Stoelendans rond Europese topbanen

In het Europese bestuur komen binnenkort diverse topfuncties vrij. Achter de schermen en in de media wordt al druk gespeculeerd over de verdeling. Maar welke mix past het best?

Tony Blair spreekt de laatste tijd vaak Frans. Laatst nog voor een interview op radiozender Europe 1. Niks bijzonders, verklaarde hij daarna in een ander interview. Hij had zijn Frans altijd goed bijgehouden. „Je pikt aardig wat op tijdens bijeenkomsten”, zei Blair. „Dat was heel nuttig voor me. Er zijn een heleboel leiders met wie ik Frans spreek.”

Het heeft er alle schijn van dat Blair zich warmloopt voor een nieuwe functie in Brussel waarbij kennis van de Franse taal nuttig is: ‘president’ van Europa. Blairs naam wordt daarvoor de laatste weken vaak genoemd, in positieve én in negatieve zin. De Franse president Nicolas Sarkozy gaf ‘mon ami Tony’ alvast zijn steun. Maar op internet begon onlangs een campagne tegen zijn mogelijke kandidatuur (stopblair.eu). De Britse oud-premier heeft nog niet publiekelijk gezegd of hij wel wil.

Het aanbod van topvacatures in Brussel is groter dan ooit. Als gevolg van het nieuwe EU-verdrag komt er een vaste voorzitter of president van de Europese Raad – de baan waarvoor Blair genoemd wordt – en een ‘hoge vertegenwoordiger’ voor buitenlands beleid, ook wel aangeduid als Europese minister van Buitenlandse Zaken. En er komen volgend jaar twee bestaande functies vrij: het voorzitterschap van de Europese Commissie (nu de Portugees José Manuel Barroso) en het voorzitterschap van het Europees Parlement (de Duitser Hans-Gert Pöttering).

De banencarrousel is belangrijk, denken deskundigen, omdat veel zaken in het nieuwe EU-verdrag niet zijn geregeld. De functieomschrijving van de Raadsvoorzitter is „een wit vel papier”, zegt Antonio Missiroli van de denktank European Policy Centre.

De verhouding tussen Commissie, Parlement en Raad verandert door het nieuwe verdrag. Maar hoe, dat zal in belangrijke mate afhangen van de wijze waarop de functies straks worden ingevuld. Van de personen dus. Blair is geen Jean-Claude Juncker, de premier van Luxemburg, die ook vaak wordt genoemd. En ook geen Mikuláš Dzurinda, ex-premier van Slowakije en een van de weinige Oost-Europeanen in de tombola.

De nieuwe Raadsvoorzitter moet de toppen van regeringsleiders – meestal vier per jaar – voorzitten. Verder krijgt hij de opdracht Europa te vertegenwoordigen „op zijn niveau”. Maar wat is dat, vraagt Missiroli zich af.

Als er nu bijvoorbeeld een EU-Ruslandtop plaatsvindt, dan staat de Commissie-voorzitter op de foto. Dat blijft zo, verwacht Missiroli. De nieuwe Raadsvoorzitter, zegt hij, zal natuurlijk ook willen komen. Maar het wordt nog ingewikkelder: het huidige systeem waarbij een land een half jaar lang EU-voorzitter is, blijft óók bestaan. Dat land is verantwoordelijk voor de bijeenkomsten van vakministers (Landbouw, Financiën, Milieu etcetera). Stel dat Frankrijk aan de beurt is, dan wil president Sarkozy natuurlijk ook op de foto. „Het wordt straks druk”, zegt Missiroli.

Sommige landen dringen er nu op aan eerst de functie van de nieuwe EU-president af te bakenen, alvorens over namen te praten. Dat zal misschien ook wel gebeuren, maar veel belang moet daar aan niet worden gehecht, zegt een diplomaat. „De vijver waaruit je kunt vissen is niet zo groot.”

Hoewel het nergens zwart op wit staat, gaat iedereen ervan uit dat de EU-leiders iemand uit hun midden zullen kiezen: een (oud-) premier of president.

Er zijn nogal wat argumenten die tegen Blair pleiten: hij komt uit een land dat de gemeenschappelijke munt, de euro, niet gebruikt. Groot-Brittannië behoort ook niet tot de Schengenlanden die hun onderlinge grenzen hebben afgeschaft. En als premier bedong Blair bij de onderhandelingen over het nieuwe EU-verdrag nog een handvol nieuwe uitzonderingsposities voor zijn land.

Bovendien zijn kleine landen, als Nederland, traditioneel niet enthousiast over voorzitters uit grote landen. Die hebben immers al genoeg macht.

De race lijkt nu begonnen, maar duurt nog lang: besluiten worden pas aan het einde van dit jaar verwacht. Een regeringsleider die nadenkt over de baan, zal dat niet te snel laten weten aan zijn diplomatieke dienst, zegt een Brusselse diplomaat. „Dan weet meteen iedereen het.” Bovendien wil iedereen voorkomen dat de indruk ontstaat dat de „baantjes” al worden verdeeld terwijl het nieuwe EU-verdrag door de meeste landen nog moet worden geratificeerd.

De verwachting is dat de verschillende functies worden gemixt, waarbij zoveel mogelijk partijen tevreden gesteld worden. Kleine en grote landen. Oude en nieuwe lidstaten. Christen-democraten, sociaal-democraten én liberalen. Noord- en Zuid-Europa.

Dat zal lastig worden, zeker als Commissie-voorzitter José Manuel Barroso, van christen-democratische huize, voor een tweede termijn gaat. Moet de Raadsvoorzitter dan een sociaal-democraat worden? Ook Barroso laat zich niet uit over zijn ambities. Brussel fluistert dat hij zelf misschien wel Raadsvoorzitter wil worden. Schuift zijn vicevoorzitter, de Zweedse sociaal-democrate Margot Wallström, dan door?

Rond ‘Buitenlandse Zaken’, nu Javier Solana die wellicht bijtekent, circuleren ook Scandinaviërs. Zoals de Finse ex-premier Martti Ahtisaari en de Zweedse buitenlandcrack Carl Bildt.

Liberalen als de Belg Guy Verhofstadt of de Brit Graham Watson worden alleen genoemd voor het voorzitterschap van het Europees Parlement. Maar of de christen- en sociaal-democraten, die deze post plegen te verdelen, daar ruimte voor maken, valt te bezien.

Vier topfuncties in korte tijd, het is een Europese stoelendans zonder precedent. Maar Brusselse insiders verwachten dat het spel nog verder zal worden uitgebreid. Hebben de zuidelijke landen onlangs niet al wat gekregen toen de Spaanse oud-premier Felipe González werd benoemd tot voorzitter van een denkgroep voor de toekomstige uitdagingen van de EU? Dan zitten er eigenlijk vijf functies in „het mandje”, zoals een diplomaat het noemt. En moet de NAVO volgend jaar niet óók een nieuwe secretaris-generaal krijgen? „De vraag is: waar trek je de grens? Bij Europese functies?”

Het verleden leert één belangrijke les: de winnaar is vaak degene die de minste weerstand oproept. „Het is moeilijk een hoge functie in de wacht te slepen met een sterk profiel”, zegt de Gentse politicoloog Hendrik Vos. „Je hebt dan voorstanders, maar zeker ook tegenstanders.”

Met als het gevolg dat er op het laatste moment wordt gekozen voor een compromisfiguur. „Barroso kwam tot kort voor zijn benoeming op geen enkel lijstje voor, behalve de lijstjes waarop iederéén stond”, zegt Vos.

Barroso voldeed aan een wens van Parijs: hij sprak Frans. Dat doet Blair alvast. Maar van hem kan niet worden gezegd wat werd opgemerkt over Barroso na zijn benoeming: dat hij niet zo’n sterke persoonlijkheid heeft en dus niet te lastig is voor regeringen.

„Weet je wat de Franse premier Clemanceau ooit gezegd zou hebben toen hem werd gevraagd wie hij als president van de republiek wilde hebben”, vraagt Antonio Missiroli? ,,Hij zei: Je vote pour le plus bête – ik stem op de domste.”