliet, weet olympisch kampioen Mark Huizinga. „Hij doet moeite voor een judoka als die eigen motivatie toont.”

Chris de Korte (70) is globetrotter, oud-commando en gediplomeerd machinewerker, maar voelt zich als een banketbakker die graag het geheim van zijn broodjes verspreid. Het recept van zijn specialiteit is in vijf decennia sterk veranderd. De Korte kreeg zijn judo-opleiding in de jaren zestig in Japan, dus niet als wedstrijdsport maar als krijgskunst. „Brandde de zon, dan werden ramen en deuren van de zaal gesloten. Sneeuwde het, dan stond alles wagenwijd open. Na drie uur training mocht je een slok water drinken, bij ongehoorzaamheid volgden stokslagen. Het mocht geen pretje zijn.”

Het had zijn weerslag op de methoden die De Korte bij terugkomst in Hoogvliet toepaste, eerst in een gereformeerde kerk tijdens het stemmen van een orgel en later in een garage. Ad Boogert, nu tachtig jaar, stond garant voor de 25.000 gulden [ruim 11.000 euro] die de garage kostte. „Ik had het volste vertrouwen dat hij mij zou terugbetalen. Een kwestie van mensenkennis”, zegt Boogert. „Chris was erg bevlogen en gaf loodzware trainingen, ook al zou ik geen wedstrijdjudoka meer kunnen worden. Soms was ik na de trainingen zo moe dat ik de krant niet eens meer kon lezen.”

In de jaren zeventig – judo had een vlucht genomen door onder andere de wereld- en olympische titels van Anton Geesink en Wim Ruska – verhuisde De Korte naar de huidige locatie aan de Middenbaan in Hoogvliet. Daar wordt sport- en gezondheidsinstituut De Korte tegenwoordig gerund door de twee zoons van de naamgever, Bas (40) en Willem (38) de Korte. Het is precies wat hun vader niet wilde opzetten, een sportschool met zo’n 35 werknemers en ruim 2.200 leden die jazzdansen, fitnessen en zwemmen.

De Korte heeft zijn eigen dojo, op vijf minuten lopen van de sportschool. Daar kan hij in alle rust zijn ‘judokinderen’ opvoeden. Budokan Rotterdam behaalde zo’n zeventig medailles bij Europese- en wereldkampioenschappen en zes medailles bij de laatste vijf Olympische Spelen. De sportschool van De Korte deelt de heerschappij in eigen land met het Haarlemse Kenamju, van judotrainer Cor van der Geest. De twee gelden als tegenpolen en de rivaliteit zou verder reiken dan de tatami. Beiden zijn in dienst van de judobond, Van der Geest als voorzitter van de technische commissie waarvan De Korte adviseur is.

„Budokan, wat is dat? Oh, je bedoelt de sportschool van De Korte”, zegt Van der Geest, even in verwarring. „Nou, het is onze grote concurrent en vaak vochten onze judoka’s om dezelfde plek. Als Chris stopt als coach kan hij terugkijken op mooie individuele resultaten, met gouden WK- en olympische medailles. Hij heeft met Huizinga een judoka met olympisch goud, dat heb ik niet. Maar ik zou niet met hem willen ruilen. De mannen- en vrouwenteams van Kenamju hebben allebei twee keer de Europa Cup gewonnen. Ik houd altijd een groep intact, Chris werkt meer met individuen.”

Huizinga (34) stapte als vijftienjarige de sportschool van De Korte binnen. „We kwamen met tien of twaalf judoka’s uit Schiedam. Na twee maanden waren er nog drie over. De trainingen waren veel zwaarder dan ik gewend was. Het was echt overleven in het begin. Chris stond op een voetstuk. Wij kenden hem van tv, hij was naar Japan geweest en had een hoge judograad bereikt. Zijn invloed in de regio is groot. Ik had in Vlaardingen en Schiedam trainers die hun opleiding bij De Korte hadden gevolgd. Hij was zijn tijd ver vooruit en daar heeft de sportschool altijd van geprofiteerd. Mensen gaan met zijn kennis naar het buitenland en kwamen met nieuwe kennis terug. Zo blijft het niveau van trainers en sparringpartners hoog.”

De judozaal in Hoogvliet is voor Huizinga een bijzondere plek. „Ik heb er afgezien, gezweet en gehuild. Ik heb er dingen gebroken en gescheurd en er is veel energie vrijgekomen. Met de sportschool heb ik niet veel, wel met de mensen. Zonder Chris was ik vast ook een goede judoka geworden, maar niet zoals nu. Hij motiveert je niet sterk, hij houdt je een totaalplaatje voor waarmee je topjudoka kunt worden. Dat vormt je ook als mens en dat is belangrijker dan de beheersing van een bepaalde worp.”

De huidige vrouwenbondscoach Marjolein van Unen kende „vreselijke” eerste dagen in haar eigen judocarrière bij De Korte. „Het damesjudo was nog niet zo ontwikkeld als nu en Chris had minder prettige ervaringen gehad met training van vrouwen. Het is interessant om te zien dat we het allebei snel hebben opgepakt. Ik vind Chris technisch gezien nog steeds de beste coach. Hij is meegegaan met zijn tijd en is soepeler in zijn benadering naar judoka’s. In mijn tijd was hij autoritair en tien keer harder. Nog steeds kom ik regelmatig voor trainingen in Hoogvliet en wat opvalt is de echte familiesfeer.”

„Chris en zijn zoons zijn op een vernieuwende manier met beweging bezig”, zegt deelraadbestuurder Jacqueline Cornelissen over de maatschappelijke rol van de sportschool. „Ze stomen niet alleen judoka’s klaar voor olympische medailles, maar hebben een breed scala aan activiteiten. Chris bood aan judolessen te geven aan basisscholieren in de regio. Jongeren kunnen zo beter overweg met extra energie en emoties en ook wordt overgewicht aangepakt. We bekijken nu met Bas en Willem of we het bewegingsonderwijs op middelbare scholen deels kunnen overnemen.”

Als het aan de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening ligt, gaat in 2009 de eerste paal in de grond voor de bouw van een campus bij metrostation Zalmplaat. De gemeente wil de onderwijsinstellingen in Hoogvliet bundelen en jongeren in de opgeknapte deelgemeente – in de jaren negentig bestempeld als getto en no-go area – „positief stimuleren” met artstudio’s, theater, welzijnswerk en een woonhotel. Het realiseren van een regionaal topsportpunt voor judoka’s en atleten behoort ook tot de plannen. De Korte houdt rekening met een verhuizing van de sportschool in de komende vijf jaar.

Cornelissen: „Chris de Korte en met name [boksschoolhouder] Jan Schildkamp hebben jongeren een kans gegeven zich te bewijzen. 70 procent van de kansarme jongeren bij Schildkamp heeft een succesvolle uitstroom richting onderwijs of werk. Zonder de hulp van sportkanjers als Ome Jan en Chris krijg je dat misschien niet voor elkaar.”

De Korte verbreedt intussen zijn grenzen van Japanse vechtsport naar Chinese bewegingskunst. Met tai chi wil hij stress in de maatschappij terugdringen als hij straks stopt als judotrainer. „Ik heb mijn leven in dienst gesteld van judo, omdat het zo rond mij is ontstaan”, zegt De Korte. „Maar ik ben zeventig en net als iedereen een armoedig en sterfelijk wezen. Ik kan toch niet eeuwig topcoach blijven?”