Onnodige sterfte bij eierstokkanker

Er zouden in Nederland minder vrouwen doodgaan aan eierstokkanker, als hun gynaecologen beter opgeleid en meer ervaren waren. Dat blijkt uit studie van promovenda Floor Vernooij en collega’s van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Vernooij pleit er in haar proefschrift, dat ze volgende week verdedigt, voor om patiëntes met eierstokkanker voortaan alleen te behandelen in academische en opleidingsziekenhuizen, door gespecialiseerde en bovendien voldoende ervaren gynaecologisch oncologen. Haar studie, waarin ruim achtduizend patiëntes bestudeerd werden, is het grootste onderzoek naar eierstokkanker ooit.

Van de Nederlandse vrouwen bij wie eierstokkanker geconstateerd wordt (elk jaar zo’n 1.100), is na vijf jaar nog 39 procent in leven. Dat kan beter. In bepaalde gespecialiseerde, buitenlandse centra leeft na vijf jaar nog 50 procent van de patiëntes. Binnen Europa staat Nederland op de negende plaats.

Vernooij gebruikte gegevens van bijna alle nieuwe Nederlandse patiëntes met eierstokkanker tussen 1996 en 2003. Relatief gecompliceerde operaties vormen een belangrijk deel van de behandeling. Daarbij wordt bepaald hoe ver de ziekte gevorderd is, en worden grote uitzaaiingen weggesneden.

Bijna de helft van de patiëntes kreeg haar behandeling in een algemeen ziekenhuis, zonder interne opleiding. Degene die opereert is daar een algemeen gynaecoloog, die dus ook bevallingen begeleidt.

Het verschil in sterfte tussen die kleinere algemene ziekenhuizen en de meest gespecialiseerde centra loopt – bij eierstokkanker in een vroeg stadium, gemeten na vijf jaar – op tot wel 42 procent. Vooral wanneer gynaecologen de ernst van de eierstokkanker niet goed inschatten daalt de kans om te overleven. Zij schrijven dan ten onrechte geen aanvullende chemotherapie voor. Meer gespecialiseerde artsen maken die inschatting veel beter, blijkt uit de studie.

Ook veel oefenen blijkt zinnig. Alleen artsen die meer dan een patiënt per maand behandelden, haalden goede cijfers bij het wegsnijden van tumoren. Operateurs kunnen alleen veel oefenen als kleinere ziekenhuizen hun patiënten doorverwijzen, vinden de onderzoekers.

Eierstokkanker: Pagina 8