Tranen

Het terras van café-restaurant Dantzig, gelegen nabij de Stopera, biedt een van de mooiste uitzichten van Amsterdam, vooral als je over de Amstel in de richting van de Munttoren kijkt.

Over het water ligt de drukke stad, dat weet je, maar hier zie je er vooral de sierlijke contouren van. Toen ik er voor het eerst kwam, vond ik het alleen jammer dat een of ander hoog monument het uitzicht voor een klein deel blokkeerde. Een vuiltje in het oog.

Pas later kwam ik tot de ontdekking waarom dat monument juist hier, in deze vroegere jodenbuurt, stond. Die zuil van zwart graniet was opgericht voor joodse verzetsstrijders. Daarom staat er in het Nederlands en Hebreeuws deze tekst van de profeet Jeremia op: „Waren mijn ogen een bron van tranen, dan zou ik dag en nacht wenen om de gevallen strijders van mijn dierbaar volk.”

Joodse verzetsstrijders? De mythe wil toch dat die er vrijwel niet waren? Daarmee rekende Dick Dolman, de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer, af toen hij bij de onthulling van het monument in 1988 zei: „Zowel kwalitatief als kwantitatief heeft het joods verzet het niet-joods verzet overtroffen. Er is verzet gepleegd door circa duizend joodse verzetsstrijders, van wie vijfhonderd hun daden met de dood moesten bekopen.”

Gisteren stonden we met zo’n zeventig mensen rond dit monument voor een korte herdenking. Het was een uurtje voordat even verderop, op het Jonas Daniël Meijerplein, drieduizend mensen rond de Dokwerker de Februaristaking zouden herdenken.

Er waren nogal wat kinderen van de joodse scholengemeenschap Maimonides bij het joodse verzetsmonument. Ze stonden erbij zoals kinderen er altijd bijstaan tijdens dit soort plechtigheden: welwillend, maar met het hoofdje bij andere, spannender zaken. Ze hoorden Bert Oude Engberink van de Vriendenkring Mauthausen uitleggen dat de joodse verzetsstrijders onbekend waren gebleven als verzetsmensen, omdat zij door de Duiters ‘als joden’ werden opgepakt, niet ‘als verzetsstrijders’.

Herdenken is vooral citeren, goed citeren. Dirk Mulder, directeur van Herdenkingscentrum kamp Westerbork, citeerde Gerard Durlacher uit diens Strepen aan de hemel. Waarom zweeg de wereld, terwijl toch het een en ander bekend was over de nazigruwelen?

Durlacher vond verklaringen als ‘lafheid’ en ‘onverschilligheid’ onvoldoende. „Een sterkere verklaringsgrond is, dat mensen met een gevoelsleven dat niet morsdood is, berichten als deze niet tot zich kúnnen toelaten zonder schade aan lichaam en geest.” Durlacher noemde dit ons ‘psychische veiligheidsventiel’.

„Kom kinderen, zullen we nu naar de Dokwerker gaan?” vroeg Mirjam Ohringer van de Vriendenkring Mauthausen.

Ze waren daar ruimschoots op tijd om Sanne Wallis de Vries Vrede van Leo Vroman te horen voorlezen. Met die bittere slotstrofe: Kom vanavond met verhalen/ hoe de oorlog is verdwenen,/ en herhaal ze honderd malen:/ alle malen zal ik wenen.

Vroman klonk als Jeremia.

Toen ik later thuis het citaat van Durlacher verifieerde, viel er een knipsel uit het boek: Bush had in Israël verklaard dat de Verenigde Staten Auschwitz hadden moeten bombarderen om de vernietiging van de joden te stoppen.