Olympisch gedrag

Over 164 dagen beginnen de Olympische Spelen in Peking, de hoofdstad van China, een land dat zich schuldig maakt aan ernstige schendingen van de mensenrechten. Dat is een maatschappelijk debat waard. Maar het lijkt wel of de olympische beweging, voorzover zij uit bestuurders en officials bestaat, dit tot een taboe heeft verklaard.

Sterker nog, het IOC-bestuurslid Hein Verbruggen reageert als een sporter, die kort na een nederlaag nog nat van het zweet is en overtuigd van het onrecht dat hem is aangedaan, alle gevoel voor nuance en fair play even kwijt is. „Het popiejopiegedrag van zo maar een zwemtrainer”, zo kwalificeerde Verbruggen de oproep aan het IOC van zwemcoach Jaco Verhaeren, zaterdag in NRC Handelsblad, om stelling te nemen tegen de mensenrechtenschendingen. Eerder al weigerde Verbruggen op tv rechtstreeks in discussie te gaan met cabaretier Erik van Muiswinkel, die sporters had opgeroepen helemaal niet naar China te gaan.

NOC*NSF, de Nederlandse sportkoepel, heeft alweer een tijd geleden officieel verklaard dat het zich „bewust is van wat er buiten de sport speelt” en de maatschappelijke discussie over China „verwelkomt”. Maar hoe serieus is dat als een Nederlandse IOC-bestuurder zich zo bot opstelt zodra het debat oplaait? De succesvolle zwemcoach Verhaeren toonde zich in zijn reactie op het narrige gedrag van de IOC-bestuurder gelukkig heel wat diplomatieker.

De keuze voor Peking en China verdient betere verdedigers dan officials in een ivoren toren. Zij zouden veel kunnen aanvoeren. Dat sporters niet het zware werk moeten doen waar internationale diplomatie kennelijk onvoldoende resultaten boekt. Dat Nederlandse bedrijven volop zaken doen in en met China. Dat juist de keuze voor Peking als organiserende stad van de Olympische Spelen de aandacht op de mensenrechten en andere misstanden in China heeft gevestigd, met een intensiteit die er anders nooit geweest was. Dat het omgekeerde, het isoleren of uitsluiten van een land helaas allerminst hoeft te betekenen dat de bevolking daardoor een menswaardiger bestaan krijgt, zoals blijkt in Birma, buurland van China.

De keuze voor Peking is per definitie ook daarom een politieke afweging die, het zij terzijde opgemerkt, aangeeft hoe netelig het IOC-lidmaatschap is van van kroonprins Willem-Alexander, voor wiens publieke woorden en daden de regering de verantwoordelijkheid draagt.

De Nederlandse sporters die naar China worden afgevaardigd, moeten eerst hun handtekening zetten onder een omvangrijke overeenkomst met NOC*NSF waarin allerlei afspraken en gedragsregels staan. Ze verbinden zich daarmee ook aan de ethische code van het IOC, waarin staat dat ze geen ideologie mogen aanhangen die in strijd is met de principes en regels van het Olympisch Handvest. Mee bouwen aan een betere en vreedzame wereld wordt het belangrijkste doel van de olympische beweging genoemd. Dat had Verhaeren dus beter begrepen dan Verbruggen.