Stevige meningen over koude en andere oorlogen

Maarten van Rossem: Drie Oorlogen. Een kleine geschiedenis van de 20ste eeuw. Nieuw Amsterdam, 230 blz.€ 19,– ***

Tijdens zijn tv-optredens zit de Utrechtse historicus Maarten van Rossem nooit verlegen om een stevige uitspraak, ook in zijn nieuwste boek Drie oorlogen grossiert hij in pittige kwalificaties. Hitler is een ‘borreltafelstrateeg’, Eisenhower ‘dwaas’, Stalin ‘stupide’ en Mao ‘waanzin’. Met Drie oorlogen presenteert hij een ‘kleine geschiedenis van de twintigste eeuw’, opgehangen aan de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Volgens hem komen beide wereldbranden er in overzichtswerken te bekaaid af. Met Drie oorlogen wil hij een vollediger beeld schetsen.

Helaas zijn de hoofdstukken over de wereldoorlogen, die al eerder werden gepubliceerd, niet de sterkste delen. Vooral het hoofdstuk over de Eerste Wereldoorlog bevredigt niet, omdat Van Rossem niet verder komt dan een vluchtige schets. Als het zo is dat pas met de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 ‘een einde kwam aan het laatste wanproduct van de Eerste Wereldoorlog’, dan is het vreemd dat het conflict van 1914-1918 in Drie oorlogen veruit de minste pagina’s krijgt toebedeeld.

Het hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog is uitgebreider. Van Rossem presenteert een adequate samenvatting van de gebeurtenissen in Europa, Afrika en Azië. Hij kent terecht het meeste belang toe aan het treffen tussen de Duitsers en Russen. Hitler hoopte niet alleen Lebensraum te veroveren, maar wilde ook Groot-Brittannië ervan overtuigen dat voorzetting van de oorlog zinloos was.

Het hoofdstuk waarin Van Rossem de Koude Oorlog behandelt, en dat nieuw geschreven werd voor Drie oorlogen, is het beste deel van het boek. De auteur slaagt erin de complexe oorzaken van het treffen tussen Oost en West helder samen te vatten. ‘Een combinatie van verschillende veiligheidswensen, verschillende ideologieën en verschillende psychische tekortkomingen maakten een conflict in de jaren na de oorlog onvermijdelijk’, schrijft hij. Van Rossem komt tot de verbazingwekkende, maar bij nader inzien helemaal niet zo gekke conclusie dat de deling van Europa alle betrokkenen wel goed uitkwam. ‘Het was een simpele oplossing, die zeer stabiel bleek te zijn.’

In de epiloog van Drie oorlogen blikt Van Rossem de toekomst in. ‘In een geschiedenis van de 20ste eeuw zullen de Eerste Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog over honderd jaar zeker aandacht krijgen, maar het zou mij niet verbazen als tegen die tijd de enorme expansie van de wereldbevolking en de ontwikkeling van de economie en de technologie in de twintigste eeuw veel prominenter zullen worden behandeld.’

Van Rossem vergeet echter te vermelden dat bijna alle belangrijke technologische ontwikkelingen van de afgelopen honderd jaar voortkwamen uit oorlogen, heet of koud.

Al met al heeft Van Rossem een boek geschreven dat leest als een trein. Daar staat zijn stilistische zwier garant voor. Maar zijn al de stevige stellingnames wel even goed doordacht? Wie een handzame inleiding tot de geschiedenis van de twintigste eeuw wil lezen, wordt met Drie oorlogen prima bediend.

Bart Funnekotter