Turken komen in Irak

De Koerdische Arbeiderspartij (PKK) kan buiten de eigen kring niet rekenen op veel sympathie. Gelet op haar gewelddadige praktijken, zoals afpersing van andersdenkenden, is dat niet verwonderlijk. Maar dat de Turkse mini-invasie tegen de PKK op Iraaks grondgebied alom op zoveel stilzwijgende instemming kan rekenen, is toch opmerkelijk.

Amerika heeft de Turkse regering alleen maar op het hart gedrukt het kort te houden. „Het is geen ideale situatie. De ideale situatie zou zijn als de PKK in Irak niet meer bestond”, aldus Washington. De toonzetting doet vermoeden dat de VS van tevoren zijn ingelicht en geen veto hebben uitgesproken. De EU heeft begrip dat Turkije de eigen bevolking militair beschermt tegen „terrorisme”. Ze heeft wel opgeroepen de actie „proportioneel” te houden. De Iraakse regering heeft vandaag wel de onmiddellijke terugtrekking van de Turkse troepen geëist. Maar de Koerdische leiders ter plaatse in Irak houden zich nog was afzijdig.

Vooral de lauwe reactie van de Iraakse Koerden illustreert dat de PKK niet bij voorbaat kan rekenen op solidariteit onder alle Koerden. Maar die antipathie is geen eeuwig gegeven. Sinds de val van Saddam Hoessein is Iraks Koerdistan de facto een eigen staat geworden. Die feitelijke soevereiniteit kan ertoe leiden dat de belangen verschuiven. Dat gevaar dreigt als de Koerden in Turkije zich zouden gaan roeren. De oproep van de PKK om de oorlog naar de Turkse steden te verplaatsen, is vooralsnog de klassieke retoriek die elke guerrillabeweging bezigt. Dat neemt niet weg dat de verhoudingen in het Koerdische oosten van Turkije fragiel zijn. Na de arrestatie van PKK-leider Öcalan in 1999 lag zijn partij op de knieën. Op dat moment had de Turkse regering concessies kunnen doen aan de Koerden, bijvoorbeeld op cultureel terrein.

Ankara heeft die kans begin deze eeuw helaas laten lopen. Mede dankzij het beleid van de premier Erdogan heeft de spectaculaire economische groei ook de steden in het oosten bereikt. Zijn AK-partij heeft zelfs haar zinnen gezet op de electorale verovering van de Koerdische stad Diyarbakir. Maar naar verhouding is de welvaart aan veel Koerdische gebieden voorbijgegaan. Geweld kan daar dus een averechts effect hebben.

Enig begrip voor de Turkse mini-invasie is op zijn plaats. Geen enkel soevereine staat zou het over zijn kant laten gaan als er, pal over de grens, guerrillabases worden geformeerd van waaruit het eigen land wordt bestookt. Maar de Turkse actie moet toch ook op haar doelmatigheid worden beoordeeld. Want het ligt voor de hand dat de Turkse krijgsmacht met deze operatie de guerrillabeweging van de PKK niet de de definitieve slag zal weten toe te brengen.

Soldaten zijn in een asymmetrische oorlog nu eenmaal niet afdoende. Een guerrilla is door een regulier leger niet te winnen, als de militaire middelen niet worden gevolgd door politieke oplossingen. Als Turkije zich nu dus beperkt tot militaire inzet, loopt het risico’s die verder gaan dan gesneuvelde soldaten. Dan belandt Ankara van de wal in de sloot.